Door: Joanne Wienen
Toen gz-psycholoog Fatima Dekker in een burn-out belandde, vond ze onverwacht rust in de moestuin. Met haar handen in de aarde leerde ze vertragen, controle loslaten en milder naar zichzelf kijken. Inmiddels neemt ze ook haar cliënten mee naar buiten, waar tuinieren helpt om gevoelens en patronen te ontdekken.
Fatima (40): ‘Ik weet nog goed hoe een van mijn medetuiniers me vroeg of ik de bieslookplantjes wilde planten. Een simpele vraag, maar hij verlamde me totaal. Moesten die plantjes dan in een rechte lijn? Of juist niet? En hoeveel afstand moest er dan tussen? Wat als ik het verkeerd deed, en de hele oogst verpest zou zijn? Nog voordat ik iets had gedaan, bouwde de spanning in mijn hoofd op. Een aantal maanden voor dat moment was ik uitgevallen met een burn-out. Ik was net moeder geworden, gestart als hoofdbehandelaar van een GGZ-kliniek en we waren kort daarvoor verhuisd van de stad naar de polder. Op mijn werk werd mijn verantwoordelijkheid steeds groter, terwijl er geen extra handen bij kwamen. Uiteindelijk gaf mijn lichaam aan dat het echt niet meer ging. Toen ik voor het eerst in de gemeenschappelijke tuin bij mij om de hoek kwam, was dat niet met een doel. Ik vond het gewoon een fijne plek. Zonder plan, puur uit nieuwsgierigheid, begon ik met tuinieren. Ik was wel op zoek naar manieren om te herstellen. Gewone praattherapie zag ik niet zitten: als psycholoog zou ik zelf gaan meedenken over de volgende stap, een soort co-therapeut worden van mijn eigen proces. Bovendien had ik vooral een lichaamsgerichte behandeling nodig: mijn zenuwstelsel moest kalmeren en mijn energie terugkomen. De tuin bleek daarvoor de ideale plek. Terwijl ik wiedde, zaaide, oogstte en soms ook zag dat iets niet opkwam, kwam ik steeds dezelfde patronen tegen: controle willen houden, bang zijn om fouten te maken en de neiging om me overal verantwoordelijk voor te voelen. Maar de tuin liet me ook iets anders ervaren. Het maakte daar niet uit welke opleidingen ik had genoten, wie ik was of waar ik vandaan kwam. Ik hoefde alleen maar mee te draaien in mijn eigen tempo en zorg te dragen voor mijn eigen stukje tuin, zonder me druk te maken om het geheel. Terwijl ik mijn uren weer opbouwde, voelde ik heel sterk: dit is iets wat ook anderen mogen ervaren. Daarom ben ik de opleiding tot ‘buitenpsycholoog’ gaan doen en ben ik mijn eigen praktijk De moestuinpsycholoog begonnen. Inmiddels neem ik bijna al mijn cliënten weleens mee de tuin in. Soms planten we zaadjes, terwijl we het hebben over nieuwe kansen en ideeën. Soms gaan we onkruid wieden, om overzicht te krijgen over dingen die iemands leven overwoekeren, en soms gaan we snoeien en dingen loslaten. Doordat mensen bezig zijn, en dingen zien en ervaren, kunnen ze vaak makkelijker vertellen hoe ze zich voelen. Zo had ik laatst iemand die het lastig vond om hulp te vragen. Toevallig liepen we langs een groentebed vol met stokjes die planten steun gaven. Het gaf meteen een mooie ingang om in gesprek te gaan over steun ontvangen. Elke dag zie ik hoe waardevol tuintherapie is voor mijn cliënten, maar voor mij als behandelaar heeft het ook meerwaarde: buiten werken houdt mijn eigen hoofd ook rustig en ik krijg meer zuurstof dan in een muffe kamer met cliënt na.
:quality(80))
:quality(80))
:quality(80))
:quality(80))
:quality(80))
:quality(80))