Door: Ismay Gijsen
Jarenlang stond het leven van Merel Tombroek in het teken van een GHB- en crackverslaving. Ze was pas dertien toen ze voor het eerst in aanraking kwam met alcohol en drugs. In &C's februarinummer 'Veilig in je eigen bubbel?' vertelde ze hierover, en je leest hier een preview.
Merel (19): 'Het beeld dat een drugsverslaafde tiener automatisch uit een probleemgezin komt, klopt niet. Ik heb juist een goede jeugd gehad. Mijn thuissituatie was prima, ik groeide op bij twee ouders die van me hielden. Het enige waar ik tegenaan liep, was mijn niet-gediagnosticeerde autisme en ADHD.
Bij de eerste twee onderzoeken kwam er geen autisme uit de test, omdat ik oogcontact maakte en 'te sociaal' was. Dat gebeurt overigens vaker bij meisjes, dat ze de signalen niet herkennen. Al vanaf de basisschool voelde ik me slecht begrepen, vaak kreeg ik straf omdat ik naar buiten keek of in een schriftje tekende. Wat dat betreft was ik niet bepaald het lievelingetje van de klas.
Het ging pas de verkeerde kant op toen ik een jaar of dertien was. Ik kreeg foute vrienden die regelmatig alcohol dronken en drugs gebruikten en die ouder waren dan ik. Nu denk ik: wat moesten zij met zo'n jong meisje?, maar destijds zag ik het probleem niet. Ze waren gewoon mijn vrienden. Boeiend dat een paar van hen in de twintig waren.
De eerste keer dat ik drugs gebruikte, herinner ik me nog als de dag van gisteren. Samen met die groep was ik een avond aan het chillen toen ik ineens doorhad dat het al laat was en ik snel naar huis moest fietsen. Met tegenzin pakte ik mijn spullen, toen een van mijn vrienden mij aantikte. 'Als je aan dit sleuteltje ruikt, fiets je sneller naar huis,' tipte hij. Ik besefte ergens wel dat ik er beter van af kon blijven, maar dat het cocaïne was dat op het puntje van zijn sleutel lag, wist ik niet. Toch snoof ik het witte poeder op.
Gelijk merkte ik dat het iets met me deed. Iets positiefs. Ik voelde me helder, scherp en niet meer moe. Die energiekick? Heerlijk. Hé, dacht ik, dit is interessant.'
Euforisch gevoel
'Vanaf dat moment deed ik vaker mee met drinken en blowen. Voor mijn ouders kon ik dat in eerste instantie goed verborgen houden, tot school bij jeugdzorg aan de bel trok en ik op mijn veertiende uit huis werd geplaatst. Ik ging met verkeerde mensen om en het was beter voor mijn eigen veiligheid als ik tijdelijk in een jeugdzorginstelling zou wonen. Die periode was enorm moeilijk. Ik hopte van stad naar stad en was zo verdrietig dat ik alleen maar in bed lag te huilen. Wie had in vredesnaam bedacht dat hier wonen beter voor mij zou zijn?
Een groepsgenoot had wel een tip tegen al dat verdriet: een pilletje xtc. Ze had gelijk. Dat pilletje hielp – in elk geval tijdelijk – uitstekend. Al snel kwam ik erachter dat ik een enorme fout had gemaakt: de begeleiding kwam erachter en ik belandde in Midgaard, een gesloten instelling die in 2019 de deuren moest sluiten wegens slechte leefomstandigheden. Je kunt je voorstellen dat ik daar een verschrikkelijke tijd heb gehad. Ondanks dat het een gesloten instelling was, kwamen er veel drugs binnen. Ik had geen telefoon, geen televisie, maar wel mijn xtc. Die werd naar binnen gesmokkeld door groepsgenoten die met verlof mochten.
Ongeveer één keer per maand gebruikte ik een pilletje, in mijn eentje op mijn kamer. Ik was al goed op weg naar een verslaving. Ik deed het deels uit rebelsheid, maar ook vanwege het euforische gevoel. Ik zat op het dieptepunt van mijn leven, maar ik kon me toch even zielsgelukkig voelen. Het was in mijn ogen een redmiddel, iets waarmee ik kon ontsnappen aan de realiteit.
