Kwaad ben ik. Woedend. Dat ik het zover heb laten komen

Column

Kwaad ben ik. Woedend. Dat ik het zover heb laten komen

Lisette Wellens
Door

Lisette Wellens

Gepubliceerd op

2 augustus 2022 20:00

Bron / Fotografie

fotografie Anne Claire de Breij

Gepubliceerd op

2 augustus 2022 20:00

Bron / Fotografie

fotografie Anne Claire de Breij

De man met de hamer arriveert op een woensdagmorgen rond halfzes, ruim anderhalf uur voor de uitzending.

Ik zit net in de stoel van Inger, mijn visagist, als er een knipperende blauwgroene vlek in mijn gezichtsveld verschijnt. Een soort paasei. Linksboven. Ik weet wat het betekent, maar besluit het te negeren. 'Hoe gaat het?' begin ik net iets te opgewekt. Ingers antwoord gaat compleet langs me heen. Het gebons in mijn hoofd is al begonnen.

Het paasei en ik vormen al even een duo. Sinds mijn studietijd komt het af en toe op bezoek. Altijd op een onhandig moment. Altijd in stressvolle periodes. En altijd als ik mijzelf te hard voorbij ben gerend.

De dag ervoor ging ik meteen na mijn werk een paar uur slapen. Zelfs mijn studiomake-up had ik niet van mijn gezicht gehaald. De oranje vlekken die daardoor vast in ons beddengoed zouden komen, nam ik voor lief. Rusten, dat moest. Want de man met de hamer lag op de loer. Dat voelde ik al een tijdje. Het was gewoon te veel.

Uitzendingen voorbereiden met Yael op schoot, om drie uur ‘s nachts kolven terwijl ik de kranten doorspit en dan racen om niet te laat in de studio te zijn, meteen na mijn werk door naar de presentatie van een groot evenement om daarna de babyavondshift weer op me te nemen.

En nu zie ik dus niks met mijn linkeroog. De pijn in mijn hoofd is allesoverheersend. De eindredacteur komt binnen en ziet me glazig in de spiegel staren. Mijn handen liggen stil op de toetsen van mijn laptop. 'Gaat het?' vraagt hij. ‘Ja hoor,’ zeg ik. Maar als Inger even later voor de derde keer aan mijn mascara moet beginnen omdat de tranen over mijn wangen blijven stromen, weet ik dat er toch echt een vervanger moet komen.

Kwaad ben ik. Woedend. Op het paasei. Maar vooral op mijzelf. Dat ik het zover heb laten komen, dat mijn collega Nikki nu uit bed wordt gebeld en halsoverkop naar de studio moet rijden, maar vooral: dat het me niet is gelukt om de perfecte werkende moeder te zijn.

Ik blijk niet de enige. Als mijn migraine verdwenen is, vraag ik vriendinnen naar hun ervaringen. Er volgen verhalen over een sluimerend schuldgevoel. Over tranen in de auto onderweg naar werk. En dat je het nooit helemaal goed kunt doen. Om van dat nare gevoel af te komen, zijn er twee zelfs helemaal gestopt met werken. Zo’n duidelijke keuze geeft rust, zeggen ze. Maar of ze er ook gelukkiger van worden?

Ik in elk geval niet. Dat weet ik zeker. Een mooi gesprek in de studio maakt mij gelukkig. Het geeft me energie. Maar er moet wel iets veranderen. De oplossing is een simpel zinnetje, gedicteerd door een oud-collega met twee kinderen: als ik op mijn werk ben, ben ik echt aan het werk en als ik thuis ben, ben ik helemaal thuis. Ik krabbel het op twee geeltjes. Eentje voor in onze hal en eentje voor in de studio. Want moeder en journalist: ik ben het allebei. Ik moet die rollen alleen beter leren scheiden.

Zeg, valt er nog wat te flirten?

6 ,95

delen
Lisette Wellens

Lisette Wellens (35) is journalist en presentator. Ze woont samen met vriend Alwin en dochter Yael, en schrijft elke maand een column voor &C the magazine.

Meer van deze auteur