Door: Milou Deelen
Mariska Bisschop uit Almere heeft een eigen schoonheidssalon en werkt in een optiek. Ze ontdekte dat ze een donorkind is en 65 halfbroers en -zussen heeft.
Mariska (40): ‘Ik was zeventien toen ik op een avond naar de wc ging en een gesprek opving tussen mijn ouders. Ik hoorde mijn moeder zeggen dat een oom en tante wisten dat mijn vader niet mijn biologische vader is. Ik was in shock. Die avond huilde ik mezelf in slaap. De volgende ochtend vroeg ik mijn ouders ernaar. Ze schrokken en ontkenden alles. Ik denk dat het een paniekreactie was. Toen ik later die dag thuiskwam, zat mijn vader huilend aan de keukentafel. Mijn ouders vertelden me toen dat ze jarenlang bezig zijn geweest om zwanger te worden. De enige hoop op een kindje was een kunstmatige inseminatie met donorzaad. Ik zei dat er voor mij niets veranderde, dat hij voor altijd mijn vader zou zijn.
Na het gesprek met mijn ouders hield ik het geheim al die jaren voor mezelf. Vooral omdat ik me zo schuldig voelde tegenover mijn vader. Hij was zo verdrietig dat ik erachter was gekomen. Het was eenzaam dat ik er met niemand over kon praten. Toen ik zwanger was van mijn oudste zoon, werd er gevraagd naar erfelijke ziektes. Dat triggerde mij, want dat wist ik van één kant niet. Ik voelde dat ik meer wilde weten over mijn donorverleden, maar mijn moeder kreeg de diagnose kanker en overleed binnen drie maanden. Dat hele donorverhaal raakte daarna op de achtergrond. Totdat ik in mei 2017, vijf maanden na haar overlijden, op RTL Late Night donorkinderen hun verhaal zag delen. Voor het eerst zag en hoorde ik andere donorkinderen. Dat gaf zoveel herkenning. Ze hadden dezelfde vragen als ik: hoe ziet mijn donor eruit? Zou hij weten dat ik besta? Heeft hij meer gedoneerd?
Het was zo fijn om te horen dat die vragen erbij horen. Ik schreef me in bij Stichting Fiom voor een DNA-test en meldde me aan bij een wereldwijde databank. Een paar maanden later kreeg ik een mail dat ik een match had met twee halfzussen. Kort daarna werd ik aan nog een halfbroer en -zus gematcht. Een klein groepje, met wie ik goed contact had. Weer een paar maanden later ontdekten we via een andere match in de databank wie onze donor was. Het bleek gynaecoloog Jan Wildschut, die zijn eigen sperma heeft gebruikt voor fertiliteitsbehandelingen met donorzaad. Er kwamen steeds meer halfbroers en -zussen bij. In totaal 65.
Voordat dit verhaal in de media kwam, schreef ik met mijn vader samen een kaart over dit alles en heb die naar onze hele familie gestuurd. Daarin vertelden we dat mijn vader niet mijn biologische vader is en dat ik mijn halfbroers en -zussen heb gevonden. We werden overspoeld met lieve kaartjes en berichten. De hele familie reageerde heel lief. Ik ben ook heel trots op hoe mijn vader met alles is omgegaan, we zijn een nog hechter team geworden.
Jan Wildschut was al overleden. Ik kan hem nooit meer vragen hoe, wat, waarom. Toch ben ik nooit boos geweest. Ik kijk niet naar wat er niet is, maar naar wat het me heeft gebracht. En dat is zoveel, dat kan ik niet in woorden uitleggen. Maar vooral heel veel leuke halfbroers en halfzussen. Anders was ik voor altijd enig kind geweest. Met zes van hen heb ik dagelijks contact. En bij een aantal van mijn zussen logeer ik regelmatig. De eerste ontmoeting was haast niet in woorden te omschrijven. Ik gaf ze meteen een dikke knuffel en we knepen elkaar in de hand om te beseffen dat het allemaal echt gebeurde. We vonden herkenning en erkenning bij elkaar. Dat is zo waardevol. Het is heel fijn om onderdeel te zijn van zo’n lieve, zorgzame groep mensen.’
De interviews met anderen die uit de school klappen over dubbellevens, lees je deze maand in &C's nieuwste editie 'Wie ken je nou écht?'
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))