Door: &C Redactie
Sinds De Correspondent-journalist Vera Mulder vijftig kilo afviel, wordt ze niet meer aangestaard of uitgescholden, maar juist constant geprezen om haar 'doorzettingsvermogen'. Ze durft meer ruimte in te nemen, maar dat schuurt ook, want vanbinnen was ze steeds dezelfde vrouw. Waarom krijgt ze nu pas respect?
Vera (37): 'Dat mijn lijf iets is waar mensen vanalles op projecteren, realiseerde ik toen ik een jaar of dertien was en grote borsten, heupen en billen kreeg. Ineens vonden mensen vanalles van mijn lichaam. Ik weet nog hoe lastig ik die overgang vond. Dat mijn kinderlijf, waar eerst niemand iets op aan te merken had, nu ineens werd geseksualiseerd en bekritiseerd. Dat ik ineens iets moest met de blikken van anderen.
De tijd dat ik puber was, was ook de tijd van heroin chic, waarin magere modellen als Kate Moss, met hoekige uitstekende heupbotten, werden verheerlijkt. Het lichaam dat werd gevierd in de tijdschriften die ik religieus las, was nooit mijn lijf. Op televisie waren programma's zoals Obese en The Biggest Loser, waarin dikke mensen zo sensationeel mogelijk in beeld werden gebracht. Er was standaard een korrelig zwart-wit shot waarin deelnemers met moeite uit hun bed kwamen, om vervolgens in onflatteuze belichting op een weegschaal te worden gezet. Als de dikke mensen eenmaal waren afgevallen, kwamen er regenbogen en zonnestralen in beeld. Ze waren gefixt! Het eerste zaadje dat mijn lijf niet goed was en dat ik moest afvallen, werd in die tijd geplant. Als ik dun was, kon mijn leven immers pas écht beginnen.
Eetstoornis
In de jaren erna was ik obsessief bezig met eten. Wat ga ik zometeen eten? Wat mag ik absoluut niet binnenkrijgen? Wat vinden anderen van me, als ze me zien eten? Ik ontwikkelde een eetstoornis die bestond uit twee uitersten: stiekeme eetbuien waarin ik meer at dan ik aankon en periodes waarin ik juist zo min mogelijk at, om die overvloed uit te balanceren. Dat patroon zorgde ervoor dat ik flink aankwam en een steeds complexere relatie kreeg met eten. De manier waarop andere mensen met me omgingen hielp niet mee. Ik werd regelmatig lastiggevallen met ongevraagd advies. Ook als ik zelf om hulp vroeg, was het antwoord vaak aanmatigend: zoals de diëtist die voorstelde dat ik, in plaats van een zak chips, eens een zak sla moest opentrekken. In de trein zag ik mensen snel hun tas op de stoel naast zich zetten als ik de coupé in liep. Ik werd groter, maar voelde me steeds onzichtbaarder.
Een personal trainer schreeuwde eens tegen me dat ik 'het mezelf had aangedaan'. Ook zat ik een keer naast een jongen in het vliegtuig die gezellig naar zijn vriendin appte dat hij de hele vlucht naast een 'kk dik wijf zat'.
Ik belandde in een vicieuze cirkel: durfde niet meer te eten in gezelschap en had dan brulhonger als ik weer alleen was. Had ik een walking dinner op werk? Dan durfde ik niks te pakken. Zodra ik thuis kwam, at ik veel te veel. Omdat ik mezelf eerder had uitgehongerd dus, en om negatieve emoties te dempen.
Afvalmedicatie
Door mijn eetstoornis raakte mijn verzadigingsgevoel ontregeld: mijn lichaam gaf niet meer aan wanneer ik vol zat en bleef constant hongersignalen afgeven. Op mijn zwaarst woog ik 150 kilo. Toen ik vier jaar geleden hoogzwanger was van mijn dochter, overleed plotseling mijn vader. Die stortvloed aan tegenstrijdige gevoelens, liefde, rouw, geluk, verlies, zorgde ervoor dat mijn eetstoornis in de maanden na de bevalling ontzettend opspeelde. Ik zocht hulp, ging in therapie en viel 30 kilo af. Daarna nog eens 20, met behulp van medicatie. Voor die medicatie kiezen vond ik heel ingewikkeld, want naast dat er weinig langetermijnonderzoek is naar middelen als Ozempic, voelde het gebruiken ervan ook als toegeven aan een verstikkend schoonheidsideaal. Toch hielp de medicatie me ook. Het gaf vooral rust in mijn hoofd. Ik kon nog steeds genieten van de kip van mijn moeder, maar dacht niet meer de hele dag door aan eten.
Respect
Sinds ik ben afgevallen is er veel veranderd. Ik word niet meer uitgescholden of aangestaard. Ineens zeggen mensen: 'Wat ben je sterk, wat goed dat je voor jezelf hebt gekozen.' Dat is leuk om te horen, maar het klopt gewoon niet helemaal. Ik was steeds dezelfde persoon. We lijken soms te vergeten dat dikke mensen volwaardig meedraaiende leden van de maatschappij zijn. En toch worden we, zodra we dik zijn, automatisch gezien als lui of ongedisciplineerd. Alsof wij niet net zo goed banen hebben, kinderen grootbrengen, de wereld proberen te verbeteren.
Dat mijn leven nu makkelijker is, maakt me met terugwerkende kracht boos. Het is pijnlijk om bevestigd te zien dat de manier waarop ik word behandeld zo sterk afhankelijk is van mijn lichaam. Dat respect iets is dat je verdient door dun te zijn.
Natuurlijk is er het bekende refrein: 'Maar dik zijn is ongezond.' Alsof dat een vrijbrief is om mensen slecht te behandelen. Alsof we elkaar überhaupt gezondheid verschuldigd zijn. Ironisch genoeg: mensen die zich achter dat argument verschuilen, en dus doen alsof ze begaan zijn met onze gezondheid, lijken tegelijk blind voor het feit dat juist de stress van constante afwijzing en vernedering aantoonbaar schadelijk is.
Nu ik dunner ben, merk ik pas hoe vrij ik me door de wereld mag bewegen. Hoe vanzelfsprekend ruimte innemen is geworden. Niet per se in de zin van wat ik aantrek — sterker nog, ik vond jurken en badkleding mooier staan toen ik dikker was — maar in de zin dat ik me nu pas durf uit te spreken over wat ik de afgelopen jaren heb meegemaakt. Ik durf nu pas te zeggen: Dun zijn is geen verdienste, dik zijn geen falen. Dus laten we wat empatischer naar elkaar toe zijn.'
Voor De Correspondent schreef Vera het artikel: Ik viel 50 kilo af, maar dat maakt me geen beter mens. Het hele verhaal lees je hier.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))