Door: Iris Nulkes
Je bent moe, en het is winter. Het zal de winterdip wel zijn. Maar zodra dit seizoen voorbij is, dient de voorjaarssmoeheid zich alweer aan. En in de zomer? Dan is het natuurlijk te warm om iets te doen. We lijken inmiddels ieder seizoen een nieuwe reden te hebben om uitgeput op de bank te liggen. Maar bestaat die dip die we elk seizoen denken te hebben eigenlijk wel?Â
Hopelijk wel, want dan ligt het in ieder geval niet aan ons.
Vicieuze cirkel
Gelukkig, achter die seizoensgebonden vermoeidheid zit wel degelijk een biologisch verhaal. In de winter ontregelt een gebrek aan daglicht je systeem, waardoor je biologische klok uit de pas loopt. Dit zorgt ervoor dat je lichaam overdag te veel van het slaaphormoon melatonine vasthoudt, terwijl de aanmaak van het actie- en gelukshormoon serotonine juist daalt. Je slaapt 's winters vaak langer, maar toch zorgt deze verschuiving ervoor dat de slaapkwaliteit afneemt en je minder fit wakker wordt.
Daarnaast dwingt de kou je lichaam om harder te werken om warm te blijven. Hierdoor ontstaat een vicieuze cirkel: je bent te vermoeid om te bewegen en blijft meer binnen, waardoor je nóg minder daglicht krijgt en de energiedip zichzelf in stand houdt.Â
In de zomer draait de biologische reactie volledig om, met als resultaat: zomervermoeidheid. Waar je in de winter in een 'spaarstand' raakt door te weinig prikkels, raakt je lichaam in de zomer juist overgeprikkeld en oververhit.
We hebben altijd wel watÂ
Maar of dat voldoende bewijs is dat we daadwerkelijk last van een winterdip hebben? Nee, zeker niet. Volgens hoogleraar psychiatrie Witte Hoogendijk van het Erasmus MC heeft slechts ongeveer drie procent van de Nederlanders last van een winterdip. Dat zijn zo'n half miljoen mensen. Hoe noordelijker je woont, hoe vaker de klachten voorkomen.
Behoor je tot die drie procent (of eigenlijk ook als je tot de overige 97 procent behoort), dan is zijn advies: ga iedere ochtend vóór tien uur een halfuur naar buiten. Ook op een grijze dag krijg je buiten genoeg daglicht binnen om je biologische klok een zetje te geven. Daarnaast helpt het om vaste tijden aan te houden voor opstaan, eten en slapen. Dit stabiele ritme moet je ook in het weekend vasthouden; urenlang uitslapen veroorzaakt een 'sociale jetlag', waardoor je biologische klok op maandag direct weer achter de feiten aanloopt. Het helpt om bij het wakker worden ook gelijk felle lampen of een daglichtlamp aan te zetten. Aan het einde van de dag werkt dit precies omgekeerd: door schermen en lichten twee uur voor het slapengaan te dimmen, krijgt het lichaam het signaal dat de nacht begint.
Naast licht speelt ook temperatuur een rol bij het doorbreken van de winterse spaarstand. Een koele slaapkamer tussen de 16°C en 18°C is essentieel, omdat je beter slaapt in een koude ruimte. Overdag is het juist aan te raden om de kou bewust op te zoeken door te bewegen. Een actieve wandeling of sporten in de namiddag verhoogt de lichaamstemperatuur, stimuleert de doorbloeding en geeft de hormoonbalans een natuurlijke energieboost.
Kortom, de winterdip is een ding en er hebben verschillende aspecten invloed op je energieniveau, maar niet elke middagdip is meteen een winterdip die het hele seizoen aanhoudt.
:quality(80))
:quality(80))
:quality(80))
:quality(80))
:quality(80))
:quality(80))