Door: Redactie
Anouk Janne (21) heeft de wens om er niet meer te zijn. 'Ik heb papa beloofd dat ik nog even wacht op hulp, maar als ik die niet krijg, denk ik dat het beter is als ik er niet meer ben.'
Vanaf groep zeven kon ik niet meer meedoen met de 'normale' kinderen. Daarvoor speelde ik nog mee met tikkertje en verstoppertje, maar zodra ze groepjes gingen vormen en dingen gingen doen als kletsen, kon ik me niet meer voegen. Ik voelde me anders. Huilde veel. Vooral 's avonds in bed was ik heel verdrietig omdat ik geen vriendinnetjes had. Rond mijn tiende had ik mijn eerste paniekaanval. Daarna volgden er al snel meer. Mijn moeder vond dat heel beangstigend. Moeders van klasgenoten zeiden tegen haar dat het 'een fase' was, dat hun dochters ook zo'n fase hadden gehad waarin ze veel huilden en dat ze daar overheen waren gegroeid. Maar ik groeide er niet overheen. Bij mij was er duidelijk iets anders aan de hand.
Mijn ouders hadden dat ook door en trokken aan de bel. Niet veel later werd ik gediagnosticeerd met autisme. 'Maar mama, papa, ik wil eigenlijk liever dood,' zei ik als kind tegen mijn ouders. Op een briefje schreef ik een gedicht dat ik niet meer wilde leven. Mijn oma heeft het bewaard. Het heet Herinneringen:
Soms denk ik aan
Vroeger toen ik nog geen zorgen had
Toen ik een beter leven had
Soms denk ik aan
De toekomst als ik ouder ben
Zou ik dan een beter leven hebben?
Maar meestal denk ik aan nu
Met al mijn zorgen
Met mensen die voor mij proberen te zorgen
Ik verdrietig
Ik eenzaam
Maar achter al mijn tranen schuilen mooie herinneringen die
niemand uit mijn hart kan verwijderen
Dat gevoel van er niet meer willen zijn werd op de havo alleen maar sterker. Ik raakte snel overprikkeld door de drukte, bijvoorbeeld wanneer ik van het ene naar het andere klaslokaal moest lopen. Zodra de bel ging, raakte ik in paniek. Daarom mocht ik vijf minuten eerder de klas uit. Door de overprikkeling had ik ook veel slaap nodig; soms viel ik zelfs in de klas in slaap. Als ik in de les een beurt kreeg en het antwoord niet wist, begon ik te huilen. Als ik iets niet begreep, kreeg ik een paniekaanval.
Lees ook: Cato wordt ziek door inspanning: 'De enige operatie die me zou kunnen helpen is onbetaalbaar'
Ik was overduidelijk 'anders' en werd het doelwit van pesterijen. Dat gebeurde alleen online. Klasgenoten maakten stiekem filmpjes als ik hysterisch werd of een paniekaanval kreeg. Binnen no time ging dat op school rond. Ik kreeg berichten van anonieme accounts: 'Je was net aan het huilen bij wiskunde hè, kleuter.' Ik wist dat iemand in mijn klas iets had doorgestuurd, maar niet wie. Dat was doodeng. Ik snapte dat ik werd gepest omdat ik anders ben en jongeren nu eenmaal pesten, maar het maakte me nog angstiger. De suïcidale gedachten werden erger. Mijn ouders hebben toen geprobeerd om dat met de school aan te pakken, maar online pesten was volgens hen 'buiten school om'.
Ik ging naar de politie om aangifte te doen. Een paar pesters werden ontmaskerd en moesten hun excuses aanbieden, maar die excuses waren niet oprecht, dat merkte ik direct. Het heeft het pesten alleen maar verergerd. Online kreeg ik steeds meer haatberichten. School voelde voor mij onveilig. Ik durfde er niet meer naar toe. Het was zo erg dat ik me moest ziekmelden en thuis kwam te zitten.'
1,7 miljoen views
'Ik kwam op het speciaal onderwijs terecht, maar dat was van korte duur. Ik had een-op-eenles nodig, maar de gemeente vond dat te duur en mijn persoonsgebonden budget stopte. Hierover maakte ik een filmpje op Musical.ly dat 1,7 miljoen keer werd bekeken. Omdat er zoveel aandacht voor was en er leerplicht en leerrecht geldt, kreeg ik uiteindelijk toch de kans om mijn havodiploma te halen op een manier die bij mij paste: met een-op-eenbegeleiding bij een particuliere onderwijsinstelling. Mijn examens mocht ik in een aparte kamer maken waar geen andere examenkandidaten zaten.
