Door: Lisa Loeb
De week dat mijn boek Fopfeminisme uitkwam, werd ik meerdere keren gevraagd hoe we de manosphere moeten stoppen. Alsof ik naast schrijver ook parttime internet-exorcist ben. Nu voel ik me vereerd dat mensen denken dat ik een wereldwijd toxisch internetfenomeen dat de hersenen van jonge jongens binnen weet te dringen in mijn eentje kan oplossen, maar het eerlijke antwoord is: ik weet het niet.
Ik maak me er ook grote zorgen over. Leraren op middelbare scholen slaan alarm: meiden durven hun mond in de klas minder goed open te trekken, vrouwelijke docenten worden geschoffeerd en hun autoriteit wordt ondermijnd. Jongens praten de retoriek van omstreden influencers klakkeloos na. Ze dwepen met zelfbenoemde vrouwenhaters en zien types als Andrew Tate als grote denkers.
De Volkskrant kreeg inzage in tien TikTok-accounts van jongens en meiden en keek mee met de video’s die zij daar te zien kregen. Daaruit bleek dat jongens en meiden online in totaal andere universums opgroeien. Meisjes krijgen een suikerspinwereld voorgeschoteld van schoonheid, liefde, pilates en mannen die je meenemen naar een mooi restaurant. Jongens krijgen discipline, geld, status, kaaklijnen die je met een hamer straks moet slaan en mannen die uitleggen dat vrouwen onderdanig moeten zijn. Voor allebei is de boodschap uiteindelijk hetzelfde: zoals je nu bent, ben je nog niet goed genoeg.
En daar valt geld aan te verdienen. Met een cursus, supplement, podcast, coachingstraject of crypto-WhatsAppgroep. Dat is misschien wel het meest onderbelichte onderdeel van de manosfeer: het is niet alleen een ideologie, het is ook een verdienmodel. Het doet me denken aan die jongens die vanuit Dubai cursussen verkopen over hoe je rijk wordt. Hun verdienmodel is niet de geheime kennis waarmee jij rijk wordt. Hun verdienmodel is dat jij denkt dat zij geheime kennis hebben. De manosfeer doet hetzelfde, maar dan met mannelijkheid. Wat ze verkopen is het gevoel dat je zonder hen een mislukking bent.
Natuurlijk moeten ouders met hun kinderen praten. Natuurlijk moeten docenten weten wat er speelt. Natuurlijk helpt het als je niet meteen begint te gillen zodra je zoon de naam Andrew Tate noemt, alsof hij Voldemort is met een Ring Light. Maar laten we niet doen alsof een goed gesprek aan de keukentafel voldoende is tegen een industrie die precies weet waar een onzeker kind op klikt. Dat is alsof je zegt: 'Praat eens rustig met je peuter over zijn suikerbehoefte', terwijl je hem alleen achterlaat in een fabriek van Haribo. Want misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste opvoedvraag van deze tijd. Niet: hoe houd ik mijn kind weg bij alle rotzooi? Maar: wie verdient eraan dat mijn kind zich zo voelt?
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))