Door: Joanne Wienen
Als Jiska Ogier op vakantie gaat, past haar beste vriendin Chantal van Rijn op haar twee uiltjes Pruttel en Lou. Chantals uil Wynnie gaat naar haar moeder, maar Jiska helpt met vragen.
Jiska (31, links): ‘Pruttel, Lou en Wynnie zijn noordelijke witwangdwergooruilen. Ik werkte als vrijwilliger bij een roofvogelhouder toen ik ze voor het eerst zag en was op slag verliefd. Ik vind ze er heel schattig uitzien. Wat niet wil zeggen dat ze ook cute zijn trouwens. Ze hebben een grote persoonlijkheid en nog grotere klauwen. Ik zeg altijd: het zijn huisdieren in de zin dat ze dier zijn en in huis zitten. Maar het zijn geen huisdieren die je kunt knuffelen en waar je advies over kunt krijgen bij je lokale dierenwinkel. Roofvogels laten niet zien wanneer ze ziek zijn of pijn hebben, omdat ze daarmee zelf prooi worden. Daarom moet je precies weten waar je op moet letten. Zitten ze steeds op hetzelfde pootje, maken ze zich opvallend smal, zijn ze stiller dan normaal? Bovendien moet ik soms fysiek bij de vogel voelen en kijken, dat vinden ze niet altijd leuk. Je moet dus wel weten hoe je met die scherpe klauwen en snavel om moet gaan. Ze kunnen niet zomaar alle voedsel eten, dus ik heb allerlei beestjes in mijn vriezer liggen die gif- en antibioticavrij moeten zijn.’
Chantal (31): ‘Uilen kan je niet even naar de opvang brengen of bij een buurvrouw achterlaten. Gelukkig hebben we elkaar. We leerden elkaar kennen bij een roofvogelhouder waar ik werkte en Jiska vrijwilliger was. Ik heb Wynnie gekocht toen ik nog bij mijn ouders thuis woonde. Daarom kan hij daar ook gewoon los rondvliegen, net als thuis. Het is bekend terrein. Jiska is er voor momenten dat er iets aan de hand is: dit is het geval, wat adviseer jij? En Lou is nog jong, maar Pruttel heeft al vaak bij mij gelogeerd als Jiska op vakantie was.’
Jiska: ‘Nee, ik heb geen logeertas vol muizen, kuikens en ander voer. Het makkelijke is dat Chantal alles al in huis heeft. Wel geef ik altijd meelwormen mee – Pruttels favoriete snack – en mijn weegschaal.’
Chantal: ‘Wynnie is heel makkelijk en vindt alles prima, maar Pruttel is heel specifiek. Ze wil haar eigen weegschaal en anders niets. Pruttel en Wynnie gaan samen ook niet zo goed, dus als ze hier komt, hou ik ze goed uit elkaar. En voor de logeerpartij moet ik mijn huis altijd even ‘Pruttel-proof’ maken, want ze is een echte sloopkogel. Als het stil blijft, weet ik dat ze waarschijnlijk iets aan het doen is wat niet mag. Zo heeft ze ooit een sponsje geprobeerd op te eten, en zijn er ook wel wat planten gesneuveld. Ik omschrijf Wynnie weleens als een kat met vleugels. Hij weet donders goed wat hij wel en niet mag, maar het boeit hem helemaal niets. Een uil is, anders dan een hond, geen dier om mee te knuffelen, maar we zijn wel aan elkaar gehecht. Dat merk ik doordat hij vaak bij mij in de buurt komt zitten. Van andere mensen moet hij dan weer niets hebben. Jiska tolereert hij, maar als er vreemden over de vloer komen, moet ik hem echt vastzetten, anders valt hij aan. ‘Wat zielig, moeten vogels niet vliegen?’ zeggen mensen weleens als ze dat zien, maar uilen zijn eigenlijk best luie beesten.’
Jiska: ‘Ik neem ze weleens mee naar buiten op een roofvogelhandschoen waaraan ze vastzitten met een touwtje, Pruttel gaat soms mee naar de markt. Haar laat ik af en toe losvliegen op een plek waar het rustig is. Maar niet vaak, want als ze ergens van schrikt, gaat ze boven in een boom zitten en wil ze niet meer naar beneden komen. Pruttel en Lou kunnen vrij rondvliegen in hun kamer, maar als ik ’s ochtends de deur uitga en tegen de avond weer terugkom, zitten ze vaak nog op precies dezelfde plek.’
Benieuwd hoe andere baasjes dat doen met hun huisdieren? Je leest het nu in &C's Zomerboek.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))