Door: Edson da Graça
De vakantieperiode is eindelijk voorbij, en als ik heel eerlijk ben: godzijdank.
Terwijl half Nederland intens gelukkig wordt van wekenlang uit zijn neus vreten op een Franse camping, breekt bij mij het angstzweet uit zodra de koffers uit de kast worden getrokken. Ik haat vakantie. Of nou ja, ik haat wat vakantie met mij doet. Het dwingt me tot iets waar mijn hele systeem meteen tegen in opstand komt: vertragen. Niets doen. Mijn interne motor staat standaard in versnelling vijf, en zodra je die in de vrij zet, begint de onrust.
Ik weet nog. Mijn vrouw Maud zat met de kinderen vier maanden op Bali. Vier maanden! Zij zat daar volledig in haar element te floreren. Helemaal zen, kokosnoten drinken, met Kenza (mijn zoon) hagedissen tellen en de diepere betekenis van het leven ontdekken. Ik moest werken maar kwam voor twee weken over. Het plan? Lekker romantisch en ontspannen aansluiten in het paradijs. De realiteit? Na anderhalve week was ik de reïncarnatie van een goudvis in een veel te kleine kom. Ik werd knettergek van mezelf. Terwijl Maud sereen met haar voeten in het zand naar de zonsondergang keek, stond ik achter haar te ijsberen, zoekend naar een deadline of een mail die héél dringend beantwoord moest worden. Het paradijs was voor vier hele dagen het paradijs, maar daarna wist ik het wel. Ja, ja mooi groen, ja wauw een waterval, maar door die waterval kan ik geen facturen sturen. Wacht eens even, dit kost me geld! Stress.
Ik vind die onrust zelf ook verschrikkelijk. Maar mijn brein is geprogrammeerd in de tijd dat er thuis nooit geld was. Als je opgroeit in de overlevingsstand, leer je dat stilstand gelijkstaat aan achteruitgang. Nu heb ik het voorrecht dat de zaken fantastisch lopen, maar die interne thermostaat laat zich niet zomaar uitschakelen door een tropisch briesje. Dus blijf ik bewegen. De laatste tijd is het echter omgeslagen van overleven naar ik moet succesvoller zijn. Ik wil meer. Ik wil beter.
Het is inmiddels zo erg dat Maud een officieel vakantie-ultimatum heeft gesteld. Langer dan twee weken met mij weg? ‘Laat maar zitten, Edson.’ Mijn onrust is blijkbaar zo besmettelijk dat de hele spirituele rust die zij in vier maanden heeft opgebouwd, binnen 24 uur is verdampt. Ik ben een wandelende stoorzender voor haar innerlijke vrede.
Pas in die totale, gedwongen stilte van het nietsdoen word je geconfronteerd met de waanzin van de ratrace. We jagen allemaal achter succes aan alsof het een eindstreep heeft die we moeten halen om erbij te horen. Als ik een avond aan het doomscrollen ben, zie ik allemaal jonge mensen die het helemaal gemaakt hebben. Je zou bijna denken dat je, als je op je 22ste geen goedlopend bedrijf hebt, een melaatse bent in deze maatschappij. Het is één grote arena van zien en gezien worden. Maar wat ben je nou eigenlijk aan het chasen? Is succes echt te meten in de glans van je spullen, een dikke auto of het saldo op je bankrekening? Aan het einde van de dag is al die materie gewoon een lege huls. Elon Musk heeft 500 miljard maar maakt op mij nou niet echt een heppiedepeppie indruk to be honest.
De harde, maar prachtige les die ik daar op Bali tussen mijn ijsbeersessies door begon in te zien, is dat de echte rijkdom allang naast me liep op het strand. Het zit in het pure geluk van je kinderen, een vrouw die ondanks je kortsluiting nog steeds met je wil praten, vrienden met wie je mooie gesprekken kan hebben. Ik voel dat mijn grootste goed fijne menselijke interactie is. Wat heb je eraan om de hele wereld te veroveren als je onderweg jezelf en de mensen om je heen compleet uit het oog verliest?. Dus ik ga proberen te leren vertragen. Niet omdat het moet, maar omdat de mensen om me heen het verdienen. En ikzelf stiekem ook.
Deze column staat in &C's nieuwste editie 'Zuinig is het nieuwe chic' die nu in de winkels ligt.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))