Regine reanimeerde haar buurvrouw: ‘Iets later en ze was misschien wel dood geweest’

Body & Mind

Regine reanimeerde haar buurvrouw: ‘Iets later en ze was misschien wel dood geweest’

Steffi Posthumus
Door

Steffi Posthumus

Gepubliceerd op

15 augustus 2022 18:00

Bron / Fotografie

fotografie Aisha Zeijpveld

Gepubliceerd op

15 augustus 2022 18:00

Bron / Fotografie

fotografie Aisha Zeijpveld

Regine Paarlberg was er als de kippen bij toen haar buurvrouw gereanimeerd moest worden. Maar goed ook, zo bleek.

Regine (32): 'Veertien jaar geleden deed ik mijn eerste reanimatiecursus. Ik was achttien en volgde destijds de opleiding tot dokters­assistent. We leerden baby’s, kinderen en volwassenen reanimeren. Dat ging allemaal prima, maar ja, je denkt daar wel: nu maar hopen dat het me in het echt ook lukt.'

'Die vuurdoop kwam snel. Tijdens mijn stage in een huisartsenpraktijk. De arts rende langs, trok me achter mijn computer vandaan en riep: ‘Kom, we moeten naar een reanimatie!’ Ik schrok me rot. Dacht: kan ik dit wel? Weet ik wel alles? Ik wil dit niet. Eenmaal daar aangekomen, waren anderen al bezig met reanimeren. De huisarts sloot het AED-apparaat aan, ik stelde vooral de familie gerust. Toch maakte het een flinke indruk. Iemand ligt daar bijna dood te gaan, mensen zijn in paniek, je beseft dat het in één klap gedaan kan zijn en dat wij verantwoordelijk zijn voor een leven. Dat zijn dingen die je niet leert op zo’n cursus. Ja, ze vertellen dat je na een reanimatie contact kunt opnemen met slachtofferhulp. Meer kunnen ze ook niet doen. Want hoe kun je je op zo’n situatie voorbereiden? Dat is net zoiets als je voorbereiden op de komst van een kind: je kunt je nog zo goed voorbereiden, maar pas als je kind er is, ervaar je wat dit betekent.'

'Na mijn eerste reanimatiecursus werd gevraagd of ik me aan wilde melden bij Hartslagnu. Dat is een app die je een melding stuurt als er iemand in de buurt van jouw woon- of werkadres gereanimeerd moet worden. Het leek me na die cursus wel mooi om iets met die opgedane kennis te doen, al helemaal omdat ik in de zorg werk. Dus meldde ik me aan. In de jaren daarna heb ik een paar keer een reanimatiemelding gehad. En eerlijk? Ik ben aardig stressbestendig, maar ik schrik me elke keer weer rot als er zo’n melding binnenkomt. Het maakt iets heel tegenstrijdigs bij me los. Eerst denk ik: ik wil niet! Stel je voor dat ik een fout maak. Het gaat wel om een leven. Maar die schrik maakt al snel plaats voor een tunnelvisie: ik moet nú helpen. Na zo’n melding rij ik ook echt als een kip zonder kop naar de plek van de reanimatie toe. Heel slecht eigenlijk, maar ik wil zo snel mogelijk ter plaatse zijn. Vaak waren er al genoeg mensen op het moment dat ik aankwam. Maar het is ook een keer voorgekomen dat ik moest helpen het AED-apparaat aan te sluiten.'

Bij de buren

'Ondanks die ervaring was het die ene avond, maandag 30 december 2019, allemaal anders. Mijn kinderen lagen al te slapen, m’n man zat nog op de bank tv te kijken en ik ging op tijd richting bed om fit te zijn voor oud en nieuw. Ik liep de trap op richting de slaapkamer met mijn mobiel in mijn hand en kreeg opeens een melding van Hartslagnu. Ik riep meteen naar mijn man: ‘O, nee, reanimatie! Volgens mij bij de buren,’ gevolgd door het adres, want hij weet dat soort dingen vaak beter dan ik. 'Dat is hier vlakbij,' zei hij. Op mijn sokken rende ik naar buiten. Eerst naar de buren twee huizen verderop. Daar woonde een bejaard echtpaar. Hun voordeur stond open, dus ik dacht meteen dat het een van hen was. Maar toen ik bij hen binnenrende, zei die vrouw meteen: 'Nee, je moet hiernaast zijn.' Haar echtgenoot was er ook al naartoe.'

