Door: &C Redactie
Groepscadeau regelen? Doet Kim wel. Extra klus? Ook prima. Ze ging zelfs op vakantie met iemand die ze eigenlijk niet eens leuk vond. Met dat pleasen probeert ze nu te kappen. En ja, dat is nog best een ding.
Jaren geleden liep ik een ex-vriend tegen het lijf. Hij vertelde me waarom het volgens hem niet had gewerkt tussen ons: ‘Je vond alles wat ik voorstelde prima.’ Het leek me amper een verwijt. Was het niet juist fijn dat ik voor elke bioscoopfilm, elk recept en elk familiebezoek in was? Nee, weet ik inmiddels. Een ander vindt het ook weleens leuk als je met een idee komt of tegengas geeft, en voor jezelf is het fijn om ook eens te doen wat jij wil. Toch stemde ik vaak automatisch in met andermans verzoeken, omdat ik niemand wilde teleurstellen. Nee zeggen kwam niet eens in me op.
En dus bleef ik elk weekend in een bandje spelen dat ik muzikaal allang was ontgroeid en ging ik veel langer dan afgesproken door met een energieslurpende klus, alleen omdat mijn opdrachtgever anders een probleem zou hebben. Ik ben als twintiger zelfs op vakantie gegaan met iemand die ik eigenlijk al geen vriendin meer noemde, alleen omdat ik dat nu eenmaal ooit had toegezegd. Naar een bloedheet oord ook nog, terwijl ik liever in een ijswak lig. Help, ik ben een pleaser. Of nou ja: een pleaser in herstel.
Geen sorry meer
De afgelopen jaren deed ik verwoede pogingen om minder snel ja te zeggen en me iets vaker af te vragen: wat wil ik eigenlijk zelf? Dat ging met wisselend succes. De grote dingen des levens lukken inmiddels best aardig. Zo ben ik na die ene vakantie nooit meer op reis geweest met mensen die ik medium aardig vond, of naar plekken waarvan ik het prima had gevonden om te sterven zonder ze ooit bezocht te hebben.
Ook in mijn relatie ga ik niet meer automatisch mee in wat de ander wil. Toen ik deze week La La Land opzette (Romantiek! Drama! Een tapdansende Ryan Gosling!), zei mijn vriend dat hij daar echt geen zin in had. Hij wilde liever een documentaire over politieke intriges zien, waar ik dan weer geen zin in had. Ooit zou dat voor mij hebben geresulteerd in een avondje doorbijten, maar nu zochten we een alternatief waar we allebei mee konden leven. Het werd B&B Vol Liefde: romantiek én intriges. Iedereen blij.
Maar bij kleinere dingen blijkt mijn innerlijke pleaser een stuk hardnekkiger. Vriendinnen die aan de andere kant van het land wonen, maar de afstand naar mij te ver vinden? Tuurlijk, ik rij naar ze toe. Zouden we een groepscadeau regelen, maar pakt niemand het op? Geen probleem, ik doe het. Ook betrap ik mezelf erop dat ik voortdurend mijn excuses aanbied voor dingen die niet mijn schuld zijn. Om te zien hoe erg het daarmee gesteld is, zoek ik het woord ‘sorry’ in mijn mailbox. Na de melding ‘600 van vele’ stop ik maar met scrollen.
Werk aan de winkel. Om te beginnen, besluit ik alleen nog maar sorry te zeggen als ik iets verkeerd heb gedaan. Minder vaak sorry zeggen blijkt verrassend eenvoudig. Per mail, althans. Verzoeken waaraan ik niet tegemoet kan komen, sla ik voortaan af met zinnen als: ‘Ik heb dan al andere plannen, graag tot een andere keer!’ Mijn standaardzin bij trage mailreacties wordt niet meer: ‘Sorry voor de late reactie,’ maar ‘Bedankt voor je geduld.’
De eerste paar keer voelt dat ronduit onbeleefd, vooral bij vrienden. Zo zeg ik – na lang wikken en wegen – een theatervoorstelling met vriendinnen af, vanwege een overvolle agenda en een stapel achterstallig werk. Ik had beloofd om mee te gaan en had er zin in, maar ik ben óp. Ik tik een afzegberichtje in de groepsapp, zeg geen ‘sorry’ en voel me superschuldig. Maar niemand reageert beledigd; ze hebben alle begrip. De opluchting! Volgens mij merkt niemand überhaupt dat ik geen excuses aanbied. Hoe vaker ik verontschuldigingen achterwege laat, hoe meer zelfvertrouwen ik krijg.
Vermoorde onschuld
Al typend blijk ik een stuk assertiever dan aan de telefoon. Dat merk ik wanneer een opdrachtgever ineens verwacht dat ik iedere dag beschikbaar ben, terwijl dat nooit is afgesproken. In plaats van te zeggen dat dat niet lukt, hoor ik mezelf uitgebreid vertellen wat er allemaal in mijn agenda staat, alsof ik wil bewijzen dat ik écht niet kan. Het gesprek eindigt gunstig: ik hoef niet dagelijks paraat te staan. Toch baal ik van mezelf. Waarom zei ik niet gewoon dat ik niet kon?
Voor extra handvatten bel ik arbeids- en gezondheidspsycholoog Saskia de Bel, auteur van De perfecte pleaser. Als ik haar vertel hoe uitvoerig ik mijn agenda heb toegelicht, bevestigt ze mijn gevoel: ik gaf mijn opdrachtgever onbedoeld ruimte om mee te denken over mijn planning. ‘Probeer zo weinig mogelijk toe te lichten,’ zegt ze. ‘Geef kort en duidelijk aan dat je geen tijd hebt. Hoe je die tijd indeelt, gaat niemand wat aan. Al was je van plan om met een kop thee op de bank te zitten.’
Meer concrete tips om te stoppen met pleasen? Het hele verhaal 'Kappen met pleasen' vind je in &C's novembernummer, dat nu in de winkels ligt.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))