Door: Sarah Janneh
Iedereen om mij heen is bezig met huizen. Bezichtigingen. Hypotheken. Overbieden. Bouwkundige keuringen. De koopmarkt op!
En ik wil ook best op de huizenmarkt. Echt. Ik zou ook graag zo iemand zijn die dingen zegt als: ‘Wij hebben uiteindelijk 85.000 euro overboden.’ Maar er is één klein probleem. Ik geef mijn geld uit. Aan dingen. Leuke dingen. Zoals oesters. En cava. En etentjes waarvan ik halverwege denk: dit had ook een halve vierkante meter keukenblad kunnen zijn. Maar op dat moment zit ik wel met een glas in mijn hand naar een schaal schelpdieren te kijken alsof ik een Italiaanse vastgoedmagnaat ben. Terwijl ik feitelijk een vrouw ben die haar toekomstige badkamer aan het opdrinken is.
Het probleem is ook dat de huizenmarkt een bepaald type persoonlijkheid beloont. Mensen die hun salaris meteen doorsluizen naar een spaarrekening. Mensen die een broodtrommel meenemen. Ik ben niet die persoon. Ik ben de persoon die denkt: ach ja, we leven ook maar één keer. En die vervolgens drie dagen later huilend op Funda zit te rekenen waarom ze geen appartement kan betalen. En ondertussen zie ik leeftijdsgenoten huizen kopen. Mensen die vroeger dronken in de heg lagen, hebben nu zonnepanelen. Mensen die ooit vijftig euro van mij moesten lenen, praten tegenwoordig over overwaarde. Het leven gaat snel.
Ik ben laatst weer naar een bezichtiging geweest. Dat is tegenwoordig geen bezichtiging meer trouwens. Dat is een vernedering. Je loopt een woning binnen waarvan je denkt: nou, klein maar fijn. Voor het bedrag dat ik maximaal kan lenen, krijg ik in Amsterdam ongeveer een postzegel. Een postzegel met energielabel C. Waar je moet kiezen tussen een bank of een eettafel omdat de architect heeft besloten dat mensen niet allebei nodig hebben. En terwijl ik daar sta, mezelf mentaal in een bezemkast probeer te projecteren, lopen ze altijd binnen. De concurrentie. Vaak een stel. Allebei opvallend ontspannen. En ik weet dat dit gemeen klinkt, maar het zijn opvallend vaak expats. Niet allemaal. Rustig. Maar wel precies die categorie die eruitziet alsof ze rechtstreeks uit een LinkedIn-campagne komen wandelen. ‘We’re just exploring the market.’ Exploring. Ik ben niet aan het
exploren, vriend. Ik ben aan het onderzoeken of ik mijn winterjas permanent aan moet houden omdat er geen plek is voor een kledingkast.
Zij lijken huizen te bekijken zoals ik tapas bekijk. Leuk. Gezellig. Misschien nemen we er eentje. Exploren op je muil. Het is tegenwoordig normaal dat een woning van zes ton uiteindelijk voor zeven ton weggaat. Dat je moet overbieden om überhaupt mee te mogen doen. Dus daar stond ik weer. In een appartement waar de wasmachine praktisch in de douche stond. Te kijken naar mensen die waarschijnlijk zonder blikken of blozen vijftigduizend euro extra zouden bieden omdat ze de sfeer prettig vonden. En ineens dacht ik: misschien wil ik helemaal geen huis. Misschien wil ik gewoon de financiële rust van iemand die tijdens een bezichtiging kan zeggen: ‘We slapen er nog een nachtje over.’ Dat lijkt me pas luxe.
Deze column staat in &C's nieuwste editie 'Zuinig is het nieuwe chic'.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))