Door: Bettina Holwerda
Sommige ontmoetingen zetten je leven op z’n kop. Voor Kenzo Biyong was dat het moment dat hij de autistische Mitchel leerde kennen en besloot hem in huis te nemen. Dat terwijl zijn vriendin hoogzwanger was.
Kenzo (27): 'Ik herinner het me als de dag van gisteren dat Mitchel voor het eerst bij mij en mijn vriendin sliep. Hij sliep op een eenpersoonsbed in onze slaapkamer, terwijl wij daar met onze pasgeboren zoon lagen. Mijn vriendin moest ik overtuigen: ze wist dat Mitchel agressief kon worden en was bang dat hij haar of onze zoon iets zou aandoen. Dagelijks stelde ik haar gerust en beloofde ik dat we direct zouden stoppen als er iets zou gebeuren. Ik heb veel van haar gevraagd op haar kraambed, maar ik had voor mijn gevoel geen andere keuze.
Ik begeleid jongeren met speciale zorgvragen. We doen leuke dingen, zoals een middag naar de speeltuin, maar ik help ze ook om zelfstandiger te worden. Bijna drie jaar geleden kreeg ik een telefoontje over een crisisgeval. Mitchel was een achttienjarige jongen met autisme en een verstandelijke beperking. Hij woonde in een zorginstelling, want zijn moeder kon niet in haar eentje voor hem zorgen. Zijn vader was niet meer in beeld. Ik begreep van zijn begeleider dat Mitchel gedragsproblemen had en zichzelf telkens iets aandeed. Hij beet bijvoorbeeld in zijn armen of bonkte uit frustratie zijn hoofd tegen de muur.
Op papier werd hij omschreven als een jongen die niet zoveel kon: hij was slechtziend en kon geen gesprekken voeren. Vaak mocht hij niet mee naar uitjes die de instelling organiseerde, omdat ze bang waren dat hij beet of met zijn hoofd ging bonken.
Toen ik bij zijn moeder op 'sollicitatiegesprek' ging, vertelde zij me dat haar zoon ongelukkig was in de instelling waar hij woonde. Hij ging naar de dagbesteding, maar zat verder vooral op zijn kamer met zijn iPad. Die sloeg hij uit frustratie vaak tegen zijn hoofd. Slapen deed hij pas rond vier uur ’s nachts, tot die tijd bleef hij zichzelf beschadigen.
Ik vond het een enorm zielig verhaal en wilde hem graag leren kennen. Ik was van plan samen een stukje te rijden om daarna een wandeling te maken. Dat vonden zijn begeleiders geen goed idee. Zij waren bang voor hem en waarschuwden me: als hij zichzelf slaat en jij hem probeert tegen te houden, kan hij fysiek worden. Ook zou hij volgens hen waarschijnlijk proberen zijn hoofd tegen het autoraam te bonken. Toch besloot ik het te proberen. Ik wilde met eigen ogen zien wat er zou gebeuren.
Toen Mitchel in mijn auto stapte, zag ik een beschadigde jongen. Hij was compleet in zichzelf gekeerd en hield zijn ogen gesloten. Zijn gezicht zat onder de bloedkorsten, op zijn armen zag ik littekens en bijtwonden. Het raakte me dat iemand zichzelf zoveel pijn kon doen. Ik keek naar hem en dacht: ik wil dat je je veilig voelt en ga er alles aan doen om jou uit de energie te halen waar je in vastzit.
In de auto zei ik: 'Hey Mitch, als er wat is, mag je niet met je hoofd tegen het raam bonken. Ik heb liever dat je het aan me uitlegt, zover dat lukt.' Geen magische woorden, maar het werkte: hij was die middag kalm, luisterde goed en deed zichzelf geen pijn.’
Lees ook: Mari-José is skilerares: 'Ik heb veel relaties om me heen kapot zien gaan'
Zorg voor zusje
'Ik heb van jongs af aan geleerd om te gaan met autisme. Toen ik dertien was, kregen mijn vader en zijn nieuwe vrouw een dochter. In eerste instantie leek ze een normale baby, maar het viel op dat ze geen contact maakte. Pas op haar tweede ontdekten ze dat er een ontwikkelingsachterstand was. Later kreeg ze de diagnose autisme.
Ik hield veel van haar en ging regelmatig langs om haar te zien, maar ik had ook mijn eigen leven. Ik voetbalde sinds mijn twaalfde bij de Amersfoortse club Cobu Boys en bereikte uiteindelijk het profniveau. Op mijn zeventiende stond ik voor een keuze: een kans bij Spakenburg 1 of een profavontuur over de grens.
