Door: Ismay Gijsen
Iedere acht dagen wordt er in Nederland een vrouw slachtoffer van femicide. Sabrina van Haaren overleefde ternauwernood een poging van haar ex om haar te doden. Nu helpt ze vrouwen die in een gewelddadige relatie zitten.
Sabrina (47): ‘Nog steeds spookt het beeld regelmatig door mijn hoofd. Hoe hij me aan mijn armen de auto uitsleurde en me voor dood langs de kant van de weg achterliet. Ik hield mijn ogen dicht en adem in toen hij de koude bladeren die naast me lagen over mijn lichaam gooide. Blijf stil en doe alsof je dood bent, dacht ik. Dan laat hij je met rust. Dat het zo zou escaleren, had ik nooit zien aankomen. Dit was toch de man die in het begin van onze relatie smoorverliefd op me was? Degene die me altijd wegbracht als ik geen vervoer had en met kerst bordspelletjes speelde met mijn familie? Hoe was ik hier in vredesnaam beland?
Ik leerde A. kennen op een huisfeestje, we zaten beiden in dezelfde gabberscene. Ik was zeventien jaar en had een baan in de speelgoedwinkel van mijn ouders. Hij was drieëntwintig, had een eigen woning en was direct hoteldebotel. Dat sprak me misschien nog wel het meest aan: een leuke man die direct smoorverliefd op mij was. Ik huppelde destijds door het leven als een soort naïef Roodkapje. Wist ik veel dat ik recht in het hol van de boze wolf wandelde. Ik had twee zussen en kwam uit een warm nest waar zelden ruzie werd gemaakt. Nooit eerder had ik nagedacht over toxische relaties of partnergeweld. Laat staan dat ik bang was dat ik zelf in zo’n relatie zou belanden.’
Rode vlaggen
‘Kort na die eerste ontmoeting kregen A. en ik een relatie. Ik was helemaal in de wolken, maar er waren al vrij snel rode vlaggen. Zo wist ik dat zijn ex een contactverbod had aangevraagd en dat hij extreem jaloers was. Als we samen op pad gingen, mocht ik een rokje dragen, maar als ik met vriendinnen wegging, moest ik een coltrui aan. ‘Waar is dat voor nodig? Wil je aandacht van andere mannen?’ blafte hij dan. Ook was hij vaak ziek als ik met iemand had afgesproken. Dan keek hij me sip aan zei hij: ‘Ga je echt weg als ik er zo slecht aan toe ben?’ Op die manier probeerde hij me te isoleren. Ik verloor goede vrienden, omdat ik negen van de tien keer thuis bleef als hij dat vroeg. Sommigen zeiden: ‘Je bent veranderd, Sabrina, we zien je bijna niet meer.’ Maar na tien keer afzeggen hield die bezorgdheid op.
Daarnaast ging alles bij ons in sneltreinvaart: na een paar maanden vroeg hij of ik bij hem kwam wonen en na een jaar ging hij op één knie in het vliegtuig. We waren omringd door onze vrienden en hadden net een leuke vakantie achter de rug. Diep vanbinnen voelde het niet goed, maar ik voelde de druk om ja te zeggen. Love bombing heet dat fenomeen, al dacht ik op dat moment dat hij gewoon hartstikke gek op me was. Mijn ouders schrokken niet dat ik op negentienjarige leeftijd in het huwelijksbootje stapte. Ze waren fan van hem, want hij deed zich voor als de perfecte schoonzoon. Hij bracht mijn zusjes naar school en haalde mij altijd op als ik een lift kon gebruiken.
De eerste keer dat hij me mishandelde, herinner ik me nog goed. Ik kwam thuis van een avond stappen. Ik liep op mijn tenen de trap op, omdat ik dacht dat A. sliep. Toen ik bovenaan de trap stond, knipte hij het licht aan. Hij was ervan overtuigd dat ik bij een andere man vandaan kwam en schreeuwde dat ik ‘een vuile hoer’ was. Voor ik het wist, lag ik onderaan de trap. Ik schrok me kapot en begreep niet wat er was gebeurd. Was ik nu gevallen of had hij me geduwd? Zonder iets te zeggen liep hij terug naar onze slaapkamer. Toen ik na een tijdje overeind krabbelde en naar boven strompelde, sliep hij al. De dag erna repte hij er met geen woord over. Ik overigens ook niet. Je bent gewoon gestruikeld, hield ik mezelf voor. Het was een ongeluk.’
