Door: Marije Knevel
Jelle maakt braakgeluiden waarvan ik als sympathiebraker spontaan mee ga doen. Hij heeft de motorbak van ons bootje opengedaan en boven op de motor prijkt een enorme menselijke drol. Pontificaal op het motorblok, alsof het een cadeautje is.
Onze boot is regelmatig het tijdelijke onderkomen van thuisloze mensen. Hij heeft namelijk een heerlijke tent, waardoor je daar lekker droog kan vertoeven. Vaak zijn het drugsgebruikers die er op vertoeven en van sommige drugs moet je blijkbaar acuut kakken. Maar dat je dan een zware motorbak opent om het precies dáár te doen?! Ik offer mezelf maar op en ruim 'm kokhalzend op. Want Jelle klinkt alsof hij een blik surströmming open heeft gemaakt.
Eerder lag de boot op een plek die zo moeilijk bereikbaar was dat je een level uit de allereerste Prince of Persia moest uitspelen om erop te komen. Ik had mijn vintage zilveren champagneschaal, die ik net cadeau had gekregen, aan boord laten staan. Bij terugkomst bleek er toch iemand op gezeten te hebben, en in de schaal te hebben gepist. WAAROM? Het was broeierig warm op de boot, en de urine was gaan schimmelen. Terwijl ik dit tik, ga ik weer over m’n giechel.
Toch gaan lang niet alle tijdelijke bewoners zo met onze boot om. Een keer troffen we keurig opgevouwen kleding, spullen geordend in de bakken en een matras met dekens aan. Toen de boot het water uit moest, ontruimden we het onderkomen met zorg en pijn in ons hart. Het voelde alsof iemand een gewoon leven in stand probeerde te houden, maar alleen geen thuis had.
Niemand bivakkeert voor zijn lol op een boot. Dat doe je omdat er nergens anders plek voor je is. Ik heb het geluk dat ik in een veilig land en liefdevol gezin ben geboren. 't Is maar net waar je bedje staat, en het mijne stond toevallig beter.
Al kent mijn mededogen ook grenzen. Laatst sliep er urenlang iemand op ons gevelbankje. Ik liet hem liggen en wilde hem een maaltijd en douche aanbieden. Precies toen ik naar buiten ging, trof ik de man met zijn broek op zijn enkels aan, pissend tegen de fietsen. Dus liet ik mijn Moeder Teresa-ingeving maar weer gaan.
De straten in Amsterdam veranderen. Vroeger kenden we de thuisloze mensen in de buurt. Inmiddels zijn het er te veel. Om de hoek staat een klein tentenkamp en op ons plein slaapt elke nacht iemand op een matras onder de pingpongtafel.
Deze week waarschuwde Femke Halsema dat de leefbaarheid in grote steden onder druk staat door toenemende dakloosheid, crackgebruik en mensen met verward gedrag. Ze wijst onder meer naar tekortschietende GGZ en arbeidsmigranten die na hun ontslag ook hun woning verliezen.
Woon je niet in een grote stad, dan klinkt dit misschien als een ver-van-je-bedshow. Maar een vastgelopen woningmarkt, falende zorg, verslaving en uitbuiting houden niet op bij de ring A10. Amsterdam is alleen het vergrootglas. Als alle systemen gaten vertonen, wordt de openbare ruimte de laatste opvangplek. Of dat nu een bootje in een gracht is, een stationsbankje of een bushokje in een dorp.
Ik wil geen drollen op onze motor, pis in mijn champagneschaal of crackpijpen op de boot. Compassie betekent niet dat je alles hoeft te accepteren. Maar als onze enige oplossing is om mensen weg te sturen, verplaatsen we hun ellende alleen naar de volgende stoep. Ons bootje zou geen opvanglocatie moeten zijn. Maar dat er mensen slapen is niet het echte probleem. Dat ze nergens anders terechtkunnen is dat wel.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))