Door: Iris Nulkes
Zeven jaar lang beheerste haar eetstoornis het leven van Kim ter Horst (28). Ze loog tegen haar moeder, raakte zichzelf kwijt en worstelde jarenlang met een negatief zelfbeeld. In de documentaire Goed Genoeg blikt ze terug op die periode én vertelt ze hoe ze uiteindelijk leerde tevreden te zijn met zichzelf.
Trigger warning: dit artikel gaat over eetstoornissen.
'Als kind was ik al ontzettend gevoelig. Ik wilde het altijd goed doen voor iedereen en wilde vooral niemand tot last zijn. Toen mijn ouders op mijn vijfde scheidden, maakte mijn kinderbrein daar een eigen waarheid van. ‘Ik zal wel het probleem zijn,’ dacht ik. Het plantte de eerste zaadjes voor een enorm laag zelfbeeld dat mijn hele jeugd aanhield. Dat zorgde ervoor dat ik meerdere pogingen deed om af te vallen. Dit zette nooit in extreme mate door. De druppel die de emmer deed overlopen was toen ik op mijn negentiende, na een familievakantie naar Bali, nogmaals een streng dieet inzette. Ik voelde me daar 'de dikke toerist'. Ik zat qua gewicht op een hoogtepunt, absoluut geen overgewicht, maar zo voelde het voor mij wel. Eenmaal thuis van de vakantie begon ik voor de zoveelste keer een streng dieet. Alleen: deze keer lukte het wel. In het begin dacht ik dat ik de controle had. Het afvallen gaf me een kick, een schijngevoel van grip op het leven.'
Het neemt je hele leven over
‘Het afvallen nam mijn leven over. Ik zat lange dagen op de kunstacademie, maar draaide dagen en nachten op een lege tank. Dat doorgaan en minder eten gaf me een bizar gevoel van kracht, terwijl je jezelf natuurlijk alleen maar kapotmaakt. Ik werd ontzettend inventief in het omzeilen van maaltijden. Als ik wist dat we 's avonds iets gingen eten, was ik de hele dag in mijn hoofd bezig met het berekenen van calorieën en manipuleren. Ik maakte er een sport van om eten weg te moffelen of spullen stiekem op school weg te gooien. Je hoofd is continu bezig met de gedachte: 'hoe kan ik zorgen dat ik toch minder calorieën binnen krijg?’
‘Maar naast dat het fysiek een enorme invloed op mij had, veranderde mijn persoonlijkheid ook. Ik wilde altijd het lieve meisje zijn, maar ik veranderde in een monster. Ik loog tegen mijn moeder en schreeuwde tegen haar als ze mij confronteerde met mijn eetgewoonten. Op het moment zelf dacht ik: ‘Dit ben ik helemaal niet, dit wil ik niet zijn.’ Maar de eetstoornis neemt net als bij een verslaving je hele leven over. Mijn moeder en oma zagen het van dichtbij gebeuren en trokken aan de bel. Ik moest naar een diëtist, waar ik zes verplichte eetmomenten per dag voorgeschoteld kreeg. Maar toen dit geen zichtbare effecten opleverde, kwam ik op mijn negentiende bij een psycholoog terecht. De diagnose: anorexia nervosa. Dat was enorm confronterend, al wist ik diep van binnen dat het zo was. En omdat het fysiek en mentaal razendsnel bergafwaarts ging, volgde toen ik twintig was een klinische opname.’
Drie gekleurde touwtjes
‘In de kliniek draaide alles om gewichtsherstel en strakke dagschema's. Van ontbijt en tussendoortjes tot groepstherapie. Mijn hersenen waren mistig door de ondervoeding en vermoeidheid. Fysiek zat ik daar op een dieptepunt. Ik had de neiging om flauw te vallen, had het zó koud dat ik onder drie dekens nog lag te rillen en op een gegeven moment kreeg ik last van mijn hart. Elke keer dat ik opstond, voelde ik een stekende pijn in mijn benen.’
‘In de weekenden mocht ik naar huis. Ik keek er enorm naar uit om mijn moeder en vriendinnen te zien. Tegelijkertijd viel ik al snel terug in oude gewoontes. De stem in mijn hoofd moedigde me aan zo min mogelijk te eten. Mijn brein hield me compleet voor de gek. Tijdens een therapiesessie moesten we met drie gekleurde touwtjes op de grond een cirkel leggen van de omvang van onze arm. Met het rode touwtje legde ik een gigantische cirkel neer, zo dik dacht ik dat mijn arm immers was. Het oranje touwtje was voor wat ik dacht dat 'realistisch' was. En met het groene touwtje maten we de échte omvang. Dat groene cirkeltje paste wel tien keer in mijn eerste cirkel. Dat was zo schokkend. Je beseft ineens dat je je eigen ogen niet kunt vertrouwen.'
De weg terug
‘Na een intensief intern halfjaar en een periode van deeltijdbehandeling in de kliniek, pakte ik het leven buiten de kliniek weer op. Maar herstel bleek niet gemakkelijk: zeven jaar lang bewoog ik mij heen en weer tussen de ziektes anorexia en boulimia. Die tweede is een ziekte die zich kenmerkt door extreme eetbuien, die ik daarna compenseerde door alles weer uit te braken. Mensen denken vaak: je bent weer op gewicht, dus je bent beter. Maar mentaal is de strijd dan juist op z'n zwaarst. Het voelt alsof alles mislukt is en er komt een enorme drang naar boven om weer opnieuw af te vallen. En als er dan gezegd wordt: 'Wat fijn dat je weer bolle wangen krijgt,' hoort een eetstoornisbrein alleen maar: je bent dik geworden.'
‘Het definitieve omslagpunt kwam toen ik 26 was. Mijn relatie eindigde en ik kreeg steeds meer de neiging om weer in oude gewoonten te vallen. Ik zat op een splitsing: of ik liet dit een excuus zijn om weer helemaal de diepte in te zakken óf dit was het moment om te bewijzen dat ik dit soort pijn kon voelen zonder daarbij maaltijden over te slaan. Ik koos voor het laatste. Vanaf die dag heb ik mijn eetgedrag nooit meer als vluchtmechanisme gebruikt.'
Goed genoeg
‘Tegenwoordig sta ik op een heel andere manier in het leven. Ik weeg mezelf niet meer en draag geen horloges met getalletjes en calorieëntellers. Ik sport nu voor mijn mentale welzijn. Vorige zomer zei ik voor het eerst tegen mijn moeder: 'Ik ben gewoon tevreden met mijn lijf.' Ze keek me aan met grote ogen. Als je weet waar ik vandaan kom, is dat de grootste overwinning ooit.'
‘Door te reizen, yogalessen te geven en mij meer te verdiepen in spiritualiteit, leer ik weer echt te voelen. Toen begin dit jaar de makers van de documentaire Goed Genoeg* op zoek waren naar mensen die te maken hebben gehad met een eetstoornis, besloot ik mij aan te melden voor een kennismaking. De titel van de documentaire dekt de lading van mijn hele zoektocht. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik niet goed genoeg was. Nu weet ik: goed genoeg zijn is je geboorterecht. Je hoeft het niet te verdienen met een perfect lichaam, de beste prestaties of controle. Perfectie is een veel te dunne lijn om op te lopen; daar kun je uiteindelijk alleen maar vanaf vallen.'
*Goed Genoeg is een Cinetree Original, in samenwerking met Stichting Kiem, onder regie van Josefien Hendriks & Natalie Bruijns. De documentaire is te zien via de website van Cinetree.
:quality(80))
:quality(80))
:quality(80))
:quality(80))
:quality(80))
:quality(80))