Door: Redactie
Atlete Fleur Jong won twee keer goud met verspringen op de Paralympische Spelen. Als tiener verloor ze haar voeten en een aantal vingerkootjes na een bacteriële infectie. Fleur vindt haar handicap geen beperking.
Fleur (29): 'Ik ben dan wel gehandicapt, ik doe alles wat ik wil. Een beperking klinkt als iets negatiefs, alsof er iets mis is. Dat is onzin: een handicap betekent niet per definitie dat je dingen niet kunt. Dat zijn echt twee verschillende dingen. Soms lijken zielig en gehandicapt onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat is jammer. Onbekend maakt onbemind, denk ik dan maar. Iets wat je niet kent of begrijpt, zorgt voor misverstanden. Mensen weten vaak niet beter. Ik geef weleens presentaties bij grote bedrijven. Mijn verhaal vinden ze dan inspirerend. Maar als ik vraag hoeveel gehandicapte werknemers er in dienst zijn, dan zijn die er niet. Ik hoop dat daar verandering in komt. Maak het bespreekbaar als er een goede, gehandicapte kandidaat op sollicitatiegesprek komt, in plaats van aannames te doen.
Wat dat betreft zijn kinderen een verademing. Die zijn open en vragen gewoon wat er met mijn vingers en voeten is gebeurd. Dat is zoveel beter. Ouders zeggen dan: 'Ssst, niet vragen!' Nee joh, juist wel doen. Het is mooi als we die blik zo open mogelijk houden en vragen durven stellen.'
Weken in coma
'Voordat ik ziek werd, deed ik veel aan tennis en dans. Ik zat in 5 vwo en in de weekenden ging ik stappen met mijn vriendinnen. Op een maandag zat ik in de klas toen ik hoofdpijn kreeg. Ik ging naar huis en ook de volgende dag bleef ik thuis omdat ik me niet lekker voelde. Een beginnend griepje, dacht ik. Maar die nacht werd ik plotseling heel ziek. Daar weet ik zelf niets meer van omdat ik buiten bewustzijn raakte. Mijn ouders belden de huisarts, die meteen doorhad dat dit meer was dan een griepje. Met spoed werd ik in een ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Daar ontdekten ze dat het een bacterie was die me zo ziek maakte: mijn lichaam raakte in een toxische shock.
Ik werd volgestopt met antibiotica en naar de intensive care gebracht. Daar lag ik twee weken in coma en het was onzeker of ik eruit zou komen. Hoewel de medicijnen aansloegen, was het moeilijk te zeggen welke schade er precies in mijn lijf was aangericht. Uiteindelijk ontwaakte ik. Maar dat ging totaal niet zoals je in de film ziet, waarbij iemand ineens vol wakker is. Ik kwam af en toe bij, maar viel dan weer weg. Er was dus niet één moment waarop ik wakker was en besefte wat er was gebeurd. Dat ging echt met flarden, heel geleidelijk.
Ik weet nog dat er tegen me werd gezegd dat ik heel erg ziek was, maar dat ik goed verzorgd werd. De toxische shock had ervoor gezorgd dat mijn bloed nog naar mijn hersenen, longen en hart werd gepompt – de meest vitale delen, dus – maar niet meer naar mijn voeten en vingers. Mijn rechtervoet, een deel van mijn linkervoet en de toppen van acht vingers stierven af en moesten geamputeerd worden. Ik kan me niet herinneren dat ik daar erg van schrok. Die momenten zijn er ongetwijfeld wel geweest, maar doordat ik onder de medicijnen zat, weet ik daar weinig meer van. Voordat ik de amputatie-operatie aankon, moest ik aansterken.
Langzaam kwam het besef van wat er ging gebeuren. Dat was natuurlijk heel verdrietig. Ik huilde niet eens zozeer om het verlies van mijn voet en vingers, maar meer omdat ik niet wist wat voor leven ik daarna zou hebben. De toekomst beangstigde me, het was angst voor het onbekende. Maar er ging ook een knop bij me om: als dit moest gebeuren, dan moest dat maar. Ik was allang blij dat ik het had overleefd.'
Kwestie van doen
'In totaal lag ik drie maanden in het ziekenhuis. Een maand na de amputatie begon ik aan mijn herstel in een revalidatiecentrum. Eerst zat ik in een rolstoel, daarna kreeg ik mijn eerste prothese. Ik weet nog dat ik daar heel erg naar uitkeek: eindelijk zou ik weer kunnen lopen. Maar dat viel tegen. De prothese zat helemaal niet lekker. Hij deed geen pijn, maar hij zat voor geen meter, omdat ik zonder rechtervoet vooral veel druk op mijn onderbeen voelde en dat was ik niet gewend. Had ik me hier nou op verheugd? Uiteindelijk bleek het een kwestie van gewoon doen en zelf uitzoeken hoe je het beste met een prothese omgaat. Ik moest mijn eigen weg daarin vinden.
