Door: Edson da Graça
kijk, zie ik niet alleen de kwetsbaarheid van het einde. Ik zie de vrouw die haar hele leven alles voor mij heeft gegeven. Dat ik nu de rollemag omdraaien, dat ik van de ‘verzorgde’ ineens de ‘verzorger’ word, voelt ondanks de vermoeidheid als een intens voorrecht. Het dwingt me om niet pas achteraf de mens achter de ouder te zien, maar nu. Elke dag dat haar stem er nog is en we samen kunnen lachen om de kleinste dingen. We leven te vaak alsof we een oneindig abonnement op het leven hebben afgesloten. Alsof tijd een onuitputtelijke bron is. We bewaren de mooiste woorden voor speeches die de hoofdpersoon zelf nooit meer zal horen, en schuiven liefde voor ons uit tot het te laat is.
Waarom hebben we een aula vol droefheid nodig om de mensen om ons heen echt te zien? Laten we stoppen met de lege belofte dat we ‘snel weer eens moeten afspreken’ wanneer we bij het graf van een dierbare staan. Laten we het gewoon doen. Niet pas wanneer de klok stilstaat, maar nu de telefoons nog overgaan, de stemmen nog klinken en de armen nog openstaan. Ik heb een nieuwe lifehack: zodra de woorden ‘laten we snel afspreken’ vallen, zeg ik meteen ‘is goed, pak je agenda erbij, we gaan nu wat inplannen.’Zie de mensen om je heen vandaag nog in al hun kleur, met al hun verhalen en tekortkomingen. Maak die afspraak, stel die vraag, geef die knuffel. Want het echte eerbetoon aan het leven is niet hoe we rouwen als iemand er niet meer is, maar hoe intens we liefhebben zolang we er nog zijn.
Het is misschien niet het leukste onderwerp. En al helemaal niet voor een vrolijke glossy als &C, waar je normaal gesproken bladert door verhalen over de perfecte skinny jeans of de beste seksspeeltjes voor op vakantie. Maar we moeten het er toch over hebben: de dood. Want Magere Hein is de laatste tijd vaker op bezoek in mijn leven dan de gemiddelde pakketbezorger. En helaas neemt hij niks leuks mee. Ik ben op een leeftijd gekomen dat de mensen uit mijn jeugd – ooms, tantes, familievrienden – langzaam maar zeker het podium verlaten. Laatst is zelfs mijn jongere neef gestorven aan een hersentumor. Dat was een klap die ik nog steeds probeer te verwerken. Toen mijn vader overleed, was dat bijna onbegrijpelijk. Ergens dacht ik, hoe naïef het ook klinkt, dat hij er altijd zou zijn, net als Soldaat van Oranje. Maar net als de musical kende ook hij zijn eind. Het is surrealistisch om te beseffen dat je nooit meer iemands stem zal horen, of iemands energie zal voelen. Bij mijn vader was het extra gek, omdat ik pas na zijn overlijden doorkreeg dat hij niet alleen een vader was, maar ook een mens. Een vriend, een geliefde, een broer. Ik had hem altijd eendimensionaal gezien. Vader. Punt. De dood brengt, hoe clichématig ook, inzichten. Boven de uitgedroogde cake en de slapste koffie van het jaar bespreek je met familieleden die je sinds het WK van 1998 niet hebt gezien dat je elkaar echt vaker moet opzoeken. Want ja, het leven is kort, en zo verder. Om vervolgens na de begrafenis weer op te gaan in de waan van de dag en niets meer van elkaar te horen. Dat patroon wil ik niet meer. Het leven wacht niet tot jij je agenda een keer op orde hebt. Mijn moeder is nu bezig aan haar laatste levensfase en woont sinds kort bij mij in. En eerlijk: het is zwaar. Het is soms emotionele topsport, waarbij ik mezelf voorbijren. Maar als ik naar haar
Deze column staat in &C's nieuwste editie 'Meer bos, minder blabla' die nu in de winkels ligt.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))