Door: Anne van Aartrijk
Als ze een verdacht plekje op haar borst ontdekt, denkt de 24-jarige Nikki niet meteen aan kanker. Zo jong is dat wel heel onwaarschijnlijk, zeggen zelfs de artsen. De uiteindelijke diagnose slaat dan ook in als een bom: het is borstkanker, en haar beide borsten moeten worden verwijderd.
Nikki: ‘Na de mammografie werd ik terug het kamertje in geroepen. Het is niet goed gegaan, dacht ik in eerste instantie, het moet nog een keer. Ik wilde alleen naar binnen lopen, toen de radioloog zei: ‘Neem je moeder maar even mee.’ Aan hun blikken zag ik het al: ze hebben geen goed nieuws. Ik voelde de tranen opkomen. Mijn angst werd werkelijkheid.
Verdacht plekje
Het begon met een wondje op mijn borst dat maar niet heelde. ‘Goed luchten en vet houden,’ was het advies van de huisarts. Toen het er een paar weken later nog zat, stond ik opnieuw op de stoep, maar weer ging ik naar huis met een crèmepje. ‘We denken niet dat het borstkanker is, want je bent nog zo jong.’ Ook ik dacht nog niet aan kanker, ik voelde geen knobbeltjes, maar ik voelde wel: er klopt iets niet. Na een paar maanden zonder verandering ging ik voor de derde keer langs, en dit keer ging ik niet weg zonder echo. Eindelijk namen ze me serieus. Op de echo was alleen niets te zien, waardoor ze een punctie zouden moeten nemen. Er werd even getwijfeld. Het plekje zat op mijn tepel en een punctie zou de werking van de eventuele borstvoeding die ik later zou willen geven kunnen beschadigen. Met de uiteindelijke uitkomst maakt dat helemaal niets meer uit, maar dat wisten we toen nog niet.
Ze deden de punctie toch, en die bevestigde mijn gevoel: ze vonden onrustige cellen. Het was nog geen kanker, maar dat zou het uiteindelijk wel kunnen worden. Een periode vol onderzoeken, blauwe borsten, afwachten en uitslagen die steeds iets erger werden, maar nog niet definitief waren, volgde. Dat afwachten was slopend. Eerst werden er alleen onrustige cellen rondom het plekje gevonden, daarna bleek uit de mammografie dat er ongewone kalkspattingen in beide borsten zaten. Na een MRI en daaropvolgend stereotactisch biopt bleek het om Ductaal Carcinoom In Situ (DCIS) te gaan, wat een voorstadium van borstkanker is. Blijkbaar zat het al verspreid tussen beide borsten. Elke keer dat ik verwachtte duidelijkheid te krijgen, elke keer was de conclusie dat ik eerst nog meer nare onderzoeken moest ondergaan. Ondertussen maakte ik mezelf gek door van het slechtste scenario uit te gaan: ik heb kanker en ik ga dood.
Preventief verwijderen
De eerste keer dat de woorden ‘preventief verwijderen’ vielen, dacht ik dan ook: haal ze maar weg. Natuurlijk, ik schrok ook, maar ik dacht vooral: als we er maar op tijd bij zijn, als het maar geen kanker wordt en zich verder verspreidt. En ik dacht, hoe stom het ook klinkt: ik heb geen zin in chemo of bestraling. Ik had net mijn haar tot een bob geknipt. Als ik aan de chemo moest, zou ik mijn haar verliezen en niet eens meer genoeg hebben om een pruik van te maken. Iedereen zou aan me zien dat ik ziek was en me zielig vinden, en dat wilde ik absoluut niet. Ik wilde niet ziek zijn, ik wilde beter worden. Als ze daarvoor mijn borsten weg moesten halen, dan was het zo.
Achteraf liet ik mijn emoties gewoon niet toe. Ik wilde niet toegeven aan hoe heftig de ingreep was. Ik ben altijd heel blij geweest met mijn borsten en nu gingen ze er gewoon af? Nee, het was makkelijker om het weg te stoppen. Pas toen ik bij de plastisch chirurg zat om de opties voor reconstructie te bespreken, kwam het besef binnen. Ik zag mijn vriend met tranen in zijn ogen zitten, en barstte in huilen uit. Pas daar had ik door: ze gaan een dubbele amputatie doen, dat is écht extreem.
Onder het mes
Nadat de operatie al gepland stond, op basis van de voorstadia die ze verspreid door beide borsten hadden gevonden, werd de diagnose nogmaals aangepast. Het ziekenhuis belde terwijl ik op mijn werk was. Er was een nieuwe patholoog begonnen die opnieuw naar mijn weefsel had gekeken. Hij zag niet alleen voorstadia, maar ook al stukjes kanker. ‘Het verandert de behandeling niet, maar we vinden dat je het moet weten,’ zeiden de artsen. Ik kreeg alleen maar meer stress, alsof het risico op uitzaaiing elke dag vergrootte. Het moet er zo snel mogelijk uit, was het enige dat ik kon denken. Gelukkig zou ik snel geopereerd worden.