'Toen ik daar binnenliep, trof ik mijn 56-jarige buurvrouw op de grond aan. Ze had op de bank gezeten, was opgestaan omdat ze zich niet goed voelde en vervolgens in elkaar gezakt op de grond tussen de bank en de tafel. Haar man was totaal in paniek. Hij wist niet wat hij moest doen, kon alleen maar huilen en liep doelloos heen en weer door het huis. Ook de oudere buurman had geen idee wat hij moest doen. Ik stond er dus helemaal alleen voor. Dát had ik nog nooit meegemaakt. Opeens was ik degene die alles moest beslissen: is het wel een reanimatie? Ademde ze écht niet meer? Dat leer je natuurlijk allemaal wel op zo’n cursus, maar als puntje bij paaltje komt, zijn het toch heftige beslissingen die je moet nemen. In het geval van mijn buurvrouw kwamen er nog kleine geluiden uit haar mond. Een bizarre gewaarwording, want praktisch is iemand even dood: je hart stopt ermee, je ademt niet meer. Daardoor twijfelde ik: ademde ze dan toch nog? Achteraf bleek dat die geluiden kunnen ontstaan door maagsap dat nog een beetje borrelt. Wist ik niet. Gelukkig kon ik vrij snel knopen doorhakken en besloot ik de reanimatie voort te zetten. Niet twijfelen, maar doen.'

Niet meer alleen

'Vanaf het moment dat ik aan de slag ging, had ik geen besef meer wat er om me heen gebeurde. Ik was alleen maar bezig met mijn buurvrouw. De laatste keer dat ik een herhalingscursus deed, was twee jaar terug. Op zich wist ik alles nog, maar ik dacht toch: hoe ging het ook alweer? O ja, tellen. Pompen. Hoofd goed houden. Zorgen dat ze lucht kan krijgen. In principe maakt het op zo’n moment niet veel uit of je het vijf keer te veel of twee keer te weinig doet, als je maar wat doet. Maar toch, ik wilde het goed doen. Haar leven redden. Ik kan me niet herinneren dat er in dat proces een moment was waarop ik dacht: o, nu gaat het lukken. Maar ook niet: nu gaat het mis. Ik was alleen maar bezig met doen. Na een tijdje rende een andere buurvrouw binnen die ook kon reanimeren en een melding van Hartslagnu had gekregen. Hoewel alles in een flits langs me heen ging, weet ik nog wel dat ik opluchting voelde: fijn, ik draag deze verantwoordelijkheid niet meer helemaal alleen.'

'Niet veel later arriveerde ook de politie. 'Moeten we het overnemen?' vroegen ze. 'Nee, laat ons maar gewoon doorgaan,' zei ik, 'we zitten er nu toch al helemaal in.' Terwijl de politie zich ontfermde over de buurman en alle omstanders, hielpen andere buren ons met het kapot knippen van de kleding en het op de borst plakken van de AED die de politie had meegenomen. Zo’n AED geeft het hart een impuls door middel van een elektronische schok. Fijn, want met de hand pompen is knap zwaar. Je moet behoorlijk hard op iemands borst duwen en je zit de hele tijd op je knieën – in dit geval ook nog op een heel onhandige plek tussen de tafel en de bank. Maar goed, de adrenaline gierde door mijn lijf, dus van vermoeidheid of kramp voelde ik niets. Als ik nog een halfuur zo had moeten pompen, had ik het ook gedaan. Besef van tijd had ik sowieso niet meer. Alles ging razendsnel en tegelijk voelde het alsof ik uren bezig was. Achteraf hoorde ik dat de ambulance er al na een minuut of acht was. 'Redden jullie het nog even?' vroegen ze, 'dan zetten wij snel de spullen klaar.''

Lees het hele verhaal in &C's editie 8 'Zeg, valt er nog wat te flirten?'

Sale
€6,95 6 ,26

delen
Steffi Posthumus

Steffi Posthumus (1988) is – naast Editor Premium Content bij &C – een vroege vogel, maar wel een met een ochtendhumeur. Ze woont in een kleurrijk Amsterdams paleis met kat Prins én giga discobal, probeert al twee jaar lang Turks te leren (met matig succes) en eet 't liefst alles met een goede lik sambal.

Wil je ook lezen