Door: Joanne Wienen
Emilie Waarts is slachtoffer van de toeslagenaffaire. Ze is nog steeds bezig met de afwikkeling van de onterechte schuld die ze jaren geleden moest erkennen.
Emilie (44): ‘Het moment dat ik de eerste brief van de Belastingdienst openmaakte, weet ik nog precies. Er stond in dat ik voor het komende jaar geen recht meer had op kinderopvangtoeslag. Op dat moment werkte ik als marketingspecialist bij KPN, had ik een zoontje van tweeënhalf jaar en was ik zwanger van mijn tweede kind. Toen ik inlogde op Mijn Toeslagen, bleek dat ik ook voor de jaren daarvoor geen recht had gehad, en volgde al snel de brief dat ik alles moest terugbetalen. 48.000 euro in totaal. Ik leverde allerlei documenten aan, maar dat mocht niet baten. Volgens de Belastingdienst had ik niet voldaan aan de informatieplicht. Pas jaren later ontdekte ik dat ik op de zogeheten ‘zwarte lijst’ had gestaan en werd gezien als fraudeur. Mogelijk doordat mijn ex-partner een Marokkaanse achtergrond had. Niemand geloofde me als ik zei dat de Belastingdienst verkeerd zat. ‘Dat kan niet, Emilie, je hebt zelf fouten gemaakt,’ kreeg ik te horen, ook van mensen dichtbij. Zelfs mijn partner dacht dat het aan mij lag. Het werd zo vaak gezegd dat ik ook aan mezelf begon te twijfelen. De schaamte werd zo groot dat ik niet meer naar mijn werk durfde. Ik had geen kinderopvang meer en wist niet hoe ik moest vertellen waarom. Uiteindelijk bleef ik maar gewoon weg. Ik kwam in de ziektewet, maar omdat ik op de fraudelijst stond, kreeg ik geen uitkering. En door alle stress liep ook mijn relatie stuk. Zo stond ik er, hoogzwanger, ineens helemaal alleen voor, zonder inkomen. Toen de weeën begonnen, heb ik mijn peuter achterop de fiets gezet en ben ik zelf naar het ziekenhuis gefietst om te bevallen. Ik had geen geld voor een taxi, mijn moeder, ziek op dat moment, kon niet helpen, en de vader ook niet.
Zo raakte ik alles kwijt: mijn baan, mijn financiële zekerheid, mijn man, en bijna ook mijn kinderen. Als alleenstaande moeder kwam ik via de vrouwenopvang in een uitputtende strijd terecht om hun voogdij te behouden. Om in de schuldsanering te komen, moest ik mijn volledige schuld erkennen en mocht ik er niet meer op terugkomen. Dat voelde oneerlijk, maar ik deed het omdat ik dringend hulp nodig had. Door alle omstandigheden was mijn schuld inmiddels al opgelopen tot 150.000 euro. Mijn hoop was dat de schuldsanering me rust zou brengen, maar de brieven van deurwaarders bleven komen. Ik hield mijn hoofd omhoog voor mijn kinderen, maar het was een heel eenzame tijd. Mijn moeder en huisarts zijn de enige mensen die altijd achter me hebben gestaan en me erdoorheen hebben geholpen.
Zo’n vijf jaar geleden werd ik officieel erkend als gedupeerde. Toch voelde ik vooral cynisme in plaats van opluchting: de aangeboden compensatie staat wat mij betreft in geen verhouding tot de ellende die ik heb meegemaakt. Ik wacht bovendien nog steeds op de afhandeling van mijn aanvullende schadeclaim. Nu ik als gedupeerde ben erkend, mag ik de schuld namelijk wél weer aanvechten. Dat ik alsnog bezig ben mijn eigen onschuld te bewijzen, is doodvermoeiend. Het liefst zou ik mijn kinderen, nu twaalf en vijftien jaar, vertrouwen in de overheid willen meegeven, maar ik kan het zelf niet meer opbrengen. Op dit moment werk ik in de bakkerij van een supermarktketen, maar door alles wat ik heb meegemaakt zou ik graag een baan willen in de sociale sector. Het systeem lijkt erop gericht mensen te laten verdwalen, en het heeft mij zelf veel moeite gekost de weg te vinden. Het zou mooi zijn als ik anderen daarbij kan helpen.’
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))