Door: Redactie
Charlie (44) dacht dat ze geluk had met Marcel (46), tot ze hem betrapte en zo haar grote passie en gezin kwijtraakte.
‘Ik leerde Marcel kennen op een basketbaltoernooi. Ik was 22, hij twee jaar ouder. Er speelden acht teams, allemaal uit de provincie Gelderland. Omdat onze teams redelijk snel uitvielen, moedigden we samen de finalisten aan. Marcel zat naast me op de tribune. Ik vond hem verlegen en slungelig. Hij was lang en mager. Ideaal voor basketbal, maar persoonlijk hou ik van wat meer body. Wat me aantrok was zijn passie voor het spel. Hij juichte. Toonde emoties. Wipte op zijn voeten als het spannend werd. Dat vond ik mooi. We raakten aan de praat en ik merkte hoe grappig hij was. Marcel had van die droge, cynische humor waar ik gek op ben. En hij was galant. Hij is zo’n man die als je rilt zijn vest uittrekt en over je heen slaat. Hij masseerde mijn enkel toen ik me verstapte. De dag erna, ik liep nog wat wankel, haalde hij broodjes voor me in de kantine. Dat zorgzame vond ik bijzonder. Hij vroeg niet wat ik ‘deed’ in het leven, maar hoe ik me voelde. Marcel was niet bezig met stoer doen maar met mens zijn. Op het afscheidsfeest vertrokken we eerder. We zijn allebei geen party people. Toen hij me afzette bij mijn huisje, we zaten op een vakantiepark, trok ik hem naar me toe en zoenden we. Ik wilde niet dat hij na deze intensieve sportweek samen uit mijn leven zou verdwijnen. Het ging regenen en ik nam Marcel mee naar binnen. We sliepen lepeltje-lepeltje in mijn eenpersoonsbed. Hij hield mijn enkel vast en kuste mijn haar. Ik voelde me zo veilig bij hem dat ik hem nooit meer los wilde laten.’
Van dezelfde klei
‘Vanaf toen werden we een stel. Het was geen relatie vol passie, maar we waren van dezelfde klei gemaakt. We ontdekten dat we dezelfde dromen hadden: een gezin, een fijn huis. We hielden allebei van cabaret en tuinieren. Na twee jaar daten, kochten we een huis en zijn we getrouwd. We wilden niet meer met weekendtassen sjouwen maar samen zijn. Dit was voor altijd. Waarom dan nog langer wachten? We waren echte huismussen. Konden uren op de bank zitten om te filosoferen over de boeken die we lazen. Op zondag bakten we broodjes. Marcel en ik hoefden geen lange reizen te maken of designerkleding te kopen. We waren tevreden met elkaar en basketbal was en bleef ons leven. Voor ons was het goed zo. Geluk zit in kleine dingen, vonden we allebei.’
‘In de weekenden en door de week basketbalden we. Het duurde langer dan we hoopten maar na vier jaar was ik zwanger. Toen onze dochter geboren was, volgde onze zoon binnen een jaar. We genoten van ons gezin. Dat onze kinderen ook op basketbal gingen, vonden we geweldig. Ons leven draaide om onze club. De leden onderling klikten met elkaar. We gaven barbecuefeestjes en organiseerden andere leuke dingen voor alle kinderen. Het klinkt misschien simpel, maar voor ons was dat voldoende. Ik was inmiddels 39 en Marcel 41. Van vriendinnen hoorde ik weleens dat ze in een soort loop terechtkwamen van ‘is dit het nou’, maar alles waar ik ooit van droomde, vond ik bij Marcel. Op een dag in februari kwam hij na een training thuis met het idee om het jaar erop de Nijmeegse Vierdaagse te lopen. Iemand had het geroepen als groepsactiviteit en het leek hem wel wat. Of ik ook mee wilde? Ik kampte met een knieblessure en haakte af. ‘Wie doen er nog meer mee?’ vroeg ik. Hij noemde wat namen – mensen die ik kende en mocht. ‘Moet je zeker doen,’ zei ik. Ik wilde hem niet straffen omdat ik zelf niet mee kon wandelen. Vier keer in de week werd er getraind. Ik volgde alles via de club en die eerste weken liepen onze kinderen weleens een avondje mee. Na een week of vijf hoorde ik dat drie andere lopers waren afgehaakt. Alleen Marcel, Fiene en Joost waren nog over. Dacht ik.’
Zoenend op de bank
‘Op een avond was ik niet lekker. Buikgriep, dacht ik. Marcel ging trainen. De jongste gamede bij een vriendje. De oudste woonde net op kamers. Ik ging vroeg naar bed, toen ik half doezelend dacht dat ik iets hoorde. In de woonkamer zag ik ze liggen op de bank: Marcel en Fiene. Innig zoenend. Zijn hand in haar broek. Fiene en ik trainden met elkaar. Dronken koffie na een training. Douchten samen! Ik heb gevraagd of ze wilde vertrekken. Daarna stortte ik in. Moest huilen. Marcel bleef maar sorry zeggen. ‘Hoe lang al?’ vroeg ik. Pas toen hoorde ik dat Fiene en Joost al een half jaar uit elkaar waren, iets wat ik compleet had gemist door mijn blessure. Marcel leek opgelucht dat hij zijn verhaal kwijt kon. Maar ik werd bij elk detail dat hij uitspuugde steeds misselijker. Mijn keurige Marcel. De huismus, de familyman, neukte onderweg tijdens het trainen met Fiene in het struikgewas. Onder bruggen. In een park. Ik kon het niet geloven, wilde scheiden. En toch kon ik het niet. Ik haatte hem en hield van hem. Hij is een geweldige partner. Een fantastische vader. Dat maakt weggaan extra ingewikkeld. We deelden zoveel. We zijn gestopt met de club en in therapie gegaan. Marcel had verschrikkelijke spijt van zijn ‘bokkesprong’, zo noemde hij het. Ik was zijn eerste vriendin, hij wilde weten hoe het met een ander was. Hij vond de affaire spannend. Nu snapt hij niet meer dat hij zich zo heeft laten gaan. Ik wilde zo graag alles vergeten en een nieuwe start maken. We bleven broodjes bakken op zondag, tuinieren en hadden zelfs weer seks. Maar het ging niet meer. Het vertrouwen was stuk. Ik was op. Vernederd. Leeg. Elke dag was ik bezig met dat plaatje in mijn hoofd: Marcel die tussen de struiken met zijn broek op z’n knieën op Fiene lag. Mijn basketballiefde is gedoofd. Ik woon nu met de jongste in ons huis. Marcel kocht het huis van zijn ouders. Het contact is goed, maar meer zit er niet in. En Fiene en Joost? Die zijn doodleuk weer bij elkaar.’
Dit verhaal staat in &C's nieuwste editie 'Ik ben er even niet'.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))