Door: Chantal Janzen
Als je me vraagt wie mijn held is, dan denk ik niet aan mensen met capes of grote gebaren. Mijn helden zijn mensen die het pittig hebben in het leven en toch positief blijven.
Die gedachte komt ook door wat er nu speelt in mijn eigen omgeving. Als de partner van een van je beste vriendinnen en daarmee hun gezin wordt getroffen door een ingrijpende ziekte, dan slaat dat in als een bom. Of die lieve bevriende collega, die anderhalf jaar geleden te horen kreeg dat hij ongeneeslijk ziek is en sindsdien alles uit het leven probeert te halen. Als je gezondheid je in de steek laat, kantelt het leven ineens. En toch zie ik dan dus ook weer: ze stoffen allemaal hun knieën af en staan op. Ze gaan door. Ze proberen er iets van te maken. En blijven, ondanks alles, zo positief. Dát vind ik zo ongelooflijk bewonderenswaardig en inspirerend. Dát zijn mijn helden. Mijn all time heroes. Dat gevoel heb ik ook bij mensen in de zorg. Wat zij dagelijks meemaken, wat ze dragen, hoe ze blijven zorgen. Ook zij staan elke dag weer op, met toewijding, met een open hart. Ook als niemand het ziet. Dat is wat echte helden doen. Het goede doen, zonder applaus.
Als ik aan helden denk, mag ook Kiki niet ontbreken. Soms ontmoet je iemand die je zó raakt, dat je die altijd met je meedraagt. Zoals Kiki, die op zestienjarige leeftijd overleed aan leverkanker. Een meisje dat (ondanks alles) positief bleef. Niet boos op het leven. Niet bitter. Ze bleef zacht. Dapper. En zó krachtig. Als ik aan haar denk, krijg ik kippenvel. Wat zij uitstraalde, wat zij liet zien... daar kan je zó veel van leren.
Dat probeer ik nog steeds met me mee te dragen. En dan zijn er de kleine dingen die veel doen. Ik heb het altijd als mensen de moeite nemen om attent te zijn. Iemand die op het juiste moment aan je denkt. Die je naam noemt in een ruimte met betekenisvolle mensen, terwijl je er niet bij bent. Dat raakt me. Mijn moeder is ook zo. Die onthoudt álles. Als je in december tegen haar zegt: 'Hey Joke, ik heb op 8 april om 12 uur een nare ingreep,' dan krijg je op die dag 's ochtends een telefoontje. Ze onthoudt het, schrijft het op. En ze belt. Gewoon omdat ze dat belangrijk vindt. Omdat ze weet dat dat fijn voelt voor diegene. Zo laat je ook weten dat ze je waardeert. Dat heb ik van jongs af aan van haar meegekregen en dat probeer ik ook altijd te doen. Want je moet niet altijd maar aannemen dat mensen wel weten dat je aan ze denkt, of dat ze goed bezig zijn. Je moet het zeggen, schrijven, sturen. Altijd. Gelukkig heb ik door de jaren heen een groepje mensen om me heen verzameld die dat ook doen. Mensen die precies aanvoelen wat je nodig hebt. Die belletjes op het juiste moment, dat ene appje, even laten weten dat ze aan je denken. Het lijkt klein, maar het is zó groot. We houden dat met elkaar in stand. Dat is liefde en vriendschap.
Lees ook: 'Ik vrees dat dit het laatste magische jaar is'
In iedere vriendengroep heb je een soort taak- en rolverdeling. Ik ben vrijwel altijd degene die dingen meteen regelt en wil regelen. De redderen de regelaar, de oplosser, de 'ontkluwer' zeg maar. Niet om mezelf op de borst te kloppen (ik word er ook wel eens knettergek van, en mijn naasten ook) maar ik kan er niks aan doen. Dat is dat moeder Joke-brein, dat hoofd dat gewoon veel onthoudt. Zoals die keer toen wij op Schiphol stonden, en Tina de dag erna zou vliegen, maar hun ESTA’s niet klopten. Terwijl ons vliegtuig op het punt stond op te stijgen, was ik nog aan het bellen, regelen, schakelen met het grondpersoneel van de douane. 'Mevrouw, uw telefoon moet uit.' Ja, prima, maar ik móét dat dan nog even regelen. Ik kan dat dan níet loslaten, omdat ik weet (of denk te weten) dat ik het voor elkaar kan krijgen. Móet krijgen. Zo zit ik in elkaar.
Daar is niet iedereen overigens altijd even blij mee. Zoals de mensen op de vloer van het Gouden Televizier-Ring gala afgelopen oktober. Zo’n liveshow komt pas écht tot leven op het allerlaatste moment. Ik was over bepaalde dingen echt nog niet tevreden en zit dan tot 20 seconden voor de live uitzending nog te tweaken aan m’n teksten. Dan drijf ik de eindredacteur en de autocue-man Niels denk ik tot waanzin, althans ze zeggen van niet maar ik vrees van wel. Maar ik móét het kloppend krijgen. Als het dan draait, als het lijkt alsof daarna alles vanzelf gaat, denk ik: Zo. Dit hebben we toch maar mooi neergezet. Het is werken, werken, werken en dan live, hup, ogenschijnlijk moeiteloos.
En als er tóch iets misgaat? Dan is het gewoon: de grote red-je-reet-show. En eerlijk? Dat is het leven vaak ook. Je redt je reet. Je zorgt dat je niet valt. En als je valt, op die reet, dan sta je weer op. En zo doet iedereen dat op de wereld. Ieder mens. Dus ja, mijn held? Jij misschien wel. Als jij ondanks alles gewoon weer opstaat, iedere keer weer, je reet redt en ondertussen of daarna ook nog iemand anders helpt zonder te zeiken, dan ben je een held. Zonder cape, maar wel met ballen.
Scoor de allereerste editie van 2026 hier
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))