Na negen maanden mocht ik weer thuis wonen. Natuurlijk was ik blij, maar het gaf niet de rust die ik hoopte dat het zou geven. Ik was constant bang dat ik iets verkeerds deed en weer uit huis geplaatst zou worden. Het ging een paar maanden goed bij mijn ouders, tot ik weer afsprak met foute vrienden. Allemaal deelden we dezelfde interesse: drugs gebruiken. Elk weekend lag de tafel vol pillen en speed, maar de dag dat er GHB op tafel verscheen, was ik gelijk verkocht. Deze drug voelde niet alleen als een warme knuffel, maar hielp ook tegen de overprikkeling en prestatiedruk die ik altijd voelde. Ik had het gevoel dat ik onder invloed van GHB mezelf kon zijn.
Het duurde dan ook niet lang voordat ik mijn eigen literfles GHB kocht. Die kostte destijds zestig euro. Een koopje, want je doet hartstikke lang met zo'n fles. Het probleem zag ik er niet van in. Ik haalde 'm in huis zodat ik af en toe een dopje kon nemen, niet omdat ik verslaafd was. Dat dacht ik in elk geval. Maar zodra ik mijn eigen fles in mijn kamer had verstopt, raakte ik verslaafd.'
Slaapmutsje
'Het ging van kwaad tot erger: de eerste weken gebruikte ik alleen in het weekend, vrij snel daarna nam ik ook een dopje als slaapmutsje. Door alle verschillende drugs die ik in het weekend met vrienden gebruikte sliep ik slecht, maar de GHB hielp mij juist in slaap te komen. Ik praatte het goed voor mezelf door te zeggen dat ik op deze manier tenminste uitgerust naar school en werk kon gaan. Dat hield ik een tijdje vol, tot ik op een gegeven moment een week lang meerdere keren per dag GHB had gebruikt, waardoor ik lichamelijk verslaafd raakte. Toen besefte ikzelf ook dat het einde zoek was. Als je het niet gebruikt, word je ziek en krijg je afkickverschijnselen: zweten, kou, trekkerige spieren. Zware griep, maar dan keer honderd.
Ondertussen begon ik ook te gebruiken op werk en school. Ik schaamde me kapot, maar ik moest. Anders werd ik ziek. Ik nam genoeg GHB om geen afkickverschijnselen te krijgen, maar wel helder genoeg te zijn. Als ik 's avonds ging slapen, moest ik elke twee uur de wekker zetten, zodat ik een dopje kon nemen. In die tijd werkte ik er in vierdagen tijd een literfles GHB doorheen. Mijn ouders enschool vermoedden dat ik aan de drugs zat, maar niemand wist hoe erg het was. Die dachten dat ik vooral in het weekend gebruikte.
Het moment dat mijn moeder een literfles GHB en andere drugs in mijn rugzak vond, gingen alle alarmbellen bij haar af. Diezelfde dag ben ik weggelopen van huis. Ik moest en zou gebruiken, mijn ouders mochten niet tussen mij en de drugs komen. Maandenlang crashte ik bij vrienden en kennissen op de bank.
School liet ik in die tijd voor wat het was, het ging niet meer. Terwijl ik van slaapplek naar slaapplek zwierf, dacht ik steeds vaker aan stoppen met drugs. Natuurlijk wist ik dat ik slecht bezig was. Ik baalde van wat er van mijn leven was geworden, maar tegelijkertijd wilde ik dat euforische gevoel niet kwijtraken. Dagelijks hield ik mezelf smoesjes voor: dit is de allerlaatste keer dat ik gebruik, volgende maand stop ik écht. Er is een moment geweest dat ik een afkickkliniek belde, maar zij hadden een wachtlijst van zes maanden. Ik kreeg pas hulp toen ik een psychose kreeg.'
Op een dag had ik geen geld meer voor GHB en toen ging het licht compleet uit. Ik ben allesbehalve agressief, maar tijdens die psychose vocht ik met iedereen om mij heen. Zelfs drie politiemannen kregen het te verduren. Het is pijnlijk om daaraan terug te denken, maar het werd zwart voor mijn ogen. Ik voelde blinde paniek. Uiteindelijk ben ik met de ambulance opgehaald en werd ik in het ziekenhuis geïnjecteerd met een kalmeringsmiddel. Ze geloofden niet dat ik zwaar verslaafd was aan GHB, omdat ze GHB destijds niet konden testen, dus ik werd teruggeplaatst naar een gesloten afdeling waar ik cold turkey moest afkicken. Dat was heftig: ik lag met 42 graden koorts in bed en was niet meer aanspreekbaar. Dat is overigens levensgevaarlijk, als je zomaar stopt kun je zelfs een hartstilstand krijgen. Gelukkig werd ik naar de spoedeisende hulp gebracht en daarna belandde ik voor het eerst in een afkickkliniek.’