Doorstuderen is voor mij geen optie. Er zijn geen hogescholen of universiteiten waar ik met mijn problematiek terechtkan. Ik ben snel moe, voel snel paniek, raak snel het overzicht kwijt. Het zou voor mij veel te stressvol zijn. Ik slaap twaalf uur per nacht en overdag vaak nog drie uur. Soms langer. Overdag kijk ik meestal films of series. Soms spreek ik af met vriendinnen die ik via social media ken. Terrasje pakken, naar een feest - in de hoop dat ik het een keer echt leuk ga vinden en 'normaal' kan zijn. Maar achteraf vind ik het meestal te druk en moet ik dagen bijkomen.
Lees ook: Blijf logeren met vriendinnen, zeggen experts (en dit is waarom)
Gelukkig heb ik een beste vriendin, die ik tien jaar geleden via TikTok leerde kennen. Ze woont aan de andere kant van het land, dus we zien elkaar niet vaak, maar zij is een van de weinigen die me echt begrijpt. Laatst gaf ik een 21 diner. Van tevoren nam ik veel rust en zij heeft me er die dag doorheen gesleept met mentale support. Ik raakte totaal overprikkeld. Zij kon me geruststellen. Zonder haar had ik het niet gered. Maar ik doe het toch, omdat ik 'gewoon' wil meedoen met de dingen die leeftijdsgenoten doen.
Inmiddels woon ik begeleid op mezelf, maar mijn ouders moeten me er elke dag aan herinneren dat ik mezelf moet douchen en aankleden. Iedere dinsdag komt mijn moeder eten voor de rest van week maken. We doen samen boodschappen. Ze draait mijn wasjes. Als ik mijn ouders niet zou hebben, zou ik verhongeren en verslonzen.'
Een paar vriendjes
'Ook de liefde lijkt voor mij niet te werken. Ik heb wel wat vriendjes gehad, maar dat maakte mijn instabiliteit alleen maar erger. Naast autisme worstel ik ook met gedrags- en emotieregulatieproblemen. Sociale situaties snap ik vaak niet goed. Iets ondernemen kost me veel moeite - zelfs bellen vind ik al spannend. En als iets niet gaat zoals ik het wil, kan ik flippen. Als iemand een afspraak wil verplaatsen, kan dat gewoon niet in mijn hoofd. Ik word snel boos. Ik reis soms met het openbaar vervoer, maar als de bus een paar minuten later is, word ik al woest. Kan je je voorstellen hoe ik dan ben in een relatie? Iemand moet met mijn issues dealen en dat wil ik een ander niet aandoen.
Een relatie hebben, versterkt ook mijn suïcidale gedachten. Ik heb al een paar keer geprobeerd een einde aan mijn leven te maken. Dan liep ik op een treinspoor of wilde ik mezelf ophangen, maar bedacht ik me net op het laatste moment of iemand greep in. Ik ben een tijd opgenomen geweest in een crisisopvang. Het is nu een halfjaar geleden dat ik een poging deed, maar dat betekent niet dat het goed gaat. Een paar weken terug liep ik nog langs het spoor, en toen kwam die gedachte weer even op. Op zulke momenten bel ik meestal mijn ouders.
Voor hen voel ik me een enorme last. Mama en papa zeggen van niet, maar diep vanbinnen denk ik soms dat het voor hen makkelijker zou zijn als ik er niet meer ben. Mijn moeder heeft haar baan opgegeven om er voor mij te zijn. Ze doet alles voor me. En allebei slapen ze slecht - ze schrikken 's nachts wakker van dromen over de telefoon of de deurbel, terwijl die helemaal niet gaan. Nu heb ik met papa afgesproken: als ik ooit doodga, dan op een vredige manier. Hij zegt steeds: geef het nog een paar jaar, wacht tot de juiste hulp komt. Doodgaan kan altijd nog, maar als je eenmaal dood bent, kun je nooit meer terug naar het leven.
Lees ook: Chantal is haar hele leven single: 'Je bent niet incompleet zonder relatie'
Ik wacht op een klinische behandeling, waarbij ik voor langere tijd opgenomen kan worden. Ik hoop dat dat nog iets kan bieden. Maar de wachtlijsten zijn eindeloos, en mijn problematiek wordt vaak als 'te complex' bestempeld. Ik heb gesprekken gevoerd over euthanasie, maar volgens de psychiater ben ik te jong. 'Je kunt je nog ontwikkelen,' zei hij. Nu moet ik eerst wachten op een plek voor behandeling. Als die niet aanslaat, mag ik terugkomen. Maar dat wachten blijft maar doorgaan.
