Door: Sarah Janneh
Alsof er ergens in een achterkamer van de sportschool op een grote, glimmende knop is gedrukt en we collectief zijn overgeschakeld op hetzelfde vermoeiende script.
De eerste zonnestraal breekt door de grijze teringzooi van de Nederlandse lente en direct begint het gezeik. ‘Ik moet nog even in shape komen’ of met die typische verontschuldigende blik naar een volkomen normale buik: ‘Ik ga nu echt beginnen hoor, even strak trekken voor de zomer.’ Maar mag ik heel even vragen waarom deze domme onzin altijd begint als de zomer weer op de deur klopt? En belangrijker nog: wie heeft in hemelsnaam verzonnen dat we ieder jaar een soort apk moeten doorstaan voordat we met onze poten in het zand mogen zitten?
Ik bedoel: in januari hoor je dit soort onzin niet. Ik heb nog nooit iemand in de zeikende regen op de fiets horen zeggen: ‘Ik werk even aan mijn winter body.’ In de winter mag je blijkbaar ongestoord mens zijn, een mens in lagen, gehuld in te grote truien, beschermd door wol en gevoed door vette sausjes en stamppot. Dan is het prima. Maar o wee als de zon zich drie dagen achter elkaar laat zien. Dan slaat de paniek weer toe.
En ondertussen doen we alsof we heel vooruitstrevend zijn. We smijten met termen als bodypositivity, we roepen hardop dat elk lichaam prachtig is en dat we onszelf moeten accepteren. Maar soms voelt het alsof bodypositivity even een hype was. Iets wat overal opdook, in campagnes, op social media, in gesprekken en daarna net zo snel weer verdween. Alsof het een trend was die we konden ‘uitproberen’, om hem vervolgens weer los te laten toen de aandacht verschoof.
En dat is eigenlijk best pijnlijk. Want de kern van bodypositivity is nooit bedoeld als tijdelijke beweging. Het ging om ruimte maken voor lichamen die jarenlang onzichtbaar of afgekeurd waren. Om het idee dat je waarde niet afhangt van hoe dicht je bij een bepaald schoonheidsideaal ligt. Dat je lichaam geen project is dat constant verbeterd moet worden, maar iets wat er al mag zijn. Nu lijkt het soms alsof we weer een stap terug doen. Oude normen krijgen opnieuw de overhand, en de nadruk ligt weer vaker op aanpassen, corrigeren en vergelijken. Alsof we vergeten zijn hoe bevrijdend het even voelde om dat los te laten.
Misschien is het probleem dat we bodypositivity als een trend hebben behandeld, terwijl het eigenlijk een cultuurverandering had moeten zijn. Iets wat tijd kost, herhaling vraagt, en vooral: bewust blijven kiezen. Want accepteren dat elk lichaam bestaansrecht heeft, is geen fase. Het is iets wat we steeds opnieuw moeten blijven oefenen, juist wanneer de aandacht verslapt. En misschien begint dat klein. Door anders naar jezelf te kijken. Door zachter te zijn, minder kritisch. Door niet mee te gaan in elke nieuwe ‘perfecte’ norm die voorbijkomt, zoals bijvoorbeeld een summer body. Want hoe stil het ook lijkt geworden rond bodypositivity, dat betekent niet dat het verdwenen is. Alleen dat het nu misschien meer dan ooit afhankelijk is van wat we er zelf van blijven maken. Want lieve schat, je summer body komt sowieso. Hij verschijnt elk jaar weer, ergens rond de eerste warme dag. Het is gewoon je lichaam, maar dan met minder kleding en zonnebrand.
Deze column staat in &C's Zomerboek.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))