Elke dag ongelukkiger
'In het begin was ik blij. Nu kon ik eindelijk stoppen met drugs en een verslavingsvrij leven gaan leiden. Ik zou maximaal twaalf weken in de kliniek verblijven, maar het werden negen maanden. Niemand wist waar ik naartoe moest. Met de dag voelde ik me ongelukkiger. Was dit hoe mijn leven eruit ging zien? Na een aanvaring met een medewerker ben ik uiteindelijk weggegaan. In eerste instantie wilde ze me niet laten gaan, dus ik bedacht een plan. Tijdens mijn verlof kocht ik een zakje ketamine, een drug waar ik zelf niks aan vond. Ik heb het in de kliniek op tafel gelegd en gezegd: zo, nu wil ik weg. Toen moest ze wel, want je mag geen drugs mee naar de kliniek nemen.
De volgende dag stond ik buiten, maar had ik geen dak boven mijn hoofd. Gelukkig mocht ik tijdelijk bij een vriend wonen, een jongen die geen drugs gebruikte. Dat leek me een goed plan, ik wilde immers clean blijven. De eerste weken ging het goed, tot mijn ouders lieten weten dat ze tijdelijk het contact wilden verbreken. Door de manier waarop ik de kliniek had verlaten, dachten ze dat ik een terugval had gehad. Ze waren mentaal helemaal op. Het verdriet en de onmacht gierden door mijn lijf. Nu deed ik mijn best en werd ik niet geloofd. Of ik dat mijn ouders kwalijk neem? Destijds wel, nu niet meer. Ik begrijp waar ze vandaan komen. Naast dat ik ze het leven zuur heb gemaakt, zeggen hulpverleners vaak dat je het contact moet verbreken met een geliefde die terugvalt. Daar ben ik het zelf niet mee eens. Natuurlijk moet je geen geld geven, maar je kunt er wel op afstand voor iemand zijn. Gewoon door te bellen of een berichtje te sturen. Het had me in die donkere periode niet doen stoppen met de drugs, maar ik had het wel heel fijn gevonden.
Kort nadat ik het contact verloor met mijn ouders ben ik aan de crack gegaan. Dat wil ik zeker niet als excuus gebruiken, maar ik was op dat moment klaar met alles. Ik zag iemand een keer een pijpje roken en heb toen een hijs genomen. Ik dacht: fuck it, mijn leven is toch niks meer waard. Vanaf dat moment ging het compleet mis. Ik was inmiddels achttien jaar en kon bij mijn spaarrekening. Een halfjaar lang heb ik elke dag crack gerookt. Emoties voelen deed ik niet meer, mijn leven stond in het teken van crack. Er zaten dagen bij dat ik voor zo'n tweehonderd euro aan crack per dag rookte. Al het geld op mijn spaarrekening heb ik uitgegeven, tot aan de laatste cent. Enorm zonde als ik daarop terugkijk, maar ergens ben ik wel blij dat ik nooit mijn lichaam heb verkocht of heb gestolen. Al loog ik wel tegen mensen om aan geld te komen. Dan zei ik tegen vrienden dat ik geen geld had voor eten. Dat was niet per se een leugen, maar ik gaf het gekregen geld gewoon liever uit aan drugs. Daar voel ik me nog steeds enorm schuldig over. Dat ik misbruik heb gemaakt van de goedheid van mensen doet pijn.’
Beestjes onder mijn huid
'Lichamelijk en geestelijk ging het slecht in die tijd. De crack zorgde voor psychoses, ik voelde en zag constant beestjes onder mijn huid lopen. Mijn lichaam gaf het ondertussen op. Ik kreeg maag- en darmbloedingen en was zo uitgeput dat ik niet eens meer rechtop kon zitten, laat staan douchen. Op mijn dieptepunt lag ik alleen maar in bed, met de drugs binnen handbereik. Mijn redding is uit eindelijk de vriend geweest bij wie ik woonde. Hij wilde mij het huis uitzetten, maar besloot mij een ultimatum te geven om te stoppen. Dat waardeer ik tot op de dag van vandaag. Anders was ik waarschijnlijk in een crackpand terechtgekomen en ik weet niet of ik hier dan nog had gezeten.
