Door: Marije Knevel
Er zijn mensen die mij niet volgen, maar wel meerdere keren per week mijn Instagram opzoeken om mij te vertellen dat ze mij niet leuk vinden. Dat fascineert mij mateloos. De online haters 2.0
Ik zie het al he-le-maal voor mij.
Truus zit thuis op de bank. Ze pakt haar telefoon erbij. Opent Instagram. Tikt mijn naam in de zoekbalk, want nogmaals, ze volgt mij niet. Scrollt even. Bekijkt welke video haar vandaag het meest tegen de borst stuit. En gaat vervolgens lekker zitten mopperen in de comments.
Niet één keer. Niet per ongeluk. Maar structureel.
DIT IS TOCH BIJZONDER?! Ik heb serieus vragen.
Denk je terwijl je op de bank hangt: Zo, straks nog even langs Marije om te kijken of ik mij lekker ergens aan kan ergeren?
Natuurlijk zijn er opmerkingen die mij kunnen raken, ik ben niet van teflon. Maar wat mij misschien nog wel meer bezighoudt is de vraag waarom iemand dit doet. Waarom besteed je vrijwillig vrije tijd aan iemand die je niet leuk vindt?
Psychologen zeggen dat veel ergernis eigenlijk niet over de ander gaat, maar over jezelf. Dat we geraakt worden omdat iemand iets heeft wat je mist, of iemand iets laat zien wat jij jezelf niet toestaat, of omdat diegene je confronteert met een onzekerheid.
Daar zit iets in. Ik had namelijk jarenlang een vaste hater. Een vrouw die overal opdook, met haar echte naam notabene. Onder bijna iedere post had ze wel iets te zeuren. Te aanwezig. Te veel Engelse woorden. I kid you not. Te veel dit. Te weinig dat.
In plaats van een gevatte sneer terug te maken, koos ik voor een andere tactiek. Ik bleef vriendelijk. Dat vinden haters echt vreeeeeeselijk. Dit heb ik lang volgehouden. Tot ik een keer in de DM aan haar vroeg waarom ze altijd zo gemeen deed.
Toen kwam de aap uit de mouw. Ze bleek jaloers… Hou je vast: op onze lieve rode katers Theo de Tijger (soms Teringlijer) en Lompie de Leeuw (soms Lulhannes). En op mijn relatie met Jelle.
Een volwassen vrouw had een online haatobsessie ontwikkeld vanwege mijn beesten en vent.
Sindsdien kijk ik anders naar online haat. Want die vrouw had niet per se een hekel aan mij. Ze had een hekel aan het gevoel dat mijn leven bij haar opriep. Dat is iets heel anders. Dat maakt rot gedrag niet ineens goed. Maar wel minder indrukwekkend.
Inmiddels ben ik misschien wel net zo gefascineerd door mijn haters als zij door mij. En moet ik daar zelf ook eens mee ophouden.
Want terwijl Truus mijn Instagram opzoekt, klik ik soms ook weer nieuwsgierig op haar profiel. Terwijl zij zuur van zich aftikt, vraag ik mij af waarom zij zo doet. Terwijl zij met mij bezig is, ben ik ook met haar bezig.
Neem de HR-manager in de zorg die altijd afgrijselijk doet in mijn DM. Het zal je leidinggevende maar zijn. Wellicht heb ik haar LinkedIn bekeken en kan ik haar profielfoto zo voor de geest halen. Of die man die vond dat ik aan kanker dood moest. Hij plaatste dat per ongeluk met zijn bedrijfsaccount. Vervolgens heb ik hem misschien gebeld. Hij schrok zich de pleuris om mij aan de lijn te hebben en struikelde over woorden. Heerlijk leedvermaak voor mij. Om zich vervolgens af te vragen hoe ik aan zijn nummer kwam. De pipo.
Het is natuurlijk ook niet helemaal gezond gedrag van mij. Maar ik ben té nieuwsgierig naar deze types.
Ik ben er inmiddels van overtuigd, na het lang bestuderen van mijn haters, dat mensen die gelukkig zijn hun vrije avond niet besteden aan het haten op mensen online.
En mensen die het echt niet raakt, besteden hun vrije tijd waarschijnlijk ook niet aan het analyseren van waarom die vreemden dat doen…
We hebben allemaal gewoon een leuke hobby, lieve mensen om ons heen en minder schermtijd nodig.
En mocht jij toevallig een van mijn vaste haters zijn en dit lezen: stuur me gerust een berichtje. Dan krijg je een beetje liefde terug. Maar hou er rekening mee dat ik mij misschien niet kan bedwingen om op je LinkedIn te kijken.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))