Door: &C Redactie
Ife Uitenwerf is maatschappelijk werker en weigert suffe badkleding te dragen. ‘Ik draag het liefst een knalkleur.’
Ife (44): ‘Als vrouw met Afrikaanse roots geef ik niks om westerse schoonheidsidealen. Het woord ‘dik’ heeft hier een negatieve lading, in veel Afrikaanse culturen worden volle vrouwen met rondingen, brede heupen en grote borsten gezien als aantrekkelijk. ‘Dik’ wordt daar vaak geassocieerd met welvaart, gezondheid en vruchtbaarheid. Ik geef dan ook weinig om mijn kledingmaat. Ik geef meer om hoe ik me vanbinnen voel, want als je je vanbinnen goed voelt, straal je dat ook uit. Ik doe kleding aan die bij me past en die mijn vormen goed naar voren laat komen. Badkleding in maat 42 vind ik vaak truttig en ouderwets, in tegenstelling tot kleinere maten waar de keuze reuze is. Het is soms een zoektocht, maar ik weiger suffe badkleding te dragen. Ik ga gewoon in een knalkleurige bikini of in een nietsverhullend badpak over het strand. Ja, ik heb putten in mijn benen, maar het is wat het is. Ik zie er gewoon goed uit. Hoewel ik nu barst van het zelfvertrouwen, is dat niet altijd zo geweest. Vooral na mijn zwangerschappen kon ik weleens denken dat mijn gewicht mijn geluk kon bepalen, maar na mijn idiopathisch niet-aangeboren-hersenletsel (niet-aangeboren-hersenletsel zonder aanwijsbare oorzaak, red.) ben ik me ervan bewust geworden hoe dankbaar en lief we mogen zijn voor ons lijf dat ons iedere dag draagt. Iedere ochtend kijk ik vol trots in de spiegel. Vaak neem ik een foto van mezelf. Ik hóú van mijn lijf. Wauw, denk ik dan, wat zie ik er toch prachtig uit. Soms zeg ik het hardop. Ik meen het ook echt. Ik heb stevige armen, ik ben superkrachtig en daar ben ik trots op. Mijn volle benen dragen me iedere dag. Ik heb twee kinderen op de wereld gezet en borstvoeding gegeven waardoor ik lekkere hangborsten heb. Dat vind ik juist sexy. Vrienden moeten vaak om me lachen als ik naar een foto van mezelf kijk en zit te glunderen omdat ik mezelf er zo goed op vind staan. Dat betekent niet dat ik mezelf perfect vind. Verre van. Ik hou ook helemaal niet van perfectie. Tegenwoordig wil iedereen op elkaar lijken; dezelfde haren, lippen, allemaal maatje 36. Maar de wereld wordt een heel saaie plek als mensen hun authenticiteit niet omarmen. Ik bedoel het niet arrogant of verheven, maar als ik kijk naar mensen die alsmaar proberen af te vallen, fillers en botox nemen of een correctie hebben gedaan aan hun lijf, merk ik dat het nooit genoeg is. Dan ben je afgevallen. Dan heb je weer kipfilets. Dan heb je grotere borsten. Dan wil je weer grotere billen. Ze blijven constant hun onvrede verleggen. Als je probeert te voldoen aan een ideaalbeeld dat door anderen is bedacht en bepaald als de ‘perfecte’ maat, dan vind ik dat je jezelf de vrijheid ontneemt om volledig jezelf te zijn. Voor een vrouw met Afrikaanse roots heb ik platte billen. Mensen zeggen weleens dat een bepaald lichaamsdeel niet bij hen past, maar dat vind ik een vreemde uitspraak; het lichaamsdeel past bij jou omdat het van jou is. Ik hoef dus ook niet onder het mes voor dikkere billen omdat dat zogenaamd beter bij me zou passen. Mijn platte billen en ik gaan gewoon lekker op het strand liggen.’
De andere interviews met vrouwen met maat 42 lees je deze maand in &C's nieuwste editie 'Ik zie, ik zie'.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))


