Door: Edson da Graça
Het festivalseizoen staat weer voor de deur. Of is net voorbij. Dat weet je tegenwoordig nooit meer.
Festivals zijn net pepernoten: ze beginnen steeds vroeger en eindigen steeds later. Vroeger waren Maud en ik erbij. Altijd. Ik was net gescheiden en leefde een soort dubbelbestaan. De ene week was ik Superpapa. Boterhammen smeren, mondhoekjes schoonvegen, verhaaltjes voorlezen, zoeken naar die ene schoen die vrijwillig uit het gezin was gestapt. De andere week stond ik met een zonnebril op mijn hoofd om half drie ’s nachts te raven.
Maud heeft mij leren feesten. Maar echt FEESTEN. We gingen overal heen: Lowlands, Pitch, Vrijland, Paaspop, daarna nog naar de after van het festival in de club. Als wij om 4.00 uur de club uit kwamen rollen, dacht ik: nou, dat zit er weer mooi op, terwijl Maud nog maar net was opgewarmd. Ik had weleens gefeest totdat er mensen naar hun werk moesten maar nog nooit totdat ze van hun werk kwamen.
Maar dan… acht jaar later. We schrijven dag twee van Lowlands 2023. Iedereen op het terrein zit hoog in de energie. Je voelt het aan alles. En het eerste teken van ouderdom is dat Maud en ik geen idee hebben waarom iedereen zo overdreven enthousiast doet. ‘Wat is hier aan de hand?’ ‘Charlotte de Witte.’ Natuurlijk. Charlotte de Witte. De absolute techno-koningin van het moment, zo werd ons verteld.
Mensen stonden al een uur van tevoren bij de Alpha. De spanning was voelbaar. Dit was hét moment van het weekend. Precies toen keek ik naar Maud. Niet verliefd. Niet verwachtingsvol. Niet opgewonden. Moe. Gewoon verschrikkelijk moe. Ik zeg: ‘Schat, zullen we weggaan?’ Maud kijkt me aan alsof er net tien kilo van haar schouders valt en zegt volmondig ‘JA!’ Onze vrienden keken ons aan alsof we zojuist hadden aangekondigd dat we tijdens de WK-finale alvast naar huis gingen om de vaatwasser uit te ruimen. Maar dat is ook een voordeel van ouder worden: je ontdekt dat jouw vertrek zelden de historische impact heeft die je jezelf jarenlang hebt toegedicht. Charlotte zou het overleven. Onze vrienden waarschijnlijk ook.
Dus terwijl duizenden mensen zich opmaakten voor de techno-openbaring van het jaar, liepen wij richting uitgang. Richting ons eigen festival van vier kinderen, een setje van zeven wasjes en linksvoor verzamelen bij het fornuis. Maar toen kreeg ik een beter idee. ‘Schat, de oppassers zijn er toch het hele weekend, waarom boeken we geen hotel en daar gaan wij dan de hele nacht lekker… SLAPEN.’ Maud keek me aan alsof ik had voorgesteld om een bank te beroven. ‘Dat kunnen we toch niet maken?’ ‘Waarom niet?’ ‘Nou… omdat we dan letterlijk een hotelkamer boeken om te gaan slapen.’ Terwijl ze die woorden uitspreekt, zie ik bij haar het besef indalen dat dit een geniaal idee is. Dat was namelijk inmiddels onze wildste fantasie geworden. Dus boekte ik een kamer. Met een bed zo groot dat je er een middelgrote provincie in kwijt kon. Verduisterende gordijnen. Geen kinderen. Geen tent. Geen dronken buurman die om half zes besloot dat Wonderwall een groepsactiviteit was. Gewoon stilte.
Terwijl Charlotte de Witte begon aan haar set, begonnen wij aan acht uur onafgebroken diepe slaap. Charlotte begon. Wij stopten. En begrijp me niet verkeerd: fantastische artiest. Maar die avond legde ze het af tegen een kingsize boxspring. Sommige mensen gingen naar Jupiter. Wij gingen naar bed. En ik heb er nog geen seconde spijt van gehad. Want misschien is dat wel ouder worden. Niet dat je feestjes minder leuk gaat vinden, maar dat je eindelijk eerlijk genoeg wordt om toe te geven aan wat je liever doet. Vroeger sliep ik zodat ik kon feesten. Nu feest ik af en toe zodat ik het slapen extra kan waarderen. En als Charlotte de Witte dit ooit leest: niets persoonlijks. Maar die avond draaide DJ Auping een set waar jij simpelweg niet tegenop kon.
Deze column staat in &C's nieuwste editie 'Ik ben er even niet' die nu in de winkels ligt.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))