Door: Redactie
Veel mensen dromen van wonen op een onbewoond eiland, maar voor Claire de Haas werd die droom werkelijkheid. Samen met haar man Brock verbleef ze maanden op Great Blasket Island voor de ruige Ierse kust. Soms zagen ze weken niemand.
Claire (30): 'Laatst keek ik oude foto's terug en stuitte ik op een selfie die ik had genomen toen we een halfjaar op het eiland waren. Ik had de foto bewust gemaakt, omdat ik een blijvende herinnering wilde aan hoe ik me toen voelde. Als ik naar de foto kijk, zie ik verwaaide haren en geen make-up, maar het is vooral de blik in mijn ogen die me raakt. De puurheid ervan. Wat blijft er over wanneer je alle ruis weghaalt? De verwachtingen, de druk, de trends, de invloed van je omgeving? Ik denk dat het antwoord in die foto zit.
Ik ontmoette Brock tijdens carnaval in Tilburg. Hij was lang, knap en had iets avontuurlijks. Hij speelde professioneel ijshockey in Tilburg, maar kwam uit Canada. Het klikte direct. Die eerste zomer vertrokken we samen voor onbepaalde tijd naar Canada. Ik had net mijn studie aan de Hotelschool The Hague afgerond en zijn seizoen in Tilburg zat erop. Brock wilde mij dolgraag zijn geboorteland laten zien en voordat hij naar Nederland kwam, had hij al een campervan gekocht. We voelden ons vrij, hadden allebei geen idee of Canada de plek zou zijn waar we ons uiteindelijk zouden settelen, maar het avontuur lonkte. Waar anderen hun carrière begonnen en een hypotheek namen, kozen wij juist voor een leven zonder plan. We verdienden ons geld met fruit plukken of werken op een wijngaard. Het was niet veel, maar we gaven ook weinig uit. Met de camper stonden we op plekken omgeven door natuur. Het was juist de eenvoud, het simpele leven, wat ons lag. Toen het kouder werd, verruilden we de camper voor een tiny house diep in de bossen. Daar ontdekte ik wat wonen op een afgelegen plek met je doet. Als het weer het toeliet, werkten we op de skipiste. Maar vaak lag de sneeuw zo hoog dat de deur niet meer openging en we compleet waren afgesneden van de buitenwereld. Zonder afleiding word je geconfronteerd met jezelf. Er is geen uitweg, geen prikkels die je afhouden van gedachten die maar blijven komen. Daar leerde ik leven in het nu. Ik dwong mezelf te genieten van iets eenvoudigs als de brandende kachel of een potje kaarten. In die kleine ruimte leerden we niet alleen elkaar, maar ook onszelf goed kennen.'
Lees ook: Shanna verdwaalde tijdens een solo-hike in Canada: 'Daar zat ik dan. Onderkoeld en ruikend als een smakelijke berenhap'
Het ultieme avontuur
'Een paar jaar lang leefden we een nomadisch bestaan. We gedijden er goed op. Telkens wanneer we een plek zat waren, verzonnen we een nieuw avontuur. Vanuit Canada reisden we naar Bali voor een yogaopleiding. We woonden naast een klooster in Portugal, in Maleisië en uiteindelijk op Sumba, een afgelegen eiland in Zuidoost-Indonesië. Daar hielpen we jongeren via vrijwilligerswerk bij het vinden van een baan op het nabijgelegen toeristische Bali. Ik genoot van het ontmoeten van nieuwe mensen en zag iedere plek als een nieuw hoofdstuk. Mijn oma, die opgroeide op een binnenvaartschip, zei altijd dat haar bloed door mijn aderen stroomt. We hadden niet meer spullen dan wat in onze koffers paste. Thuis miste ik nauwelijks. Op Sumba stuitte ik op een Facebook-bericht van Alice Hayes. 'Gezocht,' stond er. 'Een stel dat wil verblijven op een onbewoond eiland voor de Ierse kust.' Mijn hart sloeg een slag over, al zag ik ook meteen dat het bericht al viral was gegaan. Alice was eigenaar van vijf huisjes op Great Blasket en zocht een stel dat in de lente- en zomermaanden naar het eiland wilde verhuizen om de huisjes te beheren en toeristen te verwelkomen. Het klonk als het ultieme avontuur. Een kans die we misschien nooit meer zouden krijgen.
