Door: Redactie
En dan beval je ineens drie maanden te vroeg. Nog geen babyledikantje in elkaar gezet en geen pufcursus gevolgd. Vijf moeders doen in &C's Oh Baby! special hun verhaal. Meghan van den Heerik kreeg tijdens haar zwangerschap te maken met tweelingtransfusiesyndroom (TTS), daardoor werden haar zoons Lino en Noïn (2) met 26 weken geboren.
Meghan (33): 'We wilden na ons zoontje Dean graag nog een kindje, en toen ik zwanger raakte, voelde ik direct dat het er twee waren. Dat bleek ook het geval: een eeneiige tweeling. Ik had een heftige zwangerschap, waarbij ik twee keer in het ziekenhuis aan een infuus heb gelegen, omdat ik bleef overgeven. Maar bij de eerste twintig-weken-echo leek alles goed te zijn. We hadden echter ook nog een controle in het Erasmus MC, waar ze het vruchtwater gingen meten, en daar merkten we meteen dat er iets mis was.
'Je tweeling heeft tweelingtransfusiesyndroom,' zei de arts. Ik moest een laserbehandeling ondergaan, omdat het ene kindje veel te weinig vruchtwater had en het andere zoveel dat hij alleen maar aan het zwemmen was, waardoor zijn hartje te hard moest werken. Het risico bestond dat beide kindjes hierdoor zouden komen te overlijden. Gelukkig ging de behandeling goed en voor het eerst voelde ik allebei de baby's schoppen. Maar de kans op vroeggeboorte bleef bestaan.
Met 24 weken zat ik in de auto en had ik het gevoel dat ik in mijn broek plaste. Het bleef lopen, dus we hebben het ziekenhuis gebeld en ik moest meteen komen. Mijn vliezen bleken gebroken en ik mocht niet meer weg. Ze hebben de geboorte nog twee weken kunnen rekken. De dag dat ze geboren werden, kreeg ik ineens heel hoge koorts. Mijn hartslag schoot omhoog en die van de tweeling ging heel snel omlaag, waardoor ik direct naar de OK moest voor een spoedkeizersnee.
Lees ook: Jaqueline lag in een coma tijdens haar bevalling: 'Het eerste wat ik dacht was: mijn buik is leeg'
Je kindjes worden dan meteen bij je weggehaald, het enige wat ze zeiden was: 'We weten niet hoe het gaat aflopen.' Ze wisten niet of we met één, twee of geen kindjes zouden thuiskomen. Uiteindelijk hebben Lino en Noïn bijna drieënhalve maand in het ziekenhuis gelegen. Het moeilijkste vond ik dat ons oudste zoontje die eerste periode zijn broertjes niet mocht zien. Hij was nog niet gevaccineerd tegen waterpokken, dus hij mocht niet in de IC. Je bent alleen maar aan het zorgen voor de tweeling en op een gegeven moment zag je hem bijna denken: Houdt mama nog wel van mij?
Eenmaal thuis bleef de tweeling ook maar huilen. Wij stonden machteloos, want het was al zo'n rollercoaster geweest en nu we eindelijk ons leven konden oppakken, zaten we met twee kindjes die niet stil te krijgen waren. Uiteindelijk hebben we een babyconsulent in de hand genomen, die heeft ons heel erg geholpen door hun schema om te gooien: binnen 24 uur merkten we al verschil.
Gelukkig gaat het steeds beter met Lino en Noïn. Ze zijn wat kleiner dan leeftijdsgenootjes, maar verder horen we bij alle controles dat ze het hartstikke goed doen. Over het algemeen zijn ze heel vrolijk en bovenal onafscheidelijk. We beseffen goed dat het ook anders had kunnen aflopen met een tweeling die zo vroeg geboren is, dus we zijn heel dankbaar.'
De verhalen van de vier andere early birds lees je in &C's Oh Baby! special dat nú in de winkels ligt, of bestel 'm hier online:
Scoor &C's nieuwste Oh Baby! hier!
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))