Door: Edson da Graça
Voordat je kinderen hebt, leef je in een gevaarlijke illusie. Je denkt dat opvoeden een serie diepgaande gesprekken is. Je ziet jezelf al zitten aan de keukentafel, een soort mini-TED-talk houdend over wederzijds respect en waarom sneakers in de looproute levensgevaarlijk zijn.
Al snel kom je erachter dat je kan lullen als Brugman maar kids luisteren niet, ze kijken. Dat maakt opvoeden niet alleen frustrerend, maar ook echt eng. Je wordt niet afgerekend op je mooie praatjes, maar op je slechtste momenten. Je kunt een uur lang met engelengeduld uitleggen dat schelden onbeleefd en totaal niet wenselijk is. Maar als je vijf minuten later je teen stoot tegen de salontafel en de kamer bijeen vloekt als een bouwvakker met Gilles de la Tourette, raad eens wat er de volgende ochtend op het schoolplein gebeurt?
Als ik erover nadenk hoe vaak ik mijn kinderen corrigeer op zaken die ik zelf de hele dag doe, dan win ik met gemak de Hypocriet van het jaar-award. Ik verkondig dat schermen ‘ongezond’ zijn, terwijl ik zelf door Instagram scrol alsof ik de boel eigenhandig moet modereren. Ik hamer op het belang van eerlijkheid, maar als de onmacht toeslaat en ik maar één manier zie om ze te kalmeren, fluister ik: ‘Jullie krijgen nu een snoepje, maar zeg niks tegen mammie, oké!’
Vroeger dacht ik oprecht dat mijn eigen ouders overdreven. Alles moest netjes, rustig en volgens de etiquette. Ik zwoer dat ik het anders zou doen. Maar de biologische klok tikt onverbiddelijk en ineens hoor ik mezelf zinnen uitspugen die mij verdomd bekend voorkomen. Shitzooi, je wordt op een dag wakker en je bent je vader. Het pijnlijkste is dat die spiegel constant voor je neus wordt gehouden. Als mijn zoon theatraal met zijn ogen rolt omdat ik voor de honderdste keer een zin begin met: ‘Toen ik zo jong was…’ zie ik exact mijn eigen passief-agressieve rotkop.
We focussen ons kapot op de preken, de opvoedboeken en de podcasts van zelfbenoemde experts. Maar de opvoeding vindt plaats in de split second waarin alles in de soep loopt en misgaat. Op die hectische dinsdagochtend, wanneer de havermelk op is, er nog vier broodtrommels gevuld moeten worden en Soesje de poes net op het tapijt heeft gekotst. Hoe je dan reageert, dat is wat ze daadwerkelijk meekrijgen. Kinderen doen vrijwel nooit wat je zegt, maar werkelijk alles wat je doet. Als ik hier één ding van heb geleerd, is het dat opvoeden een delicate balans is. Ik ga mijn preken echt niet helemaal overboord gooien. Woorden geven richting, en die waarden wil ik ze nog steeds meegeven. Maar ik besef nu meer dan ooit dat die woorden pas waarde krijgen als ik ze zelf ook nakom.
Het is het ultieme practice what you preach. Als ik wil dat mijn kinderen fatsoenlijk, rustig en eerlijk opgroeien, zal ik toch echt eerst zelf die lat moeten aantikken. Het zwaarste opvoedwerk zit dus niet in hen, maar in mezelf. Ik moet eerst die kleine spionnen recht in de ogen kunnen kijken. En tot ik dat helemaal vlekkeloos onder de knie heb? Dan hoop ik maar dat ze af en toe even knipperen met hun ogen als ik weer eens keihard de mist in ga.
Deze column – en nog veel meer heerlijk leesvoer – vind je in &C's Babyspecial.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))