Door: &C Redactie
Een vaste baan, dezelfde partner en een huis voor het leven: ooit was dat volwassen zijn. Nu voelt het voor steeds meer mensen beklemmend. Ze verlaten relaties, banen en steden. Waarom? En wanneer wordt steeds opnieuw beginnen een probleem?
Nog geen paar weken nadat ze in Amerika haar koffers had uitgepakt, voelde Liz Wolting (40) de muren alweer op haar afkomen. Terug in Europa stapte ze daarom opgelucht haar camper weer in. Vastigheid benauwt haar, te lang op één plek geeft haar het gevoel dat ze geen lucht meer krijgt. Ze heeft op meerdere plekken gewoond, maar verbleef nergens langer dan een jaar. Inmiddels leeft ze vanuit haar camper en rijdt ze voor haar werk als gedragsdeskundige, gespecialiseerd in gedrag bij honden (en mensen), door Europa.
‘Mensen verklaren me voor gek als ik zeg dat ik voor altijd in een camper wil blijven wonen,’ zegt ze. ‘Maar ik word letterlijk somber van routine. Een koophuis hebben, lijkt me daarom ook niet prettig. Als ik drie weken in dezelfde supermarkt kom, krijg ik het gevoel dat mijn leven stilstaat.’ Hoewel ze in het verleden relaties had, is ze nu al dertien jaar bewust vrijgezel. ‘Bij een serieuze relatie ontstaan verwachtingen: rekening houden met elkaars agenda, alles overleggen, koffiedrinken met schoonouders in een al veel te volle agenda. Ik trek dat slecht. Het voelt alsof ik mezelf kwijtraak.’
Volgens gedragsexpert en productiviteitspsycholoog Renske Zuurveen komt die sterke drang naar verandering en het altijd verlangen naar iets nieuws vaker voor dan een paar generaties geleden. Cijfers van het CBS onderstrepen dat: mensen blijven bijvoorbeeld aanzienlijk korter bij dezelfde werkgever. De gemiddelde baanduur ligt rond de zeven à acht jaar, maar onder twintigers en dertigers is dat vaak nog maar drie tot vijf jaar, en dalend. Flexcontracten, freelancen en jobhoppen zijn eerder norm dan uitzondering geworden. Ook op relationeel vlak schuift er iets: een op de drie huwelijken strandt en langdurig samenblijven, is minder vanzelfsprekend. Het aantal mensen dat tijdelijk ergens gaat wonen of zelfs het land verlaat voor ‘een tijdje’ (denk: digital nomads, sabbaticals en workations) groeit gestaag.
‘We leven in een tijd waarin autonomie enorm wordt verheerlijkt,’ aldus Zuurveen. ‘Altijd kunnen kiezen, altijd kunnen bewegen. Maar er zit een verschil tussen ergens weggaan omdat iets niet (meer) past, of vertrekken zodra iets ongemakkelijk wordt. Mensen denken vaak dat ze vrijheid najagen,’ vervolgt ze. ‘Maar soms vermijden ze vooral het gevoel dat ontstaat zodra iets dieper, ingewikkelder of minder perfect wordt. En laat dát nou net het leven zijn.’
Wanneer spreken we van een bewuste, gezonde keuze, en wanneer fungeert alsmaar vertrekken als een uitweg voor ongemak en diepgang? Wanneer is dat vertrekken een patroon dat je, als je heel diep in je hart kijkt, liever doorbreekt? Wie zijn de mensen die makkelijker gaan dan blijven? En, wat kunnen ze eraan doen?
Vast contract? Liever niet
Renate Bras (35) had de afgelopen vijftien jaar veertien banen. Ze werkte in de horeca, als dierenartsassistente, administratief medewerker, magazijnkracht, bij een tankstation en later bij Ikea. Momenteel werkt ze bij Volkswagen in Duitsland. Hoe lang nog weet ze niet. ‘Na ongeveer een jaar begint het te jeuken,’ zegt ze. ‘Dan voelt het niet meer nieuw waardoor ik me snel ga vervelen.’ Bij Ikea kreeg ze een vast contract aangeboden, maar ze wees het af. De zekerheid maakte haar juist onrustig. Ook haar woonsituatie is steeds anders. Ze woonde op verschillende plekken in Nederland, Spanje en Frankrijk. ‘Als ik hier weg wil, verkoop ik de boel weer.’ Naast haar koophuis staat standaard een caravan klaar voor het geval ze besluit een maand rond te willen trekken.
Dat is herkenbaar voor Floor* (33). Ze werkt als freelancer in het creatieve werkveld. ’Ik vind het te beklemmend om voor een baas te werken. Ik ben erachter dat ik lastig in teams functioneer omdat ik moeilijk tegen kritiek kan. Bovendien wil ik alles het liefst op mijn manier.’
Psycholoog & MSc klinische psychologie Nina van den Bosch ziet dat mechanisme vaker bij cliënten die voortdurend jobhoppen. ‘Jobhoppen of geen (lange) relatie hebben is niet per se slecht. Sommige mensen hebben nu eenmaal meer behoefte aan prikkels, verandering en avontuur. Het kan juist een gezonde keuze zijn wanneer iemand zijn grenzen bewaakt of in een situatie zit die niet goed voor hem of haar is. Maar het kan ook een schild zijn. Dan is het gedrag vaak om iets anders – angst om te falen of angst om afgewezen te worden – niet te voelen, wat vaak ontstaat vanuit oude pijn, vanuit trauma.'
Verder lezen? Dit verhaal vind je in &C's novembernummer, dat nu in de winkels ligt.
:quality(80))
:quality(80))
:quality(80))
:quality(80))
:quality(80))
:quality(80))