Het voelt alsof ik vastzit in een rad waar ik niet uitkom. Ik zeg altijd: ik wil dood. Maar papa zegt dan: je wil niet dood, je wil het leven dat je nu hebt niet meer. Daar heeft hij gelijk in. Het lijkt me zo fijn om geen stress, eenzaamheid en verdriet meer te voelen. Alles waar een mens geluk uit haalt, heb ik niet. Ik heb geen toekomstperspectief. Ik wil veel in het leven, maar ik kan zo weinig. Ik voel me niet nuttig. Ik draag niks bij. Het idee dat er een uitweg is, dat ik uit dit leven kan ontsnappen, geeft me rust.'
Mooie momenten
'Ik leef van een uitkering en de hele dag niks doen, wil ik niet. Daarom heb ik onlangs een mail gestuurd naar een basisschool met de vraag of ik de kleuters vrijwillig mag voorlezen. Ik hou van kinderen, weet dat ook het moederschap nooit weggelegd zal zijn voor mij, dus het leek me in elk geval iéts van zingeving. Tot mijn grote geluk mocht het: tegenwoordig ben ik voorleeshulp en houd ik ook pauze met ze en doe soms kleine opdrachtjes. Daar haal ik mijn geluk uit. Op dat soort momenten ben ik blij dat ik er nog ben. Het geeft kleur aan mijn dag en het versterkt de hoop dat ik nog een behandeling kan volgen die aanslaat.
Het allermoeilijkst vind ik het onbegrip. Ik zie er 'normaal' uit en word daardoor geacht mee te draaien in de maatschappij. Maar dat lukt simpelweg niet. Het voelt alsof ik geen benen heb, maar iedereen wel verwacht dat ik een marathon ren. Dat levert veel frustratie en verdriet op. Tegelijkertijd doe ik er ook een beetje aan mee door op social media een heel 'normale' versie van mezelf te laten zien. Ik wil ook zo graag 'normaal' zijn, maar dat ben ik niet. En als ik dan ergens hulp bij vraag - aan een buurman of de huisbaas, bijvoorbeeld - voelt het vaak alsof ik lastig ben. Laatst nog, na mijn verhuizing, durfde ik niet meer onder de douche te stappen. Ik was een mengkraan gewend en dit douchesysteem voelde ineens helemaal vreemd. Mensen snappen dat niet.
Lees ook: Kims oudoom werd ontvoerd en verdween spoorloos: 'Ik was lang bang voor het hele verhaal'
Mijn ouders hoef ik niets uit te leggen. Zij zien waar het misgaat, en snappen wat ik allemaal niet kan. Ik bespreek alles met hen, bel ze letterlijk dag en nacht. Verder word ik door iedereen overschat, mensen denken vaak dat ik meer aankan dan ik kan. Mijn wens is dat dit thema meer bespreekbaar wordt. Dat mensen gaan inzien hoe schrijnend die lange wachtlijsten zijn, en dat mijn leven daar misschien wel van afhangt. Onlangs maakte ik een TikTok over mijn euthanasiewens, die ook viral ging. Ik kreeg veel opmerkingen van mensen dat ze inderdaad niks aan me zien, dat ik er zo leuk en vrolijk uitzie, maar ze hebben geen idee wat er in mijn binnenwereld gebeurt. Ik kreeg ook een paar reacties van mensen die het herkennen. Die net als ik het leven heel moeilijk vinden en die net als ik de wens hebben om er niet meer te zijn.
Als mensen zich herkennen in mijn verhaal, wil ik dat ze weten dat ze niet alleen zijn. Dat ze inderdaad 'anders' zijn, maar dat dat je niet minder mens maakt en dat je erover moet (blijven) praten. Bij ons thuis wordt alles besproken. Mijn ouders maken zich grote zorgen. Ze zijn nu in de vijftig, dus hopen nog wel even mee te gaan, maar als zij er niet meer zijn, dan kan ik er ook niet meer zijn. Het verdrietigst vind ik het voor hen. Daarom heb ik papa beloofd dat ik nog even wacht op hulp. Tot die tijd moet ik erover blijven praten. Openheid geeft steun.'
Dit verhaal komt uit &C's oktobernummer dat vanaf morgen niet meer in de winkels ligt. Gelukkig is hij online nog wel te bestellen, en dat doe je hier:
Shop &C's nieuwste editie hier
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))