Gewelddadige relatie
‘Vanaf dat moment werd A. vaker gewelddadig. Onze ruzies gingen altijd over andere mannen. Hij had verlatingsangst en was als de dood dat ik vreemdging. Als hij boos was, leek het alsof hij werd overgenomen door een entiteit. Zijn ogen werden pikzwart. De dag na zo’n uitbarsting, bood hij zijn excuses aan en was hij extra lief. Dan drukte hij me op het hart dat hij me echt geen pijn wilde doen, maar dat ik ook anders had kunnen reageren. Vervolgens verraste hij me spontaan met een weekend weg of een mooie jurk. Voor mezelf praatte ik het goed. Hij had een drankje te veel op, dus daarom was hij zo agressief. Als ik anders zou hebben gereageerd, had hij me niet geslagen. De volgende keer zou ik het anders aanpakken. Ik durfde met niemand te delen wat er thuis gebeurde. Onze omgeving wist dat we regelmatig cocaïne gebruikten, dus onze ruzies werden niet serieus genomen. Daarnaast hadden we dezelfde vriendengroep en hij had flink op mijn ouders ingepraat. Volgens hem was ik een ontzettend moeilijk persoon. ‘A. vertelde ons dat jij ook geen makkelijke bent, Sabrien,’ zeiden mijn ouders een keer toen ik een balletje probeerde op te gooien.
Met de jaren werd het geweld heftiger en gebeurde het vaker. Hij wurgde me regelmatig tot ik mijn bewustzijn verloor. Als hij me sloeg, was dat altijd op plekken waar niemand het zag, zodat onze omgeving niks doorhad. Ik had regelmatig gekneusde ribben, maar zelden een blauw oog. Toen hij merkte dat ik er genoeg van kreeg, dreigde hij. Als ik weg zou gaan, zou hij mijn zusjes iets aandoen. Ik wist dat hij een wapen in huis had liggen, dus ik was doodsbang. In de avonden en weekenden werd ik opgesloten. Hij sliep bijvoorbeeld met onze huissleutel onder zijn kussen, zodat ik niet weg kon lopen. Als ik moest werken, controleerde hij of ik op tijd was aangekomen. Dat voelde zo beklemmend. Ik was doodop van alle ruzies. Het was alsof ik altijd in een dikke mist liep en niet verder dan tien meter vooruit kon kijken. Ik heb eens een poging gewaagd om te ontsnappen, maar vervolgens moest ik het drie dagen ontzien. Toen hij er op een dag een honkbalknuppel bij pakte, ben ik naar de politie gegaan om hulp te vragen. We waren op dat moment vier jaar samen. De enige reactie die ik kreeg was: ‘Meiske, wij zijn geen relatietherapeuten. Gewoon je spullen pakken en wegwezen.’ Verslagen ging ik terug naar huis. Als zelfs de politie me niet kon helpen, wie dan wel? Ik voelde me zo ontzettend eenzaam.
Drie jaar na mijn mislukte aangifte, deed ik nog een poging om weg te lopen. Ik vertrok naar mijn ouders, maar hoorde niks van hem. Het bleef verdacht stil. Niet veel later kwam ik erachter dat hij was opgepakt wegens het verhandelen van drugs. Shit, dit leek me geen goed moment om een scheiding aan te vragen. Daarom hielden we contact. Af en toe bezocht ik A. in de gevangenis, tot hij me tijdens een bezoekuur in elkaar roste. De bewakers moesten tussen ons inspringen, terwijl zijn vriend die mee was met open mond stond te kijken. ‘Sabrien, dit moet je echt niet pikken,’ zei zijn vriend tegen me. Het was de eerste keer dat iemand echt voor me opkwam. Ik schaamde me zo diep, dat ik ter plekke besloot dat ik de scheiding ging aanvragen en bij mijn ouders introk.’
