Door: &C Redactie
Esther (28) dacht een man te hebben gevonden aan wie ze zich kon overgeven. Mark (26) zorgde voor haar, maar toen zijn broer ziek werd, veranderde hij zo erg dat zij hem niet meer herkende.
‘Ik was bijna 26 en woonde voor het eerst op mezelf. Te lang was ik thuis blijven plakken, deels omdat ik niets kon vinden en deels uit gemakzucht. Mijn moeder is een echte pleaser. Ze deed alles voor me: mijn was, mijn avondeten. Als ik ’s morgens de wekker te vaak liet snoozen, maakte ze zelfs mijn lunchtrommel klaar. Waarom zou ik dat opgeven? Het viel verschrikkelijk tegen. Ik vrat me suf aan calorierijk voedsel zoals chips en chocola, puur omdat niemand me corrigeerde. En de avonden alleen waren saai als er niemand om je heen moppert over het nieuws.’ Kuiltjes in zijn wangen ‘Maar ik moest door. En dat deed ik ook. Tijdens een stapavond met collega’s ontmoette ik Mark in de broodjeszaak waar we naderhand met drie overgebleven collega’s nog wat aten. Hij zag er leuk uit, niet heel bijzonder, maar als hij lachte, kreeg hij kuiltjes in allebei zijn wangen. Hij kneep zijn ogen samen als een spinnend katje. Ik was niet bij hem weg te slaan. Mijn collega’s wilden vertrekken, ik bleef achter. ‘Ik kom wel thuis,’ riep ik. Maar toen ik niet lang daarna ook wilde gaan, bleek mijn fiets gejat. Mark bracht me thuis achter op de zijne. En omdat hij nu wist waar ik woonde, vond ik de dag erna een kaart in de bus met een lieve tekst en zijn telefoonnummer erop. Hij vond me leuk. We gingen appen.’
Skinnydip en bitterballen
‘Tijdens onze eerste date kwam hij aanzetten met de oude fiets van zijn zusje: een cadeau voor mij. Ik vond het zo verschrikkelijk lief. Ik liet al mijn reserves varen. Deze man zou ook voor mij zorgen. Ik kon me rustig aan hem overgeven. Met Mark was alles anders. We picknickten op de vloer van mijn huiskamer, fietsten midden in de nacht naar een zwemmeertje voor een skinnydip en luidden elke vrijdagmiddag samen het weekend in met bitterballen in onze stamkroeg. We waren allebei dol op de sauna en op teckels en Mark kon heerlijk zoenen. Mijn vriendinnen noemden ons Klit en Kleef omdat we altijd samen waren en zo in elkaar opgingen. Ook de seks was fantastisch. Het enige minpuntje was dat Mark regelmatig doggystyle wilde, terwijl ik meer van de vanilleseks ben. Maar was ik niet een grote zeikerd als ik daar bij deze fantastische man een punt van maakte?’
Psychiatrische afdeling
‘Zijn broer vond ik een rare. Hij keek me niet aan als ik tegen hem sprak en leek geestelijk afwezig. Met zijn zus en ouders kon ik goed overweg. Na een dik jaar verkering viel onder de kerstboom het woord samenwonen. Na onze zomervakantie zou Mark bij me intrekken. Wel gaf ik hem alvast een sleutel. Op mijn verjaardag organiseerde hij een strandfeest met plastic palmbomen, een opblaasjacuzzi en hawaïslingers in mijn achtertuin.’ Psychiatrische afdeling ‘Een paar weken later kreeg ik hem twee dagen niet te pakken. Toen hij zich eindelijk meldde, bleek zijn broer met spoed opgenomen op de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis. Vanaf die dag veranderde alles. Als hij voorheen zei dat hij woensdag om zes uur bij me was, stond hij er stipt. Nu kwam hij soms helemaal niet. Achteraf bleek hij dan te zijn gaan surfen. Hij had ‘even lucht nodig’. Hij reed agressief. Verloor snel zijn geduld. Ook ons seksleven veranderde. Vaak begonnen we lief, maar draaide Mark me halverwege om en nam me doggystyle. Het stoten werd steeds harder en ruiger. Tijdens een rustige avond in een restaurant vertelde ik hem dat ik deze versie van hem niet leuk vond. Hij liet me achter en ik moest met een taxi naar huis. Ik denk dat ik hem dat nooit helemaal heb vergeven. ‘Zo gaat het niet,’ zei ik toen ik hem weer zag. Mark haalde zijn schouders op. Zijn broer zat inmiddels op een gesloten afdeling. Bij zijn moeder hoorde ik dat Mark bang was dezelfde ziekte te hebben als zijn broer.
Mark had hard gestudeerd, een goede baan gevonden en zou met mij gaan samenwonen. Alles was zinloos geweest, omdat hij toch in ‘het gekkenhuis’ zou eindigen. Uit angst verhardde hij. Ik wilde hem dat allemaal vergeven. Ik had immers nooit iets aan hem gemerkt, terwijl ik zijn broer altijd al als anders had gezien. Hij zou weer bij me terugkomen, daar was ik zeker van. Maar dat was tot die dag dat hij zichzelf had binnengelaten in mijn huis en seks wilde. Toen ik weigerde, probeerde hij me te verkrachten. Hij was veel sterker dan ik en hij luisterde niet toen ik nee riep. Het zou hem zeker zijn gelukt als een vriendin niet had aangebeld. Mark vluchtte weg.’
Bloemen en excuses
‘De volgende dag bracht hij bloemen en bood zijn excuses aan. Maar ik had een kant van hem gezien die ik niet meer kon wegdrukken. Zijn ogen. De kracht die hij tegen me gebruikte terwijl ik me altijd veilig bij hem had gevoeld. Ik vroeg mijn sleutel terug en verbrak de relatie. We hebben nog sporadisch contact. Via zijn moeder hoorde ik dat zijn uitbarstingen volgens de huisarts hoogstwaarschijnlijk het gevolg zijn geweest van stress. Nog steeds ben ik verdrietig dat het zo gelopen is. Ik snoep weer en heb nergens zin in. Ik mis Mark, althans, de versie die hij was. Vaak vraag ik me af of we nu nog samen zouden zijn als zijn broer niet was opgenomen. Ik kom er nooit achter want de veilige cocon is verwoest. Daar heb ik nog steeds huilbuien om, zeker nu ik heb gehoord dat zijn broer de weekenden alweer thuis is. In plaats van onze bitterbalmiddagen haalt Mark nu zijn broer op. Ik eet nooit meer bitterballen.’
Dit artikel staat in &C's nieuwste editie 'Meer bos, minder blabla.'
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))