Door: Joanne Wienen
Jenn Darby is contentcreator. Ze komt uit Dallas, Texas en woont samen met haar gezin in Hilversum.
Jenn (36): ‘Mijn kinderen stuur ik hier gewoon in hun eentje naar de supermarkt of laat ik met vrienden na het eten nog een ijsje halen in de buurt. In Texas zou dat ondenkbaar zijn geweest. Niet alleen zou ik me veel te veel zorgen maken, maar ook praktisch gezien is het niet mogelijk. Er zijn geen fietspaden en alles ligt te ver uit elkaar om te lopen. Tot je op je vijftiende zelf je rijbewijs kan halen, zie je als kind vooral de achterbank van je ouders, die je altijd moeten halen en brengen.
Ik kom uit een buitenwijk van Dallas. Mijn man en ik kennen elkaar al van de middelbare school, zijn getrouwd en kregen twee tweelingen. We zijn altijd in dezelfde omgeving gebleven, onze families woonden op twintig minuten afstand. Maar toen we kinderen kregen, dachten we meer na over de plek waar we ze wilden laten opgroeien. Waar krijgen ze de meeste vrijheid, de beste toekomst, de meeste veiligheid? We voelden steeds meer dat dat niet in de Verenigde Staten zou zijn. Het politieke klimaat verhardde, op het nieuws verschenen bijna dagelijks berichten over schietpartijen, op school leerden de kinderen hoe ze moesten handelen als er een schietpartij zou plaatsvinden. Het voelde alsof we onze kinderen niet de veiligheid en openheid konden bieden die wij voor ze wilden.
Het bedrijf van mijn man heeft meerdere vestigingen in Europa, wat de stap makkelijk maakte. Veel onderzoeken zeggen dat Nederland een van de beste plekken is om kinderen op te voeden. Nu ik hier drie jaar ben, zie ik dat het echt zo is. Veel Nederlanders zijn zo gewend aan deze levensstijl dat ze niet begrijpen hoe bijzonder het is om naar school te gaan zonder je zorgen te maken over je veiligheid. Of om geen financiële zorgen te hebben over zorgkosten dankzij je verzekering. Ja, de belastingen zijn hier hoog, maar je ziet ook waar het geld naartoe gaat: infrastructuur, openbaar vervoer, gezondheidszorg, scholen. Voor mij is dat het helemaal waard.
Anders dan expats die hier slechts een paar jaar blijven, wilden wij echt integreren. Daarom kozen we bewust voor een Nederlandse school voor onze kinderen. Binnen een jaar spraken ze de taal vloeiend. Zelf doe ik ook mijn best, maar het gaat langzamer. Als mijn kinderen met hun vriendjes aan de keukentafel zitten, begrijp ik misschien de helft.
In het begin was ik verbaasd om vaders op het schoolplein te zien. Waar ik vandaan kom, is het nog heel traditioneel: vaders maken lange dagen, moeders regelen het thuis. Hier is een vierdaagse werkweek niet vreemd, is het normaal om op tijd thuis te zijn voor het eten en zijn vaders betrokken bij het schoolleven van hun kinderen.
Ik ben nog elke dag blij dat we de stap hebben gewaagd. Het leven hier heeft me veranderd. Ik ben nog altijd vriendelijk en hartelijk, maar ik zeg vaker wat ik denk en sta meer voor mezelf. Ook zie ik er vaak anders uit. Waar Nederlanders verzorgd en in een nette spijkerbroek op het schoolplein verschijnen, kan je mij uittekenen in een T-shirt en yogalegging. Die Amerikaanse voorliefde voor sportkleding krijg ik er niet uit. Maar waar ik vroeger nepnagels droeg en veel tijd aan mijn haar besteedde, denk ik nu vaak: ik stap zo op de fiets en het gaat toch regenen, dus wat maakt het uit? Nederlandser dan dat wordt het niet, toch?’
Mohammed al Khaldim is winkelmedewerker en student. Hij vluchtte in 2017 uit Gaza en woont nu in Utrecht.
Mohammed (35): ‘Wanneer je hier bent opgegroeid, zie je niet hoe bijzonder het leven hier is. Een paspoort is gewoon iets wat je hebt en waar je niet bij stilstaat. Maar voor mij betekent dat document alles, het is de eerste keer in mijn leven dat ik er überhaupt één heb. Het staat voor mij voor vrijheid. Niet alleen om te kunnen reizen over landsgrenzen, maar ook de vrijheid om op straat te kunnen lopen zonder angst, te kunnen zeggen wat ik denk en te houden van wie ik wil.
In Gaza, waar ik ben opgegroeid, heb ik nooit iets anders dan onderdrukking en oorlog gekend. Het leven was zwaar, maar het was alles wat ik kende. Als twintiger werd ik verliefd op een studiegenoot van de universiteit, zij was de zus van een hooggeplaatst persoon binnen de politie. Zodra hij erachter kwam dat wij met elkaar spraken, werd het voor mij zo onveilig dat vluchten de enige optie was. Wegkomen was het belangrijkste, met de bestemming was ik minder bezig. Pas in Griekenland, hoorde ik anderen praten over Nederland. Ze vertelden hoe moeilijk het was om hier een verblijfsvergunning te krijgen, zeker voor Palestijnen, omdat Gaza als ‘veilig’ werd gezien. ‘Daar moet ik zijn,’ besloot ik toen. Als ik op een plek was waar weinig andere Palestijnen woonden, was de kans dat ik ontdekt zou worden door degene die mij zocht kleiner. Bovendien wilde ik echt een nieuwe start: me niet omringen met wat ik al kende, maar ergens helemaal opnieuw beginnen.