Aan mijn kortere vingers was ik snel gewend. Het leek me heel onpraktisch, maar dat viel reuze mee. Ik kan er gewoon nog alles mee. Ondertussen hadden mijn ouders een mail gestuurd naar Frank Jol, de prothesemaker van Bibian Mentel met wie we toen ook leuk contact kregen. De prothese die hij maakte, was een wereld van verschil. Hij zat meteen perfect. Maar van mijn gedeeltelijke linkervoet kreeg ik steeds meer last. Ik merkte dat de prothese aan mijn rechterbeen het veel beter deed dan mijn halve linkervoet, die mij vooral beperkte en pijn deed. Aan de prothese zat een hele voet, dus daar kon ik wel normaal mee lopen. De linkervoet kon dat niet bijhouden.
Voor mij was het vrij snel duidelijk dat ik die voet ook geamputeerd wilde hebben, hoe tegennatuurlijk dat ook klinkt. De artsen waren het er eerst ook niet mee eens – een verder gezonde voet amputeren druist in tegen hun ethiek. Gelukkig wilden ze uiteindelijk wel meewerken. Een jaar na de eerste operaties werd ook mijn linkervoet verwijderd. Het was de juiste keuze, want vanaf het moment dat ik twee protheses had, ging het lopen perfect.'
Eerste succes
'Na de amputaties zag ik tennissen en dansen niet meer zitten. Een nieuw leven, een nieuwe ik, dus een nieuwe sport. Op een paralympische talentendag probeerde ik verschillende sporten uit, waaronder atletiek. Blijkbaar zag bondscoach Guido Bonsen potentie in mij, want hij gaf me zijn nummer. Niet lang daarna ging ik bij hem trainen. Eerst op gewone protheses om sterker te worden en meer balans en mobiliteit te krijgen, daarna stapte ik over op blades – sportprotheses – die meeveren. Gaaf, dacht ik meteen. Ook al was ik aan atletiek begonnen om goed te leren lopen, het smaakte al snel naar meer.
Guido zag dat ik talent had. De hele winter trainde ik bij een lokale club en één keer in de week bij hem. Ik kreeg kracht-, circuit-, loop- en starttraining, vooral gericht op de honderd en tweehonderd meter sprint. Ik zette alles op alles om beter te worden en ondertussen haalde ik ook mijn vwo-diploma. Daarna begon ik aan mijn eerste wedstrijden. M’n eerste succes was het brons dat ik haalde op het WK in Doha in 2015, een jaar nadat ik was begonnen met atletiek. Dat ik op mijn eerste WK meteen een medaille behaalde, was fantastisch.
Daarna kwalificeerde ik me voor de Paralympische Spelen en mocht ik mee naar Rio de Janeiro. Daar heb ik geen medaille gehaald, maar het was al zo gaaf om mee te maken en daar überhaupt te zijn. Op het WK in 2017 miste ik een medaille op de tweehonderd meter vanwege tweehonderdste seconde. Natuurlijk was dat zuur. Maar je kunt niet anders dan slikken en weer doorgaan. Ik blijf daar nooit lang in hangen. Aan het eind van het atletiekseizoen van 2017 werd het contract van Guido niet verlengd, hij was dus niet langer bondscoach. Ik had voor de makkelijke weg kunnen kiezen en bij de nieuwe bondscoach kunnen trainen. Dan zat ik lekker in het programma en was alles netjes verzorgd. Maar ik voelde aan alles dat dat niet de goede keuze voor mij was en dat ik bij Guido wilde blijven. Ik wist niet waar ik wel voor koos, en ik bracht mezelf in een onzekere positie. Maar ik wilde mijn coach, in wie ik alle vertrouwen had, niet kwijt.
Dus vertrokken we samen uit Papendal en begonnen we Team Para Atletiek, ons eigen team dat inmiddels uit tien sporters bestaat. Daar train ik nog steeds. Wij geloven in een bredere visie, waarin topsport meer is dan alleen medailles winnen. Ik wil de drempel lager maken voor anderen om makkelijker de sport in te rollen. Ons doel is nu om in elke provincie één lokale club te hebben waar iemand met een handicap terechtkan en goed begeleid wordt door trainers die weten wat ze doen. Ik geef die kennis door als ervaringsdeskundige en Guido als coach. Medailles winnen is mooi, maar ik wil er ook iets goed mee doen.'
