Door: &C Redactie
Lummelen, lanterfanten, luieren… Het klinkt heerlijk, maar we zijn er niet zo goed in. We staan continu ‘aan’ en voelen ons schuldig als er een niks-momentje oppopt. Daarom dit pleidooi om vaker te niksen, mét tips om je inner nikser wakker te maken.
Lees je dit artikel op een strandbedje met een glas Aperol Spritz in de aanslag? Of lig je heerlijk aan het zwembad? Ben je helemaal relaxed? Of voel je je misschien schuldig omdat je de hotelgym nog niet hebt uitgeprobeerd, je 10.000 stappen al drie dagen niet hebt gezet, de fibermax-smoothie bij het ontbijt hebt overgeslagen en koos voor twee croissants mét roomboter? Of ben je in je hoofd heel stiekem nog met werk bezig? Betrapt!
Ontspannen, we kunnen het maar moeilijk. We leven in een prestatiemaatschappij waarbij ons werk, privéleven en lichaam continu aan allerlei eisen moeten voldoen. Niet alleen van de buitenwereld en social media, maar vooral van onszelf. Niet gek dus dat burn-outs en stressgerelateerde klachten de pan uit rijzen. Zelfs de hedendaagse wellnesscultuur is gebaseerd op presteren. Wat we doen voor ontspanning is ook een to-dolijst geworden: we móéten mediteren, we móéten wandelen om onze stappen te halen en we móéten een abonnement bij die dure, maar o zo hippe sportschool. Doe je iets voor je gezondheid, sta je nog steeds ‘aan’, terwijl de ultieme wellnesshack honderd procent gratis en veel makkelijker is. Trek je sportschoenen uit, laat die vezelrijke smoothie even staan en leg je mobiel in een andere kamer. Het is tijd voor een pleidooi voor de edele kunst van het lummelen, lanterfanten, ofwel niksen.
Niksen is echt niets doen
Misschien denk je nu: ik ben toch goed bezig, ik lig hier met mijn tijdschrift in de zon, lekker te niksen. ‘Helaas,’ zegt gelukspsycholoog Josje Smeets, ‘lezen is best hard werken voor ons brein.’ Ze legt uit wat niksen dan wél is. ‘Niksen is bewust en zonder reden helemaal niets doen. Je verwacht helemaal geen resultaat of een productieve uitkomst. Het is lummelen, vervelen, hangen, staren, wegdromen. Je hoeft alleen maar te zijn. Je hoeft eens niet te presteren.’ En dat is goed, want als we niet met volle focus met iets bezig zijn, schakelt ons brein over naar het zogenaamde default mode netwerk (DMN) – ofwel de dwaalmodus van het brein. ‘Vroeger dachten hersenonderzoekers dat het brein dan echt even stil lag, dat het hartstikke lui was, maar nu weten we dat het dan juist heel erg actief is. Het is vooral druk met herstel en opruimen, met zelfreflectie en het verwerken van ervaringen en emoties. Mensen die te weinig tijd nemen om te niksen, kunnen meer piekeren of stress ervaren.’
En niet alleen daarom is het goed om vaker niets te doen. ‘Het brein legt in dit netwerk verbanden tussen gebeurtenissen. Juist op het moment dat je nikst, onder de douche staat, uit het raam staart of op het strand ligt, krijg je vaak de oplossingen voor je problemen. Voor het bevorderen van je creativiteit en vinden van oplossingen is dus niksen in plaats van eindeloos piekeren dé oplossing.’
Mentale reset
Niksen geeft je brein een mentale reset, maar bijna niemand kan meer niets doen. Als ik naar mezelf kijk, dan zou ik mezelf in het verleden de ‘Queen of doing nothing’ noemen. Ik had zelfs een eigen woord voor niksen: kuttelen. Ik kon heerlijk languit op de bank een beetje staren naar het plafond. Tegenwoordig gaat dat steeds lastiger, omdat mijn mobiel een verlengstuk van mijn arm is geworden. ‘Even dat opzoeken’, ‘Even Insta checken’, en voor je het weet lig je een halfuur te scrollen in plaats van te niksen.
En ik ben niet de enige die steeds meer moeite heeft met niksen. Voor vriendin M., moeder van twee zoons, voelt niksen zelfs als tijdverspilling. ‘Als ik niets doe, voel ik me schuldig, zeker als ik thuis ben. Met mijn drukke werk, gezin, hond en andere verplichtingen valt er altijd wel wat te regelen: de was, meehelpen met het huiswerk, een vakantie boeken. Stilzitten kan ik niet, ik sta altijd in regelstand. Voor mij is niets doen even geen verplichtingen hebben. Op een terras een boek lezen vind ik het leukste om te doen of in mijn eentje naar het museum gaan. Daar laad ik van op. Ook wandel ik iedere dag met de hond, maar dan wil ik óók die 10.000 stappen zetten. Ik kan op dat moment wel mijn hoofd leegmaken, maar ik zie wel dat ik óók daar mezelf weer prestatiedruk opleg. Dat is best confronterend.’
Niet lullen, maar poetsen
Ook vriendin K., samenwonend, herkent de struggle om echt niets te doen. ‘Gisteren lag ik op het strand en opeens besefte ik dat ik continu op mijn telefoon zat. Hup, leg ’m weg en kijk om je heen en luister naar het ruisen van de zee, moest ik tegen mezelf zeggen. Ook thuis heb ik geen rust om even voor me uit te staren en moet mijn brein voortdurend vermaakt worden. Niets doen voelt als zonde van mijn tijd, dan kan ik net zo goed even een boodschapje doen of de vloer dweilen. En wat ik ook ervaar: als je niet druk bent, dan tel je niet mee of ben je lui. Druk zijn is een soort statussymbool. Van huis uit kreeg ik mee om altijd door te gaan en niet te piepen. Ik denk dat dat ook meespeelt bij het schuldgevoel om me over te geven aan het niksen.’
