Door: Bobbie Bodt
Toen Bobbie Bodt een tijdje terug een oproep op haar socials plaatste begon haar zoektocht naar nieuwe vrienden. Met deze week: als Bobbie had geweten dat het vinden van een vriendin minstens zo moeilijk zou zijn als het vinden van een man, had ze zich misschien beter voorbereid.
Voordat ik Bas ontmoette, heb ik flink wat dates gehad. Meestal bleef het bij één keer. Op de app gaf ik de heren graag snel een kans. Een paar leuke foto's en hup - ik sprak liever snel af dan eindeloos heen en weer appen. Achteraf gezien had ik toen al kunnen leren dat een paar foto's niet genoeg zijn om iemand echt in te schatten. En dat geldt minstens zo bij het zoeken naar een vriendin. Misschien nog wel meer. Zeker als het gaat om een ieniemienie rond profielplaatje op Instagram.
Ze stuurde me via Instagram een uitnodiging voor een koffiedate. Haar bericht voelde luchtig en open - ze klonk als iemand die geen vriendin zocht uit nood, maar die het gewoon leuk vond om iemand als mij te ontmoeten. En dat gevoel was wederzijds. We wisselden een paar DM's uit, praatten over werk, relatie, onze katten. Ik had net onze kat Simon uit Rusland geadopteerd en grapte: 'Met al die zorg lijkt het soms alsof ik een kind heb.'
Haar profielfoto op Instagram liet een prachtige vrouw zien. Ik gaf toe aan mijn nieuwsgierigheid, maakte een screenshot, zoomde in. Maar voortaan ga ik nog dieper op onderzoek uit door een follow up op Instagram en een snelle Google-zoektocht. Want waarom deed ik dat wel bij mannen en bij vrouwen niet?
Een week later zat ik in het zonnetje te wachten in De Vondeltuin - een café aan het Vondelpark in Amsterdam, voor velen bekend als een zalige plek voor kinderen maar waar je ook als volwassene heerlijk in de tuin kunt zitten. Ik spreek daar vaak af met kinderloze vrienden om even bij te praten - als we tenminste de rennende, ijs-etende, gillende kinderen om ons heen negeren. Het was een doordeweekse ochtend, vrij vroeg, geen woensdagmiddag. De zon scheen. We zouden afspreken bij de ingang. Ik kreeg een appje dat ze iets vertraagd was en dat ik alvast kon gaan zitten.
Naar de bar lopen om een koffie voor mezelf te bestellen voelde een beetje ongezellig - stel dat ze ineens zou opduiken, en ik zat daar al met een halflege cappuccino? Dus ik wachtte. Na tien minuten werd ik onrustig, na vijftien vond ik het irritant en won mijn cafeïneverslaving het van mijn beleefdheid. Terug in het zonnetje sloot ik mijn ogen, en ik zuchtte diep om stoom af te blazen. Tot ik ineens een warme, hees klinkende stem mijn naam hoorde zeggen: 'Hé, Bobbie.'
Ik opende mijn ogen en daar stond ze. Een knappe, verzorgde vrouw met een outfit die zo in een editorial kon. En... een draagzak. Een Artipoppe. Mét baby. Ja, echt. Een vrolijk kind met krulletjes keek me aan alsof hij óók zin had in een cappuccino.
Ik was even stil. En toen meteen: 'Oh wat een schatje!' Want ik wil natuurlijk niet iemand zijn die afknapt op een baby. Maar we hadden het hier helemaal niet over gehad. Ik had zelfs in m'n video gezegd dat ik al genoeg vriendinnen met kinderen had. Had ze die misschien niet gezien? En zelfs toen ik de opmerking maakte over mijn kat Simon heeft ze niets gezegd. Nog voordat ze zat (en dat duurt even met zo'n draagzak, weet ik inmiddels) liep ik terug naar de bar om twee koffie te halen. Even ademhalen. Even schakelen. Om daarna terug te keren naar onze koffiedate, met z'n drieën.
We gingen aan de rand van de zandbak zitten zodat haar zoontje kon spelen. Hij was nog niet in de fase dat we helemaal geen oog voor elkaar hadden, maar toch ging een groot deel van onze aandacht naar hem. 'Oh, valt hij niet achterover?' 'Is dat niet gevaarlijk?' 'Nee, nee, niet doen.' Er stormde een kind op hem af, een ander zwaaide met een schepje naar zijn hoofd. Een moeder kwam naast ons zitten en begon haar hele borstvoedingsverhaal te delen alsof we oude vriendinnen waren. Brullend zat het jongetje vervolgens in de zandbak te wachten op zijn moeder - mijn vriendin in wording - die hem vervolgens een bakje banaan-fruitpuree tussen de zinnen door voerde. En ja, ik vond het óók aandoenlijk. Natuurlijk. Ik ben geen monster.
Maar ik voelde ook: ik was terechtgekomen in een wereld waar ik nog niet klaar voor ben. Een wereld die ik, als ik eerlijk ben, wil bewaren voor als ik er zelf instap. Nu was ik erin gezogen, onverwacht en zonder dat ik ervoor gekozen had.
We dronken anderhalf uur koffie. Het was oprecht leuk - ze was grappig, slim, inspirerend, hartstikke hip. Ik voelde verbinding en tóch knaagde er iets. Want door niets te zeggen over haar moederschap voelde het alsof ik geen keuze had in deze situatie, en dat voelde oneerlijk.
Niet omdat ze moeder was. Maar omdat ze het niet gezegd had. Als ze het wél gezegd had, was ik misschien afgehaakt. En dat weet zij waarschijnlijk ook. Is dat oneerlijk van mij?
Toen we afscheid namen zei ze nog: 'Ik ben hartstikke flexibel. Ik doe ook graag dingen zonder mijn kind, ik heb hem nu alleen toevallig bij me omdat mijn vriend onverwacht moest werken.' En daar zit precies de kern.
Want ik weet inmiddels uit ervaring met moeders in mijn omgeving, dat het meestal niet "toevallig" is. Dingen lopen anders. Afspraken worden verzet, de dag gaat tóch over een snotneus of een slapeloze nacht. En daar is niets mis mee. Maar het is wél handig om te weten voordat je afspreekt voor wat je dacht dat een onbezonnen, kindvrije koffie in de zon zou worden.
Na deze afspraak realiseerde ik me dat transparantie en eerlijkheid een van mijn belangrijkste waarden in een vriendschap zijn. En die zie je niet op een profielfoto. Daarvoor moet je afspreken.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))