Door: Chantal Janzen
Ik eet veel. Dat schijnen mensen niet van mij te verwachten, maar zeker in de wintermaanden kan ik er wat van. En ik vind het oprecht ongezellig als ik lekker een warme chocolademelk met slagroom zit te drinken en iemand zegt: ‘Weet je hoeveel suiker daarin zit?’ Ja. Dat weet ik. Daarom heb ik ’m besteld.
Ik ben in de winter van de kaasfondue, chocolademelk, stamppot met jus. En het liefst zonder ingewikkelde rekensom ernaast. Ik denk ook niet: o, ik had vanmiddag al een choco met slagroom, dus vanavond geen kaasfondue. Nee hoor. Kom maar door. Zelf ben ik overigens geen keukenheld. Mijn ouders ook niet, al aten we met kerst thuis altijd lekker. Mijn vader maakte elk jaar zijn garnalencocktail. En één kerst kreeg ik iets voorgeschoteld wat ik zó lekker vond dat ik vroeg of we het niet vaker konden eten. Nu moet je weten: ik was als kind een konijnenlover. Ik had konijntjes en was een soort konijnenfluisteraar. Toen ik vroeg wat voor heerlijks ik zojuist had gegeten, werd mijn moeder ineens stil. Mijn broer – vier jaar ouder en uiteraard dolblij met deze kans – zei: ‘Je hebt konijn gegeten.’ Ik werd gek. Mijn moeder stelde me snel gerust: ‘Nee joh, natuurlijk niet.’ Pfieuw. Tot ze fluisterde: ‘Het was haas.’ Bedankt mam. Ook vreselijk. Later had ik een vriend bij wie thuis met kerst de halve Veluwe op tafel stond: wild zwijn, hert, noem maar op. Iedereen smullen, ik vond het vreselijk. Mijn eigen kinderen hoeven niet bang te zijn dat ik ze tijdens de feestdagen stiekem een huisdier voorschotel. Ze mogen al blij zijn als ik überhaupt iets voor ze geregeld heb. Eén kerst zou Marco voor het eten zorgen en ik iets voor Bobby maken, die toen drie was. Alleen was ik dat vergeten. Cadeautjes? Voor iedereen. Maar eten voor mijn eigen kind: o ja. Bobby kreeg pasta met olijfolie en Parmezaanse kaas en kipknakworstjes uit blik. Topkerst. Voor hem dan. Misschien komt het doordat ik eten veel te leuk vind om er moeilijk over te doen. Op wintersport bijvoorbeeld – nóg zoiets waar ik geen reet aan vind – ging ik ooit mee met een ex en zijn familie. Zij iedere dag skiën en snowboarden, ik niet. Ik zat in een musical, was compleet gesloopt en dacht: ik heb vakantie, no way dat ik nu vrijwillig een berg af ga. Dus zat ik binnen. En at ik. Veel. Volgens mij kwam ik in vijf dagen vijf kilo aan. Het kon me werkelijk niets schelen. En als mijn toenmalige vriend daar iets van had gezegd, had ik hem waarschijnlijk met zijn kop in een ijspegel geduwd. Als ik wat zwaarder ben, lig ik daar echt niet wakker van. Ik ga mezelf al helemaal geen kaasfondue ontzeggen omdat er misschien een kilo bij komt. Daarvoor vind ik eten veel te gezellig. En dat is precies wat ik zo fijn vind aan de winter. Lekker eten, de open haard aan, gezelligheid. En winterkleren! Mooie jassen, coltruien – ik vind winterkleding zo chic. Dan denk ik: ja hoor, laat die winter maar komen. Alleen: één maand is voor mij wel genoeg. Daarna is het: oké mensen, hartstikke gezellig geweest. Let’s go. Op naar het voorjaar.
Deze editorial staat in &C's nieuwste winterboek ‘Kou van jou', die vanaf vandaag in de winkels ligt.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))