Maanden later, toen we Alice uiteindelijk ontmoetten, vertelde ze dat uit de duizenden reacties wij de enigen waren met échte ervaring op afgelegen plekken. Ik weet nog precies het moment dat we het eiland zagen: hoge rotswanden, donkere wolken, de zee schuimend tegen de kliffen. Het was mooier dan ik me had voorgesteld, maar ook veel ruiger. Toch was ik vooral opgewonden. Naast onze voeten lagen twee ijshockeytassen, volgepropt met wandelschoenen, regenkleding, mijn laptop, een paar boeken en, achteraf gezien, veel te veel kleding. Billy, de man van Alice, bracht ons weg. 'We moeten opschieten,' zei hij nog. 'Er komt een storm aan.' Op tweehonderd meter van de kust stapten we over op een rubberboot. Via een glibberig paadje klommen we achter elkaar omhoog en daar, boven op de klif, stond ons huisje. Het uitzicht op zee was verbluffend. Het huisje was eenvoudig ingericht: een bed, twee ingezakte fauteuils en een houtkachel. Er was een douche met warm water uit een boiler en een gasstelletje om ons eten te bereiden, maar het was groter dan de campervan in Canada. Elektriciteit, licht of een koelkast was er niet, maar we waren al blij met de hete douche.
We spraken af dat Billy eens in de twee weken langs zou komen om boodschappen te brengen en het vuilnis op te halen. Achteraf denk ik weleens: waarom maakte ik me geen zorgen? Wat als er iets was gebeurd? Dan was er niemand om ons naar het ziekenhuis te brengen. Met de boot was het vasteland, het plaatsje Dingle, maar liefst veertig minuten varen. Maar ik dacht er simpelweg niet over na.'
Koffie bij zonsopkomst
'Op Great Blasket ontdekte ik al snel dat tijd relatief is. Vooral de eerste maanden, toen er nauwelijks toeristen kwamen, waren we veel alleen. Er was niets wat ons afleidde, nergens waar we hoefden te zijn. Geen koffietentjes, afspraken, verjaardagen. Alleen wij en het ritme van de natuur. Iedere ochtend stonden we op zodra het licht werd en kookten we water voor koffie. Met een dikke jas aan zaten we op een stoeltje voor ons huis van de zonsopkomst te genieten. We aten veel in water geweekte havermout met appel en kaneel en 's avonds aardappelen of pasta met saus. Soms, wanneer Billy kwam, nam hij steak voor ons mee van de slager van Dingle, een traktatie, of we bestelden een reep chocola of een zak chips. Ook kregen we af en toe krab of verse vis van twee broers die in de buurt van het eiland visten. 's Avonds zaten we voor de kachel, deden we een spelletje en gingen we vroeg naar bed. We leerden te leven in het ritme van de zon. Door een zendmast op het puntje van het vasteland konden we facetimen met familie en internetten, maar steeds vaker lieten we de telefoon in de la liggen. Het leven in de bewoonde wereld leek zo ver weg. In onze vrije tijd liepen we het eiland over. Een van mijn favoriete plekken was in het gras boven een klif, waar ik uitkeek over een zeehondenkolonie die op het strand lag te rusten. Ik kon daar uren luisteren naar de geluiden die ze maakten. Nog steeds, als ik mijn ogen sluit, voel ik weer wat ik toen voelde op die plek. Een soort diep oergevoel. Ik was daar zo één met de natuur.'
Lees ook: Esther Jacobs reist al dertig jaar de wereld rond: 'Ik koos voor weinig geld, maar veel tijd hebben'
Baby Lenny
'Het grootste gevaar als je zo afgelegen zit, zijn je eigen gedachten. Zonder afleiding hoor je ze luid en onafgebroken. Soms zijn ze verhelderend, soms beklemmend. Ik piekerde over later: moesten we ons niet tóch settelen? Hoe werkt een leven samen als je uit twee werelden komt? Zodra ik daar te veel in verzandde, verlegde ik mijn aandacht naar iets tastbaars: hout hakken, koken, wandelen. Het hielp, hield me in het nu. Maar het isolement gaf ook verbinding. Vooral met elkaar. Omdat de omstandigheden soms uitdagend waren (geen elektriciteit, slecht weer, nauwelijks afleiding) leerden we vooral om op elkaar te bouwen. We hoefden niets te zeggen om elkaar te begrijpen en vonden verbinding in het doen van de kleinste klusjes. Samen zwijgen, samen volhouden, dat werd onze taal.
Vlak voordat we op het eiland aankwamen, haalden we een hond uit het asiel: Lenny. Het plan was: hem opvoeden en na ons avontuur doorgeven aan een gezin. Maar Lenny werd al snel onze baby. Zelfs als de regen onophoudelijk uit de lucht kwam, gaf hij ons een reden om de regenlaarzen aan te trekken en naar buiten te gaan. Soms, wanneer het weer echt tegenzat, waren we wekenlang vrijwel alleen, zelfs in de zomermaanden. Toeristen konden dan niet komen en Billy liet zich ook niet zien. We aten vooral uit blik en wachtten tot de storm ging liggen. Toch voelde ik me die dagen rijk; het was heerlijk om volledig in het trage ritme van het eiland op te gaan en ons volledig één te voelen met onszelf, met elkaar en zelfs met Lenny. Natuurlijk waren er ook wrijvingen. Brock vond bijvoorbeeld dat ik de cottages veel te netjes wilde houden, en dan riep hij: 'Hou toch eens op,' als ik weer achter hem aan liep om de lakens glad te strijken. Waar ik in het tiny house in Canada soms benauwd raakte omdat we elkaar letterlijk niet konden ontvluchten, trok ik hier een regenjack aan en liep de deur uit. Bij de zeehonden vergat ik de irritatie direct. Letterlijk weggewaaid in de wind.
