Door: &C Redactie
Het leven als kersverse moeder bevalt Milou Deelen (30) reuze goed. Maar als ze dat deelt, krijgt ze van andere ouders vaak te horen: 'Wacht maar...' En ze is niet de enige. 'Ik wacht al vier kinderen.'
Vorig jaar 15 januari was ik dolgelukkig. Ik stond met mijn broek over mijn knieën gezakt op de wc, met een positieve zwangerschapstest in mijn hand. De negen maanden die daarop volgden, waren prachtig. Ik vloog door mijn zwangerschap heen, voelde me kiplekker en had nergens last van. 'Wacht maar tot het derde trimester, dan wil je echt niet meer,' kreeg ik te horen van vrouwen die mij waren voorgegaan. Overigens was ik door velen van hen ook gewaarschuwd voor het eerste trimester. Het derde trimester brak aan en ik vond het heerlijk met die bolle buik. 'Wacht maar tot je bevalling en de kraamtijd,' kreeg ik toen te horen. En toen kwam ze in oktober ter wereld: mijn dochter Winne. Natuurlijk deed de bevalling heus wel pijn (ik had ook niet anders verwacht), maar ik vond het een magische ervaring. Net als de kraamweek. Aan het eind van de kraamweek zei iemand: 'Jammer dat het de afgelopen week niet zulk lekker weer was.' Ik keek diegene aan en zei: 'Hè, maar de zon scheen toch de hele week?' Ik was zo gelukkig dat er in mijn beleving alleen maar zonnestralen waren geweest.
Gelukkige bubbel
Inmiddels is Winne een halfjaar en het leven met een baby bevalt heel goed. Het is minder zwaar dan ik had verwacht. Toen ik dat op Instagram deelde, werd ik overspoeld met reacties en aannames van andere ouders: 'Ja, maar jij hebt geen huilbaby.' 'Jij hebt gewoon geluk.' 'Jouw baby slaapt door.' Ik heb inderdaad geen huilbaby, maar het klopt niet dat mijn baby doorslaapt. Het voelde alsof er een verklaring moest zijn wáárom mijn ervaring zo positief is. Dat ik me moest verantwoorden voor mijn geluk. En ook kreeg ik reacties met daarin de woorden die ik vanaf het begin van mijn zwangerschap al zo vaak heb gehoord: 'Wacht maar'. Wacht maar tot ze gaat lopen. Wacht maar tot ze gaat praten en een willetje krijgt. Wacht maar tot ze naar school gaat.' En – een opmerking waar we sowieso voor moeten waken, omdat die impliceert dat je nog een kind wil en dat dat je ook gegeven is –: 'Wacht maar tot de tweede.' Ik ben niet de enige die dit hoort. Maud Bosch (35), communicatie- adviseur en verloskundige in opleiding is moeder van vier kinderen onder de tien en herkent dit maar al te goed. 'Bij de eerste was het: wacht maar tot de tweede. Daarna was het: wacht maar tot de derde. En toen tot de vierde. Inmiddels wachten we al vier kinderen lang. Ik ben fanatiek in fotoalbums maken voor de kinderen en mensen zeiden: 'Dat doe je bij de tweede niet meer.' Net als dat mensen zeiden: 'Met een kind heb je nog een netjes huis, maar bij de volgende niet meer.’ Maud, die nog steeds in een opgeruimd huis woont en voor alle kinderen fotoalbums maakt, vindt het vooral irritant. 'Waarom kun je mensen niet gewoon in een gelukkige bubbel laten als ze een positief verhaal vertellen?’
Verschrikkelijk, die wacht-maars, vindt ook journalist Carmen Felix (39). Ze vindt tot nu toe elke fase met haar dochter Vesper van vierenhalf leuk. 'Als jonge ouder zijn er altijd andere ouders die vanaf de zijlijn tegen je zeggen: nu lijkt het chill, maar straks wordt het pas echt zwaar. Het kan zijn dat wij geluk hebben gehad, maar het is echt niet dat Vesper een supermakkelijk kind is: ze had ook een peuterpuberteit en er waren nachten dat we wakker waren. Maar toch was het niet zo erg als sommige ouders in mijn omgeving het probeerden te schetsen. Gelukkig sta ik redelijk sterk in mijn schoenen. Ik maakte me niet per se druk, maar als ik ooit nog een keer zwanger raak, wat ik hoop, dan ga ik me nog veel meer afsluiten voor die negatieve geluiden. Omdat er toch soms een glimpje van doorkwam, waardoor ik even kon denken: o ja, wordt het echt zo zwaar?'
'De 'wacht-maar-mensen', noemen mijn vriend en ik deze mensen altijd,' zegt Carlijn van Donselaar (41), moeder van drie kinderen van vijf, acht en tien. 'Ik wist nooit zo goed waarvoor we werden gewaarschuwd, het was altijd: wacht maar, puntje, puntje puntje. Ik zei er nooit iets op terug, ik liet het bij diegene. Natuurlijk zijn er momenten dat het ouderschap even zwaar is, maar ik ben altijd allang blij geweest dat kinderen me überhaupt gegeven zijn. Ik denk ook dat het zwaar wordt als je alles om de kinderen laat draaien. Als ouders kun je ook samen met het kind centraal staan. Neem vakanties bijvoorbeeld. Wij kijken goed naar: wat is leuk voor ons én waar kunnen de kinderen goed gedijen. Sommige ouders kiezen alleen maar voor een vakantiepark omdat dat leuk is voor de kinderen. En zeggen dan vervolgens dat ‘een vakantie met kinderen echt geen vakantie is.'