Volgens Smeets is dat heel herkenbaar. ‘Dat we niksen als lui zijn gaan zien, heeft te maken met onze geschiedenis. De babyboomers bouwden na de Tweede Wereldoorlog het land op: niet lullen, maar poetsen werd hun credo. Dit arbeidsethos hebben we in Nederland vastgehouden. Doorwerken, want dan ben je van betekenis en hoor je erbij. En ook al is gen Z meer bezig met work-lifebalance, dan nog willen ze presteren op andere gebieden. Die prestatiedruk gaat alsmaar door. Terwijl niksen eigenlijk niet meer en niet minder is dan mentale hygiëne. Zoals je aan goede lichaams- en slaaphygiëne moet doen, moet je ook aan mentale hygiëne doen. Het is echt gezond om af en toe die pauzeknop in te drukken.’
Il dolce far niente
Het heeft ook met het woord niksen te maken. Tegen wie is niet eens gezegd: ‘Ben je weer aan het niksen?’ Of: ‘Wat ben jij een nietsnut.’ Die negatieve, vingerwijzende connotatie, maakt het ook lastiger om je eraan over te geven. Dan de Italianen, die maken van niksen gewoon ‘Il dolce far niente’: het zoete nietsdoen. Dat roept toch direct het gevoel op van lome zomermiddagen, een glas koude wijn en schaamteloos en schuldvrij genieten?
Laten we deze zomer oefenen in il dolce far niente. In staren naar de golven, luisteren naar krekels en doezelen op strandbedjes. Dan zijn we dit najaar gegarandeerd master in een potje oud-Hollandsch niksen. Leg je telefoon weg, sluit je ogen en doe… helemaal niets. Fijne zomer!
7x Zo doe je niets
Moeite met niksen? Met deze tips krijg ook jij de kunst van het nietsdoen onder de knie.
Begin klein
Als je niet gewend bent om te niksen, zal het in het begin veel weerstand en onrust oproepen. Maar niksen heeft altijd nut, al doe je het één minuut. Smeets: ‘Juist als je klein begint, kan je brein eraan wennen, net als met iedere andere gewoonte. Zet bijvoorbeeld een timer of focus-app aan waarbij je al je social media op je telefoon tijdelijk uitschakelt en bouw iedere dag een beetje meer nikstijd op.’
Wachten = gratis nikstijd
Gebruik een treinreis niet om met een gebogen hoofd doelloos te scrollen, maar staar uit het raam en zie de bollenvelden in bloei staan of de ganzen die in een V-formatie voorbijvliegen. Sta je in de rij voor een koffie? Laat. Je. Telefoon. In. Je. Tas. En sta daar gewoon. Kijk een beetje rond, laat je gedachten dwalen. Gevorderde oefening: sluit voor je plezier aan in de allerlangste rij in de supermarkt. Terwijl iedereen om je heen zucht, zweet en op horloges tikt, ben jij de oase van rust. Jij hebt zojuist een paar minuten gratis nikstijd cadeau gekregen.
Maak je huis niks-vriendelijk
Wil je thuis vaker niksen en is je mobiel je grootste afleider? Zorg dan dat die buiten armbereik in een andere kamer ligt, in een la of op een andere plek waar je moeite voor moet doen. Maak je huis ook niks-vriendelijk. Zet een comfy stoel bij het raam, zodat je daar naar buiten kunt staren. Ontdek fantasiedieren in de wolken en volg voorbijgangers zonder oordeel. Maak ook een nikshoekje op je bank, leg een dekentje en fijne kussens neer, zodat je makkelijker in relaxmodus komt.
Bestudeer Poekie
Heb je een kat of hond? Perfect! Ga zitten en kijk naar je slapende of rondscharrelende huisdier. Daar word je direct kalm van en het maakt dat je zo een kwartier even helemaal niets doet.
Neem een nikspauze
Of je nu thuis werkt of op kantoor, neem een paar momenten op de dag een nikspauze. Vooral als je merkt dat je een energiedip krijgt en alleen nog maar naar je scherm staart als een zombie. Stap achter je bureau vandaan, maak een wandelingetje (zonder muziek of podcast!) of ga even rustig ergens zitten met een kopje thee zonder afleiding. Wedden dat je daarna weer fris als een hoentje en vol ideeën verder werkt?
Transformeer in een meubelstuk
Plof na een werkdag direct op de bank of het bed. Blijf exact zo liggen als hoe je landde. Slaap niet, scrol niet en beweeg geen spier – ook niet als je partner je vraagt hoe je dag was of je kinderen zeuren om eten. Jij nikst en verandert langzaam in een menselijk meubelstuk. Joejoe!
Tussenniksvorm
Smeets: ‘Om de kunst van het niksen onder de knie te krijgen, is het belangrijk dat je brein helemaal geen input meer krijgt. Dus geen boek, niet scrollen, geen muziek en eigenlijk ook geen wandeling, want dan moet je op het verkeer letten en fietsers ontwijken. Maar als je nou écht moeite hebt met niksen, zoals sommige ADHD’ers, dan is een wandeling een soort tussenniksvorm, omdat het een redelijk automatische bezigheid is.’
Dit verhaal staat &C's nieuwste editie 'Ik ben er even niet'.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))