Later, toen de zomermaanden aanbraken en de huisjes vaker werden geboekt, kwam er meer structuur. Na maanden van stilte was het heerlijk om weer stemmen te horen. 's Ochtends stond ik klaar om de gasten uit te checken en daarna maakten we samen de huisjes schoon. In de namiddag bracht Billy nieuwe gasten, nooit meer dan acht tegelijk. 's Avonds schoof ik vaak aan bij het kampvuur. Het eiland werd vooral bezocht door Ierse kunstenaars en schilders. Hun verhalen zoog ik op, hun cultuur en woorden namen we op, en ik vond het heerlijk om weer contact te hebben met mensen na zoveel weken van isolement. Uiteindelijk zijn we een halfjaar gebleven.'
Ineens weer prikkels
'Het heftigste moment heb ik eigenlijk pas ervaren toen we van het eiland afkwamen en terugkeerden in de bewoonde wereld. Ineens waren daar weer de prikkels. Rijdende auto's, muziek uit de pub, pratende mensen, het getingel van een opengaande winkeldeur. Alles kwam zo hard binnen. Het leek wel alsof mijn hersenen het niet meer konden verwerken. Ik weet nog dat we in de supermarkt stonden voor het schap met drinken. Al die producten, al die keuzes. Nog steeds vind ik het bizar hoe snel je hersenen wennen aan eenvoud en stilte. Op de boot terug was er ook nog even paniek. Het stormde ontzettend, maar het was waarschijnlijk het laatste moment dat we nog van het eiland afkonden voordat de winter zou toetreden en de zee te wild werd. Ik werd zo zeeziek dat ik een soort spasme kreeg, een aanval waarin ik met veel verkramping van spieren in de boot lag. Voor het eerst maakte Brock zich zorgen. Ik probeerde me vast te klampen aan mijn ademhaling en niet in paniek te raken. Gelukkig voelde ik me zodra we aanmeerden in Dingle met vaste grond onder mijn voeten meteen beter.'
Lees ook: Steef bezoekt ieder land ter wereld: 'De wereld is niet zo eng als het lijkt'
Terug naar een basis
'Op het eiland besefte ik dat ik altijd had geleefd vanuit een soort verzet: ik deed niet wat iedereen deed. Maar nu vroeg ik me af of ik écht dit leven wilde, of vooral wilde vermijden wat anderen van me verwachtten. Het leven uit een koffer, steeds op avontuur, gaf vrijheid, maar ook een leegte. Alles wat je opbouwde, of het nu een thuis, gewoonten of vriendschappen waren, voelde tijdelijk. Na een paar maanden moest je weer verhuizen, opnieuw beginnen, opnieuw afscheid nemen. Toen Alice vroeg of we na de winter weer naar het eiland wilden komen, zei Brock volmondig ja, maar ik schudde mijn hoofd. Ik had het fantastisch gehad, een enorm avontuur, maar ik wilde naar huis. Niet naar een specifieke plek, maar naar een basis: een plek waar je iets kunt opbouwen dat blijft, waar je wortel kunt schieten en gewoonten en relaties kunt laten groeien.
Inmiddels wonen we twee jaar in Alkmaar, de stad waar ik ben opgegroeid. Het wennen was er ook voor Brock, maar we hebben precies de balans gevonden waarnaar we zochten: de dynamiek van een stad, de nabijheid van zee en duinen, ruimte en rust. We leven een gesetteld leven en overwegen zelfs een huis te kopen. Brock startte een ijshockeyvereniging en ik een recruitmentbedrijf, waarin ik bedrijven begeleid bij het vinden van de juiste mensen. Het werk is intens en veeleisend, maar geeft me ook hetzelfde gevoel van voldoening als tijdens onze reizen: snel contact maken, vertrouwen opbouwen, samen iets tot stand brengen. Laatst vond ik een oud notitieboek terug, waarin ik had geschreven: 'Juist in die stilte wordt helder wat ik zelf verlang in het leven. Niet de opgelegde idealen, maar mijn eigen behoefte aan eenvoud, verbinding en vrijheid.' Dat gevoel herken ik nog steeds. Het eiland heeft me geleerd dat vrijheid niet alleen gaat over bewegen of ontsnappen, maar ook over durven kiezen voor een plek waar je wortel kunt schieten en je leven echt kunt opbouwen.'
Claires verhaal vind je in &C's januarinummer, dat nog maar een paar dagen in de winkels ligt.
Scoor de allereerste editie van 2026 hier
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))