Door: Lisa Loeb
Soms zie je een nieuwsbericht waarvan je meteen denkt: dit is nep. Of uit een true crime-serie over een of andere obscure sekte in Texas.
Een man die zijn naam 250 keer op het lichaam van zijn partner tatoeëert, inclusief teksten als ‘eigendom van’. In haar gezicht, op haar armen, overal waar ze volgens hem door een ander was aangeraakt. In Nederland. In 2026. Het land waar we graag doen alsof ongelijkheid tussen mannen en vrouwen allang is opgelost, en we alleen nog ruzie hoeven te maken over genderneutrale toiletten en de vraag of mannen ook op een bakfiets mogen.
Wat er met deze vrouw gebeurd is, valt nauwelijks te bevatten. Niet alleen door die tatoeages, maar ook door wat daarna komt: het verwijderen ervan is een lang, pijnlijk en duur traject. Haar lichaam is dus twee keer het strijdtoneel geworden van hetzelfde geweld: eerst doordat iemand er zijn bezit op markeerde, daarna doordat zij opnieuw door de pijn heen moet om die tekens van bezit weg te laten halen.
Lees ook: De advocaat van Ali B kwam even demonstreren hoe victim blaming werkt
En toch treedt zij nu naar voren als het gezicht van een stichting die geld inzamelt voor andere vrouwen aan wie dit ook is aangedaan. Dat is bijna onvoorstelbaar dapper. Maar het legt ook iets beschamends bloot over de rest van ons. Kennelijk komt hulp pas echt op gang wanneer geweld zó zichtbaar is geworden dat niemand meer kan doen alsof het een misverstand was. Alsof mishandeling pas serieus genoeg is wanneer die leesbaar op iemands huid staat.
En zelfs dan is het nóg niet genoeg.
Volgens de stichting heeft ze aangifte gedaan. Maar justitie kon er niets mee, omdat haar ex verklaarde dat ze het goed vond. Zelfs wanneer het misbruik letterlijk in je huid staat, is dat nog geen garantie dat je ergens terecht kunt. Dat is alsof je aangifte doet van inbraak en de wijkagent zegt: ja, maar de inbreker vertelde ons dat u de deur voor hem openhield.
We noemen dit soort verhalen graag bizar, maar dat woord is ook een manier om afstand te houden. Alsof dit een ontspoorde uitzondering is, een losgeslagen gek met een tattoomachine, en niet de extreem zichtbare versie van iets dat veel vaker voorkomt. Want intieme terreur is meestal niet zo letterlijk zichtbaar. Die zit niet in inkt, maar in controle. In geld. In angst. In iemand die bepaalt waar je heen gaat, wie je ziet, wat je zegt, wat je aantrekt, en hoeveel ruimte je nog overhoudt om jezelf te zijn.
Achter voordeuren waar we dagelijks langsfietsen, spelen dit soort verhalen zich voortdurend af, alleen meestal zonder crowdfunding, zonder foto’s en zonder krantenkop. Voor elke vrouw bij wie het geweld letterlijk in haar huid is gegrift, zijn er talloze anderen bij wie het zich op andere manieren aftekent.
Een tattoopistool bestel je kennelijk in een paar klikken. Bescherming voor vrouwen die geterroriseerd worden, blijkt een stuk lastiger te regelen.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))