Door: Redactie
Journalist Marcel Langedijk begrijpt niets van mensen die op vakantie continu van locatie wisselen, allerlei activiteiten plannen, vooral niet willen uitrusten en compleet kapot terugkomen. Daarom: een pleidooi voor zalig nietsdoen.
Laatst had ik een interview met Dai Carter, de dubbelgespierde zelfhulpcommando van Kamp Van Koningsbrugge. Voor wie het niet kent: dat is een tv-programma waarin 'gewone burgers' ondervinden hoe heftig het is om commando te zijn - spoiler: heel heftig. Dit onder leiding van Dai en andere oud-commando's. Tijdens ons gesprek kregen we het over vakanties en dat Dai daar amper tijd voor had - want superpopulair, kinderen, carrière. Ik vertelde dat ik binnenkort gelukkig wel ging, drie weken naar Thailand zelfs. Daar ging het mis. Wat ik allemaal ging doen, vroeg Dai me. Ik keek hem niet-begrijpend aan.
Doen? Hoe bedoelde hij dat precies? Het zweet brak me uit, dit moest een van die quasi-psychologische trucs uit Kamp Van Koningsbrugge zijn om uit te vinden of ik commandowaardig was. En Dai was misschien wel een kop kleiner dan ik, maar ook een getrainde moordmachine wiens spieren uit zijn strakke legergroene shirt leken te willen ontsnappen. 'Nou, gewoon, een beetje liggen op het strand. Koud biertje hier, groene curry daar. Balletje overgooien met vrouw en dochter, massage, dingen.'
Nu was het Dai zijn beurt om niet-begrijpend te kijken. ik meende ook een vleug walging in zijn blik te zien. 'Misschien gaan we ook nog wel mountainbiken. Of een hike,' probeerde ik de boel nog lafjes te redden, maar Dai schudde meewarig het hoofd en begon met weemoed te vertellen over zijn vakanties. Over die keer dat hij en zijn vriendin terechtkwamen bij de Wayuu-stam in de jungle van Noord-Colombia. Ik vroeg me af hoe je daar in jezusnaam tijdens een vakantie terechtkwam, maar hield wijselijk mijn mond. Dus vertelde Dai verder dat die stam een soort autonome staat vormt en dat het nog nooit iemand was gelukt om hun gebied te veroveren. En een van de mooiste dingen vond Dai dat ze met het hele gezin in chinchorro's slapen, gigantische hangmatten. Tot de kinderen groot genoeg zijn. Hij vond dat concept zo geweldig dat hij zo'n chinchorro meenam naar huis. Boven op zijn rugzak. Dwars door die jungle.
Ik wilde hem vertellen dat ik zelf ook ooit een rugzak had gehad toen ik voor het eerst naar het buitenland ging, maar het ding al na één trip had verruild voor een ergonomische en robuuste rolkoffer, maar iets in mij zei dat ik dat beter niet kon doen. In plaats daarvan vroeg ik hem of dit zijn idee van vakantie was, met een rugzak en tien kilo hangmat door een jungle strompelen. En hoe zijn vriendin daar tegen aankeek.
Vier weken backpacken
Hij vertelde me dat dit inderdaad lang de manier was waarop zij hun vakanties hadden ingevuld. Vier weken door Azië backpacken, van land naar land, 's nachts opstaan om een vulkaan te beklimmen, dat soort dingen. Maar, zei hij, weer thuis was zijn vriendin 'helemaal naar de kloten' en daar was ze best klaar mee. Dus - ik zag de pijn in zijn ogen - pakten ze het tegenwoordig wat anders aan. Er was nu ruimte voor ontspanning. Nee, zei Dai, voorlopig geen avontuurlijke vakanties meer. Hij was er zelf ook klaar mee. Ik geloofde er geen zak van, maar ook dat hield ik voor me. Dit vanwege mijn even realistische als angstige inborst.
Ik begrijp het gewoon niet. Ik ben sportief - een dag niet bewogen is een verloren dag - maar als het op vakanties aankomt, vind ik: minder is meer. Voor mij is vakantie: liggen, chillen, lezen, eten, drinken, tijd voor elkaar, tijd voor he-le-maal niks. Want waarom zou je in die paar weken die je vrij hebt, waarin je eindelijk een keer écht niks hoeft te doen, tóch nog allemaal ingewikkelde dagbestedingen bedenken?
Lees ook: Hoe weet je zéker dat een toeristische activiteit met dieren oké is?
Vreemd genoeg lijk ik steeds vaker de enige te zijn die er zo over denkt. Vrienden, familie, collega's: ze gaan en masse op doevakantie. Zo ging een bevriend stel afgelopen voorjaar tien dagen naar Griekenland en daar kregen ze het voor elkaar om élke dag van die toch al niet bijster lange vakantie op een andere locatie te verblijven. En die reizen werden het liefst gemaakt met lokaal vervoer, want dan ging je zo lekker met de locals en kreeg je veel mee van de cultuur. Iedereen die weleens in een bus op een Grieks vakantie-eiland heeft gezeten, weet dat je alles wil behalve in zo'n bus zitten, maar zij vonden het geweldig. Ze overnachtten bij diezelfde locals, uiteraard op van wantsen vergeven stretchers tussen vergeelde lakens in door muggen geterroriseerde kamertjes. Want: niet duur en cultuur. Wat er na het reizen van de dag overbleef, werd gevuld met uitjes naar toeristische attracties, wandelingen door onherbergzame gebieden, abseilen, kanotochten, diepzeeduiken, kookcursussen en volksdansen.
Ik probeer die gedachte te omarmen, me in te leven in zo'n reiswijze, maar ik kan het niet. We hebben het hier over mensen die vijf dagen per week werken, een uur of vijftig minimaal. Ze hebben twee kinderen die net op de middelbare school zitten en optimaal gebruikmaken van wat de puberteit hen te bieden heeft, er wordt vanzelfsprekend hard gesport, gehobbyd, gedinnerdatet en er moet sociaal worden gedaan bij familie, vrienden en buren, waardoor er geen rustig moment in hun week te vinden is. Dan zou ik denken: doe tijdens die tien dagen vakantie gewoon even helemaal niks.
Maar hoe ziet Marcels ideale vakantie er precies uit? En waarom pleit hij zo voor de doe-lekker-niks-vakantie? Dat lees je in &C's Zomerboek vanuit je heerlijk luie ligstoel - of liever toch terwijl je met een parachute aan een boot hangt, zo'n 80 meter boven het water? Hoe dan ook; je scoort het Zomerboek nú in de winkels, of bestel 'm hier online (kun jij in die ligstoel blijven liggen, doen wij de rest):
Shop &C's Zomerboek nu hier!
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))