Ik koos voor dat laatste en belandde achtereenvolgens in Finland, Litouwen en Zweden. In die periode ging het bij mijn vader thuis slecht. Mijn stiefmoeder kampte met een drugsverslaving en toen de jeugdzorg daar lucht van kreeg, stonden ze snel aan de deur. Het leek hen beter om mijn zusje uit huis te plaatsen, tenzij mijn vader en stiefmoeder konden aantonen dat het een veilige woonsituatie was en er iemand kon bijspringen als het nodig was.
Het moment dat mijn vader me belde om me in te lichten, was ik tijdelijk weer in Nederland. Toen ik opnam, had ik direct door dat het menens was. Mijn vader is niet snel geëmotioneerd, maar nu vertelde hij met trillende stem dat ze mijn zusje uit huis wilden plaatsen. Ik vertelde hem dat het goed kwam en sprong direct in de auto om naar hem toe te gaan.
De keus had ik al gemaakt: ik ging stoppen met mijn profcarrière om voor mijn zusje te zorgen. Bij het idee dat ze uit huis zou worden geplaatst, liepen de rillingen over mijn rug. Straks kwam ze terecht op een plek waar ze haar niet begrepen. Met de instanties spraken we af dat ik de zorg op me zou nemen.
De voetbalwereld moeten verlaten, was echt even slikken. Het was alsof mijn jeugddroom in een klap uiteenspatte. Ik denk dat het ook niet helemaal tot me doordrong. Vrienden en collega’s begrepen ook niet dat ik die keuze zo makkelijk had gemaakt, maar ik zag simpelweg geen andere optie.
Mijn moeder heeft me geleerd dat je anderen altijd moet helpen, als je daar de mogelijkheid toe hebt. Daar hield ik me aan vast. Ervaring had ik niet, ik deed gewoon wat ik dacht dat goed was. Overdag was ze bij mij thuis waar we samen allerlei oefeningen deden. Ze had bijvoorbeeld de neiging om tijdens het rijden de autodeur open te trekken, behoorlijk gevaarlijk. Door samen in de auto te oefenen, leerde ik haar stap voor stap om dat niet meer te doen. Als ik vervolgens filmpjes naar mijn vader stuurde, waarop ze gewoon rustig naast me zat, was hij verbaasd. Zulke dingen waren nog nooit eerder gelukt.
Op de momenten dat mijn zusje niet bij mij was, werkte ik. In de buitenschoolse opvang en als voetballer bij DHSC, een club van Wesley Sneijder die profvoetballers bij elkaar bracht. Daarvoor hoefde ik maar twee keer per week te trainen. Toen de rust was wedergekeerd bij mijn vader thuis en de druk van de instanties afnam, heb ik de zorg weer aan hem en zijn vrouw overgedragen. We hebben afgesproken dat ik voor ze klaar blijf staan en mijn zusje bij mij komt wonen als ze de zorg te zwaar vinden of als mijn vader overlijdt.'
Slapen in de instelling
'Vanaf dat moment ging ik ook andere jongeren begeleiden. Er waren ouders die het verhaal van mijn zusje en mij kenden en vroegen of ik ook hun kinderen wilde helpen. En zo kwam ook Mitchel uiteindelijk bij me terecht.
Bij jongeren probeer ik altijd te kijken wat ze nodig hebben, ik heb geen one size fits all-stappenplan. Wat Mitchel nodig had, was meer vertrouwen en liefde. Zo merkte ik al snel dat het hielp om hem complimentjes te geven. Dan zei ik dat hij een toppertje is en goed is zoals hij is. Op die momenten gingen zijn ogen steeds vaker open. Dat stimuleerde ik dan weer door dingen te zeggen als: 'Als je je ogen openhoudt, zie je meer van de wereld.' Tegelijkertijd probeerde ik hem nieuwe dingen te leren, zoals zeggen: 'Ik wil een boterham' in plaats van alleen 'Boterham'. Anderen hadden dat allang opgegeven.
Onze middagen verliepen goed, maar zodra hij terug was op de instelling, ging het mis. Bij het afzetten huilde hij tranen met tuiten, want hij wilde niet terug naar zijn kamer. De volgende dag haalde ik hem vaak weer onder de wonden op. Na meerdere incidenten in de instelling, waarbij Mitchel zichzelf en het personeel angst aanjoeg, was hij op een gegeven moment niet meer welkom. Ze wilden hem naar een crisisopvang sturen, en dat wilde ik koste wat kost voorkomen. Ik stelde voor om eens een nacht te blijven slapen. In eerste instantie wilde de instelling dat niet, omdat ze het zelf niet zouden durven, maar uiteindelijk gingen ze overstag. Er werd een extra bed op zijn kamer gezet en we vielen al snel in slaap. ’s Nachts maakte hij ineens een kermend geluid, maar toen ik fluisterde: 'Mitchel, Kenzo is bij je,' werd het stil en sliep hij door.