Het Wilhelmus
'Ik train zo'n twintig tot 26 uur per week. En ja, dat betekent dat ik lang niet naar elk feestje kan omdat ik vaak in het buitenland train. Sporten in de warmte is namelijk goed voor mijn lichaam. Ben ik toch op een feestje, dan drink ik weinig en ben ik de eerste die weer naar huis gaat. De volgende dag moet ik immers fit zijn. Deze levensstijl voelt niet als een offer. Als dat wel zo zou zijn, zou ik meteen met topsport stoppen. Mijn echte talent vond ik in het verspringen. Ik had nog nooit iemand met twee blades zien verspringen. Eerlijk gezegd leek het me gevaarlijk. Toen ik dat andere sporters voor het eerst zag doen, zag het er nogal wild uit. Mijn coach bleef aandringen dat ik het moest proberen. Vooruit dan maar, dacht ik. Ik rende, zette af en sprong. 'Doe dat nog eens,' riep Guido enthousiast. Dat was twee jaar geleden en vanaf dat moment ging ik trainen voor verspringen. Het was leuk en blijkbaar had ik er aanleg voor.
Ik ging er meteen vol voor, iets wat ik vanuit mijn opvoeding heb meegekregen. Mijn ouders leerden me dat je keuzes moet maken en daar dan ook honderd procent voor moet gaan. Geen half werk. En dat is precies wat ik heb gedaan. Ik moest zoeken naar mijn nieuwe leven en hoe ik dat ging inrichten. Daarom heb ik nu heldere doelen voor ogen. Sport staat op nummer één. Dan komt mijn team en daarna m'n studie communicatiewetenschap.
Vijf jaar geleden stapte ik vol verwachting op het vliegtuig naar de Paralympische Spelen in Tokio. Ik wist dat ik goed was en dat mijn kansen in het verspringen het hoogst waren, dus ik had er vooral veel zin in. Zenuwachtig was ik nog niet. Wel op de dag zelf, ik stond op met kriebels in mijn buik. Toen ik eenmaal aan de warming-up begon, verdwenen die. Ik mocht doen waar ik goed in ben. Nu kan ik het laten zien, dacht ik toen ik klaarstond om te gaan springen. Een bijgeloof of ritueel heb ik niet. Daar probeer ik zo ver mogelijk van weg te blijven, want voor je het weet zit je aan twintig rituelen vast. Wel kijk ik altijd mijn coach even aan. Dan komt er een grijns op mijn gezicht en op dat van hem. Dat werkt ontspannend. Het is een blik van vertrouwen: oké, we zijn er klaar voor.
Lees ook: Vergeet die tienduizend stappen: Japans wandelen is makkelijker en hartstikke gezond
Ik sprong en voelde dat het goed ging. Toen ik landde, hoorde ik mijn team schreeuwen en juichen. Zelf stapte ik ook juichend de bak uit toen ik besefte dat ik een wereldrecord had gesprongen. Daarna had ik voor mijn gevoel niets meer te verliezen. Natuurlijk wilde ik bovenaan blijven staan en goud pakken, maar deze prestatie was al zo vet. Daarna moest ik nog een paar keer springen en natuurlijk hield ik de sprongen van anderen in de gaten. Het was zenuwslopend, maar ronde voor ronde kwam niemand me voorbij. Het aftellen begon. Nog één sprong en dan was ik er... En toen won ik goud. Ik was zo opgelucht en ongelooflijk trots. De euforie was enorm toen ik op het podium stond en het Wilhelmus hoorde spelen. Maar de tranen kwamen pas toen ik later mijn coach en team zag, en hen kon omhelzen. Ik had bereikt waarvoor ik was gekomen.'
Topsport tijdelijk
'Ik hield tot haar overlijden contact met Bibian. Zij was mijn grote inspirator. Ze liet me inzien dat het leven ontzettend mooi is en dat je er vooral van moet genieten. 'Je moet de kansen pakken die je krijgt. Maak mooie herinneringen,' zei ze altijd. En dat wil ik ook doen. Op de Spelen in Parijs wist ik vorig jaar weer goud te halen. Sport is zo’n groot onderdeel van mijn leven dat er daarnaast weinig ruimte is voor iets anders. Ik train tien keer per week, verspreid over zes dagen. Op mijn vrije dag rust ik uit of kijk ik met mijn vrienden Formule 1. Samen koffiedrinken en lunchen vind ik ook heerlijk. Lekker kletsen en mensen kijken, dat doe ik het liefst.
Topsport is altijd tijdelijk. Dat besef ik, maar ik weet nog niet wat ik daarna ga doen. Ik hoop mijn studie af te ronden en een leuke baan te vinden. En natuurlijk wil ik me blijven inzetten voor Team Para Atletiek om andere atleten met een handicap te blijven motiveren. Ik blijf knallen zolang het kan.'
Meer van dit soort indrukwekkende verhalen lezen? Dit artikel staat in &C's Fit-special, dat na vandaag niet meer in de winkels te koop is maar dat nog wél gewoon bij ons online te bestellen is. Doe je hier:
Scoor hier &C's nieuwste Fit-special!
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))