Lees ook: Annemarije gaf haar zoon bijna vijf jaar borstvoeding: 'We stopten pas toen hij het verleerd was'
Gedeelde smart is halve smart
Regelmatig vraag ik me af waarom ouders met zulke waarschuwingen komen. Ik denk dat ze vaak goedbedoeld voortkomen uit hun eigen ervaringen. Misschien ten overvloede, maar iedereen ervaart het ouderschap anders. Als jij het leven met een kleuter zwaar vindt, wil je misschien andere ouders er alvast op voorbereiden. Maar het ding is juist: kan dat wel, iemand anders erop voorbereiden, aangezien het ouderschap voor iedereen anders is? Maud denkt dat ouders met 'waarschuwingen' komen omdat ze het zelf zwaar hebben. 'Maar soms voelt het ook alsof het niet te goed met je mag gaan. Mag je niet gewoon gelukkig zijn? Dat vind ik ook wel iets Nederlands.' Carlijn: 'Het lijkt wel of mensen het ouderschap als iets calvinistisch zien, als iets waar je voor móét lijden.'
'Ik denk dat er een idee heerst van 'gedeelde smart is halve smart,' zegt Carmen, 'Zo van: ik hoop dat jij het net zo zwaar gaat ervaren als ik. Ik denk dat daar ook een stukje gehoord en gezien willen worden in zit. Dat mensen herkenbaarheid zoeken en daarop hopen, zo van: baalde jij ook heel erg van de periode dat je dreumes ging lopen en al je mooie designermeubels verpestte?' Carmen begrijpt dat mensen graag over hun eigen ervaringen praten, maar ze vindt 'wacht maar' de verkeerde benadering. 'Ik zou aftasten of een verse ouder zit te wachten op je trauma-dump.' Beter aftasten, dat lijkt me een goede. Er zullen vast ook ouders zijn die wél behoefte hebben aan wacht-maar-adviezen, ervaringen en waarschuwingen. Maud zit er in ieder geval niet op te wachten, maar bij haar eerste kind durfde ze er niet zoveel van te zeggen. 'Maar als iemand nu zegt: 'Wacht maar tot ze pubers zijn,' zeg ik: 'Hou toch op, ik vind het gewoon leuk!' Maar wel met een glimlach hoor. Ik wil lekker genieten en ik zie wel waar de tijd ons brengt.'
Aanmoediging
Ik schiet juist soms door naar de andere kant. Als een vriendin vertelt dat ze zwanger is, roep ik hoe geweldig het is dat ze de bevalling en kraamtijd nog voor de boeg heeft. Daarmee kleur ik het misschien te rooskleurig voor haar in, want ook ik praat vanuit mijn eigen (positieve) ervaring. Toch ben ik ervan overtuigd dat we elkaar meer positieve verhalen mogen vertellen. En dat als iemand een happy verhaal deelt, dat we dat diegene gewoon kunnen gunnen. Carlijn vindt dat ook. Ze heeft zichzelf altijd voorgenomen juist het tegenovergestelde te prediken. 'Ik wil geen onrecht doen aan mensen die al twee jaar niet slapen, dat is ons bespaard gebleven. Maar als er jonge dames met een kinderwens zijn die proberen zwanger te worden, heb ik dat altijd aangemoedigd. Die aanmoediging is nodig om tegenover al die mensen te zetten die het ouderschap omschrijven als heel erg zwaar.'
Ook Carmen zou het fijn vinden als er wat positiever naar ouderschap wordt gekeken. Ze zou zelfs willen zeggen: minder zeuren. 'Het is niet alleen maar kommer en kwel, er is met een kind toch heel veel om je over te verwonderen en om te lachen? Zonder andermans ervaring te ondermijnen: je staat natuurlijk anders in de wedstrijd als je een kleuter hebt die nog steeds niet doorslaapt. Het ouderschap is voor iedereen zo'n persoonlijke reis, en ik zou er als buitenstander geen stempel op willen drukken.' Mijn vriend en ik hebben afgesproken dat we niet meer luisteren naar de 'wacht-maars'. Dat heb ik namelijk wel gedaan. Ik hield mijn hart vast voor de kraamtijd en de eerste maanden met een baby, omdat ik werd gewaarschuwd door mensen met meer kinder- en babyervaring dan ik. Ik nam het van hen aan.
Natuurlijk heb ik geluk gehad dat het zo is meegevallen. En misschien valt het me juist ook mee, omdat ik zo (onnodig) bang was gemaakt. In de toekomst kan het anders zijn. Dat realiseer ik me dondersgoed. Maar ik wil niet wachten, ik wil genieten van wat er nu is en niet bang zijn voor wat komen gaat. En dan nog heb ik alle vertrouwen erin, mochten de 'wacht-maars' werkelijkheid worden, dat mijn partner en ik samen onze schouders er even flink onder kunnen zetten. Als iemand tegen jou zegt: ik heb zo’n fijne zwanger- schap/kraamtijd/baby-tijd/what-ever-tijd. Weet je wat je dan gewoon kunt zeggen? De simpele woorden: wat heerlijk voor je. Punt.
Meer lezen? Check het onze Oh Baby Special: Jij Kan Dit.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))