De begeleiders dachten dat het toeval was, dus ik bleef nog een paar nachten – en steeds bleef het rustig. Na een week ging een begeleider die Mitchel al jarenlang kent het ook proberen, maar die nacht ging het toch weer mis. Mitchel begon zichzelf te slaan en om zich heen te schoppen. Hetzelfde gebeurde toen zijn moeder het deed. Het lag dus aan mij dat hij goed sliep. Ik ging steeds vaker bij hem slapen. Geen ideale situatie, want mijn vriendin zat op dat moment hoogzwanger thuis. Een maand lang was ik 's nachts niet thuis. De dag voordat zij beviel, sliep ik nog bij Mitchel. Dat vond mijn vriendin moeilijk, ze liet zelfs de hond van mijn moeder bij ons slapen, zodat ze zich niet zo alleen voelde. Achteraf besef ik pas hoe zwaar dat voor haar moet zijn geweest, maar ik voelde me enorm verantwoordelijk voor Mitchel. Zonder mij naast zich zou hij zichzelf ’s nachts pijn doen.'
Lees ook: Samantha’s vader heeft korsakov 'Ik schaam me soms voor hem'
Nieuw gezinslid
'Zeven weken na de geboorte van onze zoon is Mitchel permanent bij ons ingetrokken. Ik kon niet meer bij hem blijven slapen en dacht: misschien moet Mitchel gewoon bij ons komen wonen. Bij mij vertoonde hij heel ander gedrag. Voordat ik het met zijn moeder overlegde, heb ik eerst urenlang met mijn vriendin om tafel gezeten. Als we hem in huis zouden nemen, moest zij er ook volledig achterstaan. Ik zei tegen haar: 'Als we dit avontuur aangaan, is hij net zo belangrijk als ons kind. Ik zorg voor hem tot aan mijn dood. We doen dit samen, of we doen het niet.' Toch vond ze het in het begin soms lastig. Dan belde ze me paniekerig als er iets misging – zoals die keer dat hij Mickey Mouse wilde kijken en de streamingdienst het niet deed. Mitchel bleef rustig, maar in haar hoofd bleef de angst bestaan dat hij plots zou kunnen doorslaan. Gelukkig is dit bij ons thuis nooit gebeurd en is het altijd goed gegaan.
Een ander struikelblok was mijn schoonfamilie. Zij moesten heel erg aan het idee wennen. Ze waren er in eerste instantie op tegen en dachten: waar beginnen jullie in vredesnaam aan? Het zwaarste in deze periode was niet het gedrag van Mitchel of het wennen aan onze nieuwe gezinssituatie, maar dat niet iedereen geloofde dat ik hem echt kon helpen. Zo vierden Mitchel en ik ooit met z’n tweeën kerst omdat hij niet welkom was bij mijn schoonouders. Toch bleef ik hoop houden dat het ooit allemaal naast elkaar kon bestaan. En gelukkig kreeg ik gelijk: inmiddels is zelfs de stiefvader van mijn vriendin dol op hem. Mijn vriendin besloot zelfs haar baan op te zeggen om zich ook in te kunnen zetten voor autistische jongeren. Alles juridisch regelen bleek ook een flinke klus. Tot op de dag van vandaag ben ik nog bezig met papierwerk. Mitchels moeder was dolblij – ze zag hoe hij opleefde als hij bij mij was – maar adopteren kon ik hem niet. De wet staat dat sinds kort niet meer toe. Daarom zijn mijn vriendin en ik nu officieel een zorg- gezin. Voor Mitch haalde ik uiteindelijk zelfs een zorgdiploma, zodat ik bevoegd ben om voor hem te zorgen.'