Een paar maanden na mijn aankomst in Nederland ontmoette ik mensen die een theatervoorstelling wilden maken gebaseerd op mijn verhaal en ervaringen. Toen ik hier kwam, kende ik niemand. Ik sprak de taal niet en voelde me vaak alleen. Deze voorstelling heeft mijn leven veranderd. De mensen met wie ik ’m maakte, werden mijn vrienden. En doordat we het door heel Nederland speelden, kwam ik in dorpen en steden waar ik anders nooit zou komen en heb ik veel bijzondere gesprekken met Nederlanders gehad. Ik ben ervan overtuigd dat dat heeft geholpen om me snel thuis te voelen in dit land. Mensen kijken me weleens vreemd aan als ik dit zeg, maar in mijn ervaring zijn Nederlanders warme, open mensen. Misschien komt het doordat ik van nature een sociaal persoon ben, maar het kostte mij weinig moeite om relaties op te bouwen. Vandaag de dag zijn de meeste van mijn vrienden Nederlands, mijn vriendin ook. We hebben totaal verschillende achtergronden, maar als we samen op een feestje staan of op een terras zitten en praten over onze plannen en dromen voor de toekomst, blijkt vooral hoeveel overeenkomsten we hebben.
Ik ben elke dag blij met mijn leven hier, al voel ik me ook vaak schuldig. Toen de oorlog in Gaza uitbrak, zijn mijn ouders, twee zussen en broer ook naar Nederland gekomen. Maar twee van mijn zussen met hun kinderen zijn nog daar. Een van hen leeft in een tent, de andere in een eenpersoonskamer met haar hele gezin. Elke dag loopt hun leven gevaar. Dat is enorm stressvol. Maar ik ga door, juist ook zodat ik er voor mijn familie kan zijn. Ik heb een nieuwe kans op een leven gekregen, die wil ik grijpen.’
Chinonso Anyaegbu is digital designer. Ze groeide op in Lagos, Nigeria en woont nu in een dorp bij Rotterdam.
Chinonso (32): ‘Als ik mensen weleens hoor klagen dat het leven hier gejaagd is, moet ik lachen. Ik kom uit Lagos, een stad die nooit stilstaat en waar altijd geluid is. Als je de bus neemt, schreeuwt de conducteur de haltes door de bus. Sta je ergens in de rij, dan ben je eigenlijk altijd aan het dringen. Alles is luid, druk en chaotisch. Toen ik hier zeven jaar geleden naartoe verhuisde, was een van de eerste dingen die me opvielen hoe zacht mensen praten en hoe geordend alles is.
Eerst woonde ik in Delft, waar mijn man als ingenieur bij een bouwbedrijf werkt. Onlangs verhuisden we naar een dorp onder de rook van Rotterdam, vlak bij het strand. Ik ben blij om dicht bij de natuur te leven en waardeer de rust die ik dagelijks ervaar. Of ik het ooit saai vind? Nee, ik ben van nature een introvert. In het drukke Lagos was ik vaak overprikkeld. Zodra ik hierheen verhuisde, voelde ik: dit tempo past me beter.
Mijn man woonde hier al eerder dan ik. Dat hij tijdens onze telefoongesprekken vaak op de fiets zat, vond ik toen heel vreemd. In Nigeria is de fiets geen normaal vervoermiddel. Nu fiets ik zelf zonder erbij na te denken met een kind achterop en een boodschappentas aan het stuur onze wijk door. Zo zijn er nog wat Nederlandse gebruiken die ik heb overgenomen. Ik stuur inmiddels tikkies, maak afspraken maanden van tevoren en ben een stuk duidelijker geworden in mijn communicatie. In Nigeria breng je moeilijke boodschappen heel voorzichtig, zeker wanneer een persoon ouder is dan jij. Je vraagt in Nigeria bijvoorbeeld ook nooit zomaar naar iemands leeftijd, tenzij je een heel hechte band hebt. Hier vragen mensen gewoon wat ze willen weten en zeggen ze wat ze bedoelen. In het begin schrok ik daarvan. Nu waardeer ik dat je precies weet waar je aan toe bent.
Ik heb onlangs mijn master Data-Driven Design afgerond en ben nu aan het solliciteren. Mijn vader werkte in Nigeria bij een bank, ver van ons huis. Hij werd om vier uur ’s ochtends wakker om op tijd te zijn en kwam ‘s avonds laat thuis. Doordeweeks zag ik hem nauwelijks. Dat was normaal. Als je geluk had, werkte je bij een internationaal bedrijf met goede voorwaarden, maar voor de gemiddelde Nigeriaan bestaat er geen vakantie en zijn de werkdagen lang. Wat ik fijn vind is dat werken hier niet ten koste gaat van je persoonlijke leven. Mensen krijgen vakantiegeld en gaan in de zomer op vakantie naar Frankrijk, Duitsland of Italië. Als klein meisje droomde ik er al van om de wereld te zien. Dat ik nu vanuit mijn woonplaats binnen een paar uur in een ander land kan zijn, vind ik nog steeds bijzonder.
Als mijn familie in Nigeria vraagt hoe het leven hier is, leg ik uit dat het anders is, en rustiger. Mensen zijn hier minder spontaan en hartelijk dan daar. In Nigeria kan een wildvreemde op straat je aankijken met de warmste lach en zomaar een diep gesprek met je beginnen. Hier zijn mensen meer op zichzelf. Maar het leven hier is goed. We hebben een huis gekocht. Mijn kind gaat hier naar school en groeit in veel opzichten op als een Nederlands kind in een Afrikaans huishouden. Zijn lievelingseten? Een boterham met kaas. Ik zie ons hier nog lang wonen.’
De andere interviews met nieuwkomers lees je nu in &C's nieuwste editie 'Ik ben er even niet'.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))