Drie weken later, op 12 mei, ging ik onder het mes. Het plan was dat ze naast mijn borsten ook mijn eerste lymfeklier weg zouden halen, om uit te kunnen sluiten dat daar geen kanker zat. Ook mijn tepels werden verwijderd. Of ze direct een reconstructie met een prothese konden uitvoeren, hing af van hoeveel huid ze over zouden houden. Was dat niet genoeg, dan zouden ze nog een operatie nodig hebben. Maar dat ik een reconstructie wilde, wist ik zeker. Ik was mezelf zo met borsten gewend. Ik wilde niet leven met het aanzicht dat alles weg zou zijn en ik helemaal plat was, dat vond ik simpelweg te confronterend. Maar of dat gelukt was, zou ik pas weten als ik wakker werd. Met of zonder borsten.
Ik was nog suf toen de chirurg binnenkwam. Alles was goed gegaan, vertelde hij, en de reconstructie was gelukt. Toen ik de opluchting bij mijn ouders zag, kwam het ook bij mij binnen: het ergste zit erop. We moesten de resultaten van het weefselonderzoek nog wel afwachten, maar die heb ik inmiddels: ik ben schoon. Zowel de snijranden als de lymfeklieren zijn kankervrij, dus dat is geweldig nieuws. Alle ellende heeft zin gehad. Het moment dat de arts de woorden ‘geen verdere behandeling nodig’ uitsprak, kwam alle emotie van de afgelopen maanden eruit. Ik kon niet stoppen met huilen. Dat was het mooiste wat ik kon horen.
Een rouwproces
Inmiddels zijn we een paar weken verder en zit ik midden in het herstelproces. Lichamelijk valt het me alles mee. Al snel nam de pijn af en kon ik mijn armen weer bewegen. Het emotionele herstel daarentegen, is een stuk ingewikkelder. Je zou het een rouwproces kunnen noemen. De periode tot mijn operatie zie ik als mijn oude leven en oude ik. Sinds de operatie is er een nieuwe ik. Ik heb niet per se afscheid genomen van mezelf, maar wel van een deel van mezelf. Figuurlijk, omdat ik heb beseft dat het leven zomaar klaar kan zijn en een bepaalde naïviteit ben verloren. Maar ook letterlijk, want ik ben een belangrijk deel van mijn lichaam kwijtgeraakt. Met dit nieuwe lichaam moet ik nu leren leven.
De eerste keer dat ik ging douchen en mijn nieuwe borsten zag, brak ik. Ik kon er niet naar kijken, zo verschrikkelijk vond ik het. De artsen hebben het mooi gereconstrueerd, maar het is natuurlijk minder mooi dan het was en vooral zo anders. Het voelt nog steeds niet als mijn lichaam. Ik was altijd tevreden met mijn borsten, maar als ik er nu naar kijk, word ik vooral herinnerd aan de ellendige periode waar ik doorheen ben gegaan. Maar het lukt steeds beter, ernaar kijken. Ik ben nog steeds niet tevreden, maar ik ben wel trots op dat mijn lichaam het allemaal aan heeft gekund. Je hebt geen idee wat je allemaal overkomt, totdat het voorbij is. En dan ben je vooral heel blij dat het weer goed gaat.
Veerkracht
Vanaf dat ze me voor het eerst adviseerden om mijn borsten te laten verwijderen, wist ik: ik wil ze nog laten vastleggen. Misschien een fotoshoot, dacht ik, of zo’n beeldje dat vrouwen van hun buik laten maken als ze zwanger zijn. Uiteindelijk heb ik allebei gedaan, en daar ben ik zo blij om. Het beeldje symboliseert trots: trots op hoe mijn borsten waren, maar ook trots op waar ik doorheen ben gegaan. De afgelopen maanden hebben me geleerd hoe veerkrachtig je wel niet bent als mens. En ook: dat je altijd naar je gevoel moet luisteren. Als er iets is dat je niet vertrouwt, lichamelijk of mentaal, laat je niet wegsturen. Je hebt er recht op serieus genomen te worden.
Ondanks al deze grote gevoelens, kijk ik het meest uit naar het normale leven. Het mag van mij allemaal wel weer een beetje overwaaien. Ik ben weer beter, ik ben aan het herstellen, we kunnen weer door. Ik wil genieten van de zomer en op vakantie met mijn vriend, maar ik heb ook gewoon zin om weer aan het werk te gaan en weer te gaan sporten. Met me weer ‘mooi’ voelen ben ik voorlopig nog niet bezig, ik wil me vooral weer sterk en gezond voelen. Want daar kom je, ondanks alles, ook achter: het is maar je uiterlijk. Het leven is veel meer waard dan, in mijn geval, mooie borsten.’
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))