Voor dood achtergelaten
‘Toen A. maanden later vrijkwam, belde hij me op. Hij klonk kalm aan de telefoon. Te kalm, als ik er achteraf op terugkijk. Hij begreep mijn keuze. Wij haalden inderdaad niet het beste in elkaar naar boven. Hij wilde alleen zijn collectie stripboeken terug. Kon hij die ophalen? Ik besloot om af te spreken op een neutrale plek, dat voelde veiliger. Het werd het café van de kartbaan waar ik destijds werkte. Na ons eerste drankje sloeg de sfeer om. A. zag een sms van een andere man op mijn telefoon binnenkomen. Toen ik mijn telefoon terug griste, werd hij witheet. Hij sloeg me bewusteloos en sleurde me aan mijn haren de auto in. Mijn collega’s waren in rep en roer en belden in paniek mijn moeder. In de auto schreeuwde hij: ‘Ik niet, dan iemand anders ook niet.’ Vervolgens wurgde hij me tot ik mijn bewustzijn verloor. Ik weet nog dat ik dacht: het is goed zo, ik ga nog liever dood dan dat dit vijf minuten langer duurt.
Toen ik bij bewustzijn kwam, hoorde ik hem vloeken. Hij dacht dat hij me had vermoord. Hij sleurde me de auto uit en liet me voor dood aan de kant van de weg achter. Ik weet niet hoe lang ik daar heb gelegen tussen de bladeren. Misschien duurde het een kwartier, misschien vijf uur. Ik durfde pas mijn ogen te openen toen er twee bezorgde mannen naast me stonden. Ze stonden op het punt om de politie te bellen, maar dat wilde ik niet. Achteraf baal ik daarvan, maar op dat moment was het te confronterend. Uiteindelijk haalde een vriendin me op die me naar mijn ouders bracht. Zij schrokken zich kapot. Ze wisten dat onze ruzies vaak escaleerden, maar hadden niet verwacht dat het zo heftig was.
Het was naïef om te denken dat ik vanaf nu van hem af zou zijn. Binnen no time stond hij bij mijn ouders voor de deur en probeerde hij me op elke mogelijke manier te bereiken. Een paar dagen later ging ik op advies van mijn ouders toch naar de politie. Zijn handafdruk stond nog op mijn keel, maar ze konden wederom niets voor me betekenen. ‘Zulke situaties zijn ingewikkeld,’ zei de agent. ‘Het is jouw woord tegen het zijne.’ Mijn redding was uiteindelijk dat hij kort daarna weer door een drugsincident in de gevangenis belandde.
Ik stapte al snel in een nieuwe relatie. Niet omdat ik verliefd was, maar omdat ik iemand nodig had die me een gevoel van veiligheid gaf. Ik was getraumatiseerd, maar probeerde alles weg te stoppen. Alsof ik constant een ballon onder water probeerde te duwen. Dat resulteerde erin dat ik mezelf compleet verloor. Met mijn nieuwe vriend gebruikte ik bijna dagelijks drugs, ik deed alles om de pijn te verdoven. Twee jaar later raakte ik ongepland in verwachting.
Ik kickte af, maar toen onze zoon een halfjaar was, liep onze relatie stuk. Ineens stond ik er alleen voor en ik belandde in een diep dal. Ik kon de verleiding niet weerstaan en raakte weer aan de drugs. Dat ging van kwaad tot erger. Mijn zoon was zes toen hij uit huis werd gehaald. Vanaf dat moment ging bij mij de knop om. Ik ging naar een afkickkliniek en sindsdien is mijn leven 180 graden gedraaid. Ik heb mijn pijn en trauma’s niet langer ontweken, maar ben ze aangegaan. Mijn ouders en zussen hebben me enorm gesteund. Vanaf dat moment ging alles in een stijgende lijn: mijn zoon kwam weer bij mij in huis wonen. Ik ging een opleiding volgen en werken voor Veilig Thuis om andere vrouwen in gewelddadige relaties te helpen. Daarnaast ondersteun ik plegers die graag willen veranderen. Dat ik iets kan betekenen voor anderen, geeft me ontzettend veel energie.’