Op dat moment ging ik zelf afkicken. Ik wilde niet op straat belanden. Met mezelf sprak ik een datum af: van af 1 augustus 2022 stop ik, tot die tijd mag ik alles doen wat ik wil. Nog een paar maanden helemaal van God los, als ik maar voor die tijd stop. Uiteindelijk ben ik in juni volledig gestopt. Op eigen houtje. Ik was er klaar voor, ik wilde een nieuw leven. Het afkicken was lichamelijk minder erg dan stoppen met GHB, maar mentaal was het zwaar. Bij alles wat ik deed, dacht ik aan crack. Ik hoefde maar naar buiten te kijken en ik fantaseerde al over de hoek van de straat waar ik altijd de dealer ontmoette. Enorm frustrerend.
Gelukkig kreeg ik veel steun van mijn huisgenoot. Om mijn gedachten te verzetten reden we rondjes in zijn auto, we luisterden naar muziek en op dagen dat ik het niet meer zag zitten nam hij me mee naar Rotterdam, waar we door de stad slenterden. Een vriendschap en een herinnering die ik me mijn hele leven zal koesteren. In die tijd heb ik ook weer de relatie met mijn ouders opgebouwd. Toen ze zagen dat het écht goed met me ging, hebben ze me geholpen met alles. Daar ben ik enorm dankbaar voor.
Inmiddels ben ik ruim anderhalf jaar afgekickt, maar ik moet nog steeds dealen met de gevolgen van mijn verslaving. Een tijd geleden ben ik arbeidsongeschikt verklaard, waardoor ik niet mag werken. Dat was door mijn autisme en ADHD al een uitdaging, maar door de drugs heb ik mijn hersenen flink beschadigd. De vermoeidheid is alleen maar erger geworden en mijn concentratie is zo goed als weg. In het begin vergat ik ook vaak woorden, maar daar heb ik nu gelukkig geen last meer van. Horen dat je niet meer mag werken is een klap, maar ik besef wel dat het de juiste keuze is. De stress van een baan had ik waarschijnlijk niet aangekund.’
Trots op mezelf
‘Mijn vrienden van vroeger zie ik niet meer, alleen een vriendin die ook is afgekickt. Met haar geniet ik nu van het nuchtere leven. Toen ik een halfjaar clean was, heb ik wel twee oude vrienden een berichtje gestuurd. Ik had met mezelf afgesproken dat ik ze niet hoefde te zien, alleen wilde weten hoe het ging. Sommige mensen vinden dat niet slim, maar ik zou het mezelf niet vergeven als ik een rouwkaart in de brievenbus krijg en nooit meer heb gevraagd hoe het ging. Af en toe denk ik nog aan drugs, vooral tijdens een winterdip. Dan denk ik aan hoe lekker die drugs zijn, maar ik hoef ze dan niet per se te hebben.
Als ik die craving wel voel, ga ik wandelen met mijn hond Doortje. Dat helpt, zo verzet ik mijn gedachten. Doortje heb ik een maand nadat ik clean was in huis gehaald. Mijn ouders vonden het onverstandig dat ik al zo snel een huisdier nam, maar mede door Doortje is het goed gekomen met mij. Ik heb iets om voor te leven, dat zorgt ervoor dat ik niet terug wil vallen. Als ik terugkijk, heb ik het meeste spijt van het liegen. Niet eens van het drugsgebruik zelf. Dat klinkt gek, hè? Nee, het was inderdaad niet slim en ik had er beter nooit mee kunnen beginnen, maar ik geloof dat alles gebeurt met een reden. Ik ben diep gezonken, maar heb wel de kennis die ik nu heb. Ik ben minder naïef. Mij maak je niet zomaar iets wijs. Ik ben enorm trots op waar ik nu sta: de relatie met mijn ouders is beter dan ooit, ik heb een huis en een hond. En het allerbelangrijkste: langzaam maar zeker vertrouw ik mezelf steeds een beetje meer.'
Dit artikel verscheen in 2023.
Shop hier &C's nieuwste editie
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))