Door: Chantal Janzen
Het idee van een dubbelleven fascineert me. Mijn eerste associatie is nog altijd, tja, wellicht onverwacht en verrassend: Harry Mens.
Toen in 2001 naar buiten kwam dat hij naast zijn vrouw en volwassen dochters óók al jaren een tweede gezin bleek te hebben, met een andere vrouw en twee jonge dochters, allemaal in hetzelfde land, dacht ik vooral: hoe dééd-ie dat al die jaren? Hoe kan het dat zijn gezin dit niet wist? Hoe deden ze dat met ouderavonden, schoolvoorstellingen, officiële papieren. Het programma Jambers vond ik ook zo interessant. De Vlaamse presentator begon zijn items altijd met: ‘Overdag is Theo accountant, maar ’s avonds ontpopt hij zich tot een drukbezette gigolo’.
Een dubbelleven hoeft natuurlijk niet zo letterlijk te zijn. Ik had een vriendin op de dansacademie. We lachten veel samen, lunchten altijd samen en genoten volop van onze danslessen samen. Pas na een hele tijd vertelde een docente me dat mijn altijd vrolijke vriendin al lang worstelde met een eetstoornis. ‘Maar, ik heb haar toch zien eten?’ was een van mijn eerste reacties. Ze vertelde daarna zelf hoe ze haar normalere leven langzaam kwijt raakte. Haar dagen draaiden alleen maar om controle. Ik verweet het mezelf dat ik het nooit had gezien. Maar niemand had het gezien. Dat vond ik misschien nog wel heftiger dan een dubbelleven. Dat je zó goed kunt verbergen wat er werkelijk in je omgaat of waar je mee bezig bent.
Zelf heb ik nooit bewust een deel van mijn leven geheim gehouden. Ik deel veel en vind het meestal fijn om mezelf kwetsbaar op te stellen. Maar er is wel een grens. Als het gaat over mijn kinderen, mijn partner, mijn ouders of mijn broer, dan ligt dat anders. Daar vraag ik altijd toestemming voor of ik houd het gewoon privé. Kwetsbaarheid is mooi, maar moet niet ten koste gaan van iemand anders.
Misschien leven we tegenwoordig allemaal wel een beetje in verschillende werelden. Op televisie ben ik de presentator. Degene die overzicht houdt, weet waar iedereen moet zijn en de leiding pakt. Ook als ik van binnen denk: help, waar zijn we gebleven? Dat voelt niet als een rol spelen, maar als verantwoordelijkheid nemen. Vroeger deed ik dat trouwens iets te letterlijk, dat aanpassen. Op de middelbare school zaten er een paar knappe jongens bij ‘de kakkers’, de ballen. Dus liep ik ineens rond in Ralph Lauren-poloshirts, mijn haar in een lage staart strak achterover en met piepkleine oorbelletjes in. Terwijl ik daar totáál niet van hield. Grote gouden oorbellen, een getoupeerde kuif en kleren van Mac & Maggie, dát vond ik leuk. Achteraf moet ik erom lachen. Je probeert nu eenmaal weleens iemand anders te zijn, of een eigenschap uit te vergroten om erbij te horen.
Misschien is dát wel de crux. Er is een wereld van verschil tussen jezelf een beetje aanpassen en een compleet ander leven leiden. We laten allemaal afhankelijk van de situatie een andere kant van onszelf zien. Dat is menselijk.
Social media krijgt vaak de schuld van al die perfecte plaatjes, maar ik volg juist veel mensen die óók vertellen over de autorit op vakantie van elf uur die eindigt op de eerste hulp in de bloedhitte, omdat je kind van een klimrek naast een Duits tankstation is gevallen. Naarmate je ouder wordt, ontdek je nog meer dat werkelijk niemand alleen maar succesvol, vrolijk of sterk is. Vroeger kon ik naar iemand kijken en denken: die heeft het allemaal voor elkaar. Inmiddels weet ik beter. Niets is altijd wat het lijkt. Niet in de showbizz, niet op Instagram en niet in het echte leven. En ik vind dat wel geruststellend. Want uiteindelijk is het niet de vraag óf iemand verschillende kanten heeft. Die hebben we allemaal.
Zo, en nu ga ik op YouTube oude afleveringen van Jambers kijken. ‘Overdag is zij een presentatrice en actrice, maar ’s avonds ontpopt zij zich tot een ware…’. Vullen jullie het maar in…
Deze editorial vind je in &C's nieuwste editie 'Wie ken je nou écht?'
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))