Door: Bettina Holwerda
Niks vertegenwoordigt meer het gevoel van zomer dan een vakantieliefde. Hitte, belofte, vlinders in je buik en tsja, vluchtigheid. En vakantieliefdes heb ik gehad hoor.
Felix, dat was ’m, m’n eerste. Niet m’n eerste op wat voor fysiek vlak dan ook, maar de eerste die in m’n hoofd bleef zitten. En bij wie ik dat gevoel had dat je alleen bij vakantieverliefdheden kan hebben: dit was de ware en ik zie hem nooit meer terug. Zo dramatisch, zo Romeo en Julia, zo romantisch. Ik was dertien, hij negentien. Wat hij in me zag, weet ik echt niet, maar een vreemde interesse was het zo achteraf gezien wel. Ik liep gigantisch achter qua groei, zag eruit als een achtjarige, freaky dus! Maar dat terzijde.
Felix was Duits, had een haakneus en was al oud voordat hij überhaupt oud was, zo’n type. Maar hij was bruinverbrand door de zon en keek ineens de hele tijd naar me, terwijl ik op mijn Disney-handdoek op de steiger aan ons vaste meer in Oostenrijk lag. En ondanks z’n ouderemannenvoorkomen was Felix populair, dus die interesse deed wel iets met de ontluikende hormonen in mijn mini-lijf. Toen mijn grote zus en ik met de rubberboot naar de overkant gingen en Felix het hele stuk achter ons aan had gezwommen en in het Duits mijn naam vroeg, was het beklonken: ik was verliefd. Alleen gingen we de volgende dag al naar huis, dus met de herinnering aan het met zwaar Duitse tongval uitspreken van mijn toch al niet sierlijke naam, reden we weg. Girl I’m gonna miss you van Milli Vanilli raakte me recht in m’n hart en dat was het dan. Tschüss Felix.
Op m’n vijftiende kwam daar Dankert uit Zeeland bij. Z’n naam vond ik niet bepaald Shakespeariaans, maar hij had lang haar en een staartje, dus daar ging ik. Hij toonde totaal geen interesse, wat ik zag als verliefdheid mijn kant op. Dat hij de halve vakantie innig zoende met Fiona was jammer, maar dat deed hij vast om mij jaloers te maken. Toen we de boot vanuit Engeland naar Nederland namen en hij op de kade geen moment meer naar me omkeek, spoelde ik mijn cassettebandje al naar Total eclipse of the heart. Weer een grote liefde die ik nooit meer ga zien, dacht ik, terwijl ik meehuilde met Bonnie Tyler op m’n walkman.
Twee jaar later was het raak én wederzijds. Head over heals was ik, op David uit Kortrijk. Hij ook op mij, dat wist ik door de corny oneliners die hij gebruikte. We zoenden in een tent, hij smaakte naar frikandel speciaal met uitjes (oké, dit klinkt raar). En. Dit. Was. Hem. De volgende dag ging hij vroeg weg en legde heel lief stiekem een briefje in mijn tent. Hij ging naar huis. Naar z’n vriendin, hoorde ik later. En al krijg ik bij het horen van Blue (Da Ba Dee) nog steeds weemoedig de smaak van uitjes in m’n mond, ik ben toch blij dat ik nu grote vakantieliefdes heb die wél gewoon blijven bestaan. Vier zelfs.
Deze column staat in &C's Zomerboek.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))