Toekomst
‘Mitchel woont nu alweer twee jaar bij ons. Hij heeft een eigen slaapkamer en het gaat hartstikke goed. Eerlijk? Ik vind hem een makkelijk kind. In het begin moesten we natuurlijk wel onze weg vinden. Aanvankelijk was Mitchel gewend zijn zin te krijgen – en als hij eenmaal iets krijgt, houdt hij daaraan vast. Dus hebben we sommige patronen langzaam moeten afbouwen – zoals slapen met de tv aan of urenlang iPad-video’s over ambulances kijken. Ik daag hem ook uit om nieuwe dingen te proberen. Zijn moeder zei dat hij niet van pittig eten hield, dus haalde ik expres iets pittigs in huis. En wat bleek? Hij vond het heerlijk. Hetzelfde met sporten. Waar hij het eerst maar een minuut volhield op de loopband, loopt hij nu moeiteloos twintig minuten achter elkaar. De band die Mitchel en ik hebben is speciaal. We begrijpen elkaar zonder woorden, één blik is genoeg. Binnen ons gezin heeft hij helemaal zijn plek gevonden. Onze zoon is dol op hem en met onze dochter, die momenteel vijf maanden oud is, is hij heel lief en voorzichtig. Toen mijn vriendin was bevallen, zat hij vol enthousiasme op haar te wachten tot ze uit het ziekenhuis kwam – zo vanzelfsprekend is hij onderdeel van ons gezin. Twee dagen per week gaat Mitchel tot drie uur naar de dagbesteding en de rest van de week zijn we samen.
Naast mijn werk als begeleider focus ik me op vechtsport. Een tijd terug werd ik Nederlands kampioen Grieks worstelen en nu richt ik me op jiujitsu. In oktober vertegenwoordig ik Nederland op de wereldkampioenschappen van grappling. Als ik moet trainen, gaat Mitchel mee. Op de sportschool waar ik dagelijks kom, kent iedereen hem. Het is fijn om te zien dat hij overal volop aan meedoet. Waar hij eerder niet mee mocht naar uit- stapjes, kan hij nu genieten van het leven. Als we op vakantie gaan of iets leuks doen, is hij erbij. Slapen gaat ook nog steeds goed, hij heeft geen aanvallen. Ondertussen werken we nog steeds aan zijn zelfstandigheid. Op een dag vroeg ik aan Mitchel wat hij graag zou willen. Zijn antwoord: 'Een echte meneer zijn.' Daar werken we nu naartoe. Hij zal altijd begeleiding nodig hebben, maar ik wil hem zo zelfstandig mogelijk krijgen.
Met zijn moeder hebben Mitchel en ik beiden goed contact. Ze kan nog steeds niet geloven dat hij bij mij woont. Ze vraagt zich af waarom een topsporter van 27 jaar zoveel wil opofferen voor een jongen. Tja, daar heb ik ook geen duidelijk antwoord op. Ik zou me gewoon slecht voelen als ik iemand kan helpen en dat niet doe. Mijn zusje heeft denk ik veel invloed gehad op die mindset. Ik weet niet waarom ik zo goed klik met complexe jongeren. Mijn moeder noemt het een gave, ik denk dat ik gewoon goed kijk naar wat iemand nodig heeft. Soms vragen ouders of er nog een kamer vrij is. Als ik single was, had ik een huis vol kinderen, maar met een gezinsleven kan ik dat niet combineren. Het blijft daarom bij Mitchel en in de toekomst zal mijn zusje daar nog bij komen. Ik hoop dat ik er een levenlang voor Mitchel kan zijn. Ik grap altijd dat we later samen achter de rollator lopen. Als je aan Mitchel vraagt wie zijn vader is, noemt hij mij. Onze leeftijden liggen te dicht bij elkaar om hem mijn zoon te noemen, maar ik zie hem zeker als familie. Hij is als een broertje voor me. Onlangs ben ik benaderd door een regisseur die een speelfilm wil maken over het leven van Mitchel en mij. Dat vind ik superbijzonder en het lijkt me mooi als ik anderen kan inspireren om wat liever voor elkaar te zijn. Ik droom er ook van dat mijn eigen kinderen later mijn werk voortzetten. Mitchel heeft me geleerd dat alles mogelijk is als je blijft volhouden. Ik heb er geen moment spijt van gehad dat ik ben gestopt met voetbal.
Het mooie aan kinderen met autisme vind ik dat ze kijken naar wie je bént, niet naar je status of het aantal volgers. Dat heeft mij veranderd. Als profvoetballer draait je leven vooral om status. Elke dag trainen, bezig zijn met jezelf, omringd door dure auto’s en horloges. Natuurlijk wilde ik daar ook allemaal bij horen. Nu hecht ik daar veel minder waarde aan. De jongeren die ik begeleid, kijken niet of je sneakers van Nike zijn, en dat voelt verfrissend. Sinds ik dit werk doe, loop ik eigenlijk altijd in een basic wit T-shirt. Zijn begeleider die dacht dat we zouden matchen had gelijk. Ik ben haar nog altijd dankbaar.'
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))