Door: Bettina Holwerda
Laatst dacht ik ineens weer aan Maarten, mijn allerbeste vriend uit mijn tienerjaren.
Ik zat bij Maarten in de klas op de middelbare en ineens was hij er altijd. Zijn ouders waren gescheiden en zijn vader woonde bij ons in de buurt, dus vanaf mijn zestiende hoorde Maarten bij het meubilair wanneer hij bij zijn vader sliep. Maar ook als hij bij zijn moeder sliep die helemaal aan de andere kant van de stad woonde. Eerst alleen als ik er was, later ook als ik naar dansles was. Dan kwam ik laat thuis en zat Maarten, ongevraagd, op de bank gewoon lekker relaxed met mijn ouders in stilte tv te kijken. En als we dan weer eens uitgingen met onze vriendinnengroep, was hij daar uiteraard ook bij.
Niet alle vriendinnen vonden dat altijd leuk, maar ja, Maarten hoorde nou eenmaal bij mij, dus accepteerden ze het. En op die avonden dronken, lachten, rookten en praatten we over grote dromen en kleine problemen, of andersom. We namen ruimte in alsof de wereld van ons was, want dat was hij ook. En wat voelden we ons onaantastbaar wanneer we weer eens zigzaggend van de Apfelkorn naar huis fietsten door de stad.
Maarten had al door wat beschermen was, dus was hij altijd aan mijn zijde. Al sliep hij niet bij zijn vader en moest hij kilometers omfietsen naar het huis van z’n moeder aan de andere kant van de stad. Al wilde hij nog lang niet naar huis, omdat hij het nog veel te gezellig had met een meisje dat hij had ontmoet. Al gebeurde het een enkele keer dat ik hém achterop moest nemen, omdat hij te diep in het glaasje had gekeken, hij moest en zou me veilig begeleiden naar huis.
Ik voelde heus wel dat de reden achter zijn toegewijde gedrag verderging dan vriendschap. Dan praatte ik lang en verliefd met een jongen en dan zag ik Maartens ogen in de verte smeulen van jaloezie, maar ik koos ervoor het niet te zien, omdat de vriendschap me te waardevol was en omdat ik op romantisch vlak niks voor hem voelde.
Op m’n twintigste kreeg ik vaste verkering. Maarten trok de nieuwe liefde niet en de nieuwe liefde trok onze close vriendschap al helemaal niet. Dus doofde de vriendschap uit en blokkeerde ik Maarten uit mijn gedachten. Maar laatst zag ik het zoveelste nieuwsbericht over een meisje dat aangevallen was in de nacht en dacht ik terug aan vroeger, toen ik dat meisje was, en aan Maarten.
Ik zie nu nog helderder dat hij me beschermde met z’n leven en niet van mijn zijde week uit verliefdheid. Maar hij was ook gewoon zeventien, dus jong, een kind nog. Hij was bij me, sliep naast me, hielp me dronken naar huis en hij heeft er nooit één procent misbruik van gemaakt. Ze zijn er echt, met velen, Maartens. Ik werk er hard aan een te maken van mijn eigen zoon.
Shop &C's nieuwste editie hier
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))