Bied hulp aan
‘Ondanks dat er in twintig jaar tijd veel meer kennis is over huiselijk geweld en femicide, heerst er een hoop onwetendheid. Wanneer je vermoedt dat iemand in je omgeving slachtoffer is, raad ik aan om niet te oordelen. Opmerkingen als: ‘Ik zou me nooit zo laten behandelen,’ en pushen dat iemand weg moet gaan, werken vaak averechts. Vraag liever: ‘Kan ik iets voor je doen?’ ‘Zullen we samen Veilig Thuis bellen of een veilige plek voor je zoeken?’ Als iemand mij op die manier de hand reikte, denk ik dat ik sneller uit mijn relatie was gestapt. Ik kon het niet in mijn eentje. Vrouwen die ik begeleid, tip ik vaak om bij een vriendin of kennis een vluchttas weg te zetten met daarin een telefoon met een andere simkaart. Het is vooral belangrijk dat je als vriend, kennis of familielid niet wegkijkt.
Ik weet nog dat mijn ex me op een vol terras met een mes in mijn rug stak. Het meisje in de bediening verzocht ons geïrriteerd om het terras te verlaten. We zorgden voor overlast. Niemand vroeg hoe het met mij ging en niemand sprak mijn ex aan. Van een buurtgenoot hoorde ik ook eens dat ze bij mij thuis huiselijk geweld vermoedde. Ze had nooit iets gezegd, omdat ze vond dat het haar zaken niet waren. Daarnaast was ze bang voor een valse beschuldiging. Ik zou mensen willen adviseren om (anoniem) contact op te nemen met Veilig Thuis als je vermoedt dat iemand met huiselijk geweld te maken heeft. Al is het maar om advies te vragen. Huiselijk geweld is een maatschappelijk probleem dat we alleen kunnen oplossen wanneer niemand meer wegkijkt.
Tot op de dag van vandaag deal ik met de gevolgen van mijn relatie met A. In 2018 pleegde hij zelfmoord. Veel mensen zeiden tegen me: ‘Dan zul je vast opgelucht zijn.’ Naast dat ik niemand zo’n dood gun, is het voor mij te laat om opgelucht te zijn. Als ik in mijn straat een onbekende auto zie of iemand onverwachts een arm om mij heen slaat, kan ik nog steeds in paniek raken. Dat zit ingebakken in mijn systeem. Daarnaast heb ik door de mishandelingen hersenletsel opgelopen, waardoor ik snel overprikkeld raak en moeite heb met timemanagement. Relaties blijven voor mij moeilijk. In 2019 ben ik opnieuw in een gewelddadige relatie beland. Het was minder heftig dan de eerste keer en het lukte me sneller om er een punt achter te zetten, maar ik schaamde me kapot. Ik vroeg mezelf af wat er in vredesnaam mis was met mij. Sommige mensen zeiden ook letterlijk tegen me: ‘Waarom trek jij altijd dat soort mannen aan?’ Nu weet ik dat een gewelddadige relatie je overkomt. Het is niet dat er met koeienletters ‘mishandelaar’ op iemands hoofd staat. Het zijn juist vaak de types van wie je het niet verwacht. Ik heb cliënten waarvan hun partner politieman of rechter is.
Inmiddels kan ik zeggen dat het goed met me gaat. De band met mijn zoon is sterk. Hij is nu negentien en we hebben samen een hoop therapie gevolgd. Mijn ex heb ik inmiddels vergeven. Niet omdat ik medelijden heb of zijn gedrag wil goedpraten, maar zodat ik mezelf kan bevrijden van alle ballast. Ook naar mijn jongere zelf kijk ik tegenwoordig met een stuk meer compassie. Tegen haar zou ik willen zeggen: het is niet jouw schuld. Laatst zei mijn zoon iets heel moois tegen me: ‘Het maakt niet uit hoe hard of hoe vaak je valt, van jou heb ik geleerd dat je altijd weer kan opstaan.’’
Dit interview staat in &C's nieuwste editie 'Ik ben er even niet'.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))