Door: Bettina Holwerda
Bettina ging met haar zoon Lux op verrassingsreis naar IJsland. Zonder plan en met veel kou.
'Mama, waar gaan we nou heen morgen?' Lux, m'n oudste, m'n puberzoon, heeft nog steeds geen idee waar ons jaarlijkse een-op-eenuitje naartoe gaat. Net als ik overigens, de organisator. Ik ben gewoon niet zo heel goed in kiezen en daarbij heb ik vliegangst, dus de afweging twee uur over land of drie uur over zee vind ik een moeilijke. Maar eindelijk hak ik de knoop door, nog geen 24 uur voor vertrek. 'We gaan naar IJsland!'
Lux kijkt me twijfelachtig aan, maar zet toch een gemaakte lach op. Ik weet niet veel van IJsland, behalve dat het adembenemend is en koud. Dus ik graai al het thermo-ondergoed dat ik heb bij elkaar, pak Uggs en warme mutsen in en daar gaan we. We vliegen over een zwarte, grote zee, maar alles gaat gladjes en het is heerlijk zo met z’n tweeën. Uiteindelijk verschijnt er in al die zwarte kilte een landschap dat lijkt op een andere planeet. Het is kaal, rotsig en totaal onwerkelijk, maar we zijn er.
Lees ook: Bettina: 'Ik genoot als nooit tevoren, vliegen was beter dan de mooiste achtbaanrit'
Op naar onze huurauto. Waar iedereen dikke fourwheeldrives huurt, heb ik een koekblik geboekt. Zodra ik gas geef, springt de stoelverwarming aan op standje ik-heb-in-m'n-broek-geplast en de boxen doen het prima. Dus hup, door dat koude maanlandschap naar ons warme hotel, met muziek op de speakers waar m’n oren nu nog van piepen. In Reykjavik eten we kaaschips en bamisoep op bed en praten we onder de douche een uur over alles en niks.
De volgende dag rijden we de Golden Circle. Een rit van een uur of vijf als je niet stopt. Lux staat niet te springen, maar gaat toch positief mee. We rijden door een landschap dat mooier, knusser en onwerkelijker is dan we ooit hebben gezien. We zien tektonische platen, geisers en watervallen. Als we op de terugweg zijn, vraag ik Lux of hij nog naar een warme rivier in the middle of nowhere wil. 'Oké.'
Op onze totaal niet wildernisbestendige schoenen lopen, glijden en genieten we intens, tot we na een uur iets zien dampen. Bij de rivier roept Lux: 'Het is écht warm.' Daar, waar de wereld niet lijkt te bestaan, tussen de besneeuwde bergtoppen, zitten we twee uur met een muts op in een kabbelende beek, tot we echt terug moeten voor het donker.
'Ik had eigenlijk helemaal geen zin om naar IJsland te gaan, maar ik ging mee voor jou, mama,' zegt Lux op de terugweg. 'Maar dit is het mooiste wat ik ooit heb meegemaakt.' Terwijl hij druk pratend doorloopt, bevriezen de tranen in m'n ogen van de kou.
&C's nieuwe Winterboek vind je hier
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))