Door: Redactie
Twee vrouwen, een kind en één biologische moeder. Hoe voelt het als je moeder wordt, terwijl je genetisch niets met het kind te maken hebt?
Qua gevoel zit het wel goed, wist ik, toen dat donkere koppie met die mysterieuze ogen op een ijskoude nacht in november werd geboren. Het schemerlampje gaf onze slaapkamer een rozerode gloed, aan de muur hingen mijn gitaren. En daar was hij ineens, een hoofdje met zwart haar en toen een lijfje, zomaar uit de buik van mijn vriendin. Uit de woonkamer hoorde ik gelach en het gerinkel van kopjes: de verloskundigen kletsten bij over hun levens, de kraamverzorgster bracht beschuit met muisjes. Ik weet nog hoe de uren die volgden geen tijd kenden, alleen het innige besef van hoe rijk dat voelde: we hebben een zoon. Rafa maakte zachte geluidjes en wij bleven naar hem kijken, de hele nacht lang.
Eenzaam proces
Die felroze wolk waarop ik zat, was kennelijk ook zichtbaar voor anderen. 'Je geeft licht van geluk,' zei de gemeenteambtenaar toen ik mijn zoon een dag later aangaf op het stadsdeelkantoor, vergezeld door mijn trots ouders. Ik wás ook gelukkig. Maar ik was ook jaloers. Dat begon al tijdens de zwangerschap. Ik had verdriet gevoeld over wat er wel in de buik van mijn vriendin Anna groeide en niet in de mijne. Dat was heel gek: mijn buik voelde letterlijk leeg. En waar Anna door haar zwangerschap plots tegen wil en dank een moederrol van mythische proporties kreeg toebedeeld, was mijn positie onduidelijker. Ik werd moeder, maar ik was niet zwanger. Maar ik werd ook geen vader. Al was het maar omdat er een vader in beeld is: Johan, mijn oudste vriend, die weliswaar geen juridische en opvoedkundige verplichtingen als vader zou hebben, maar die wél beschikbaar zou zijn om een rol te spelen in het leven van ons kindje. Ikzelf was iets ondefinieerbaars ertussenin. Ik werd niet aangesproken in de zwangerschapslectuur. Ik wist niet of de juffrouw van de borstvoedingscursus ook mij bedoelde toen ze 'alle vaders' sommeerde te helpen met opruimen. Ik had geen referentiekader en er waren nauwelijks voorbeelden. Hoezeer Anna en ik ook samen genoten van haar zwangerschap en ons samen verheugden op wat er komen ging, mijn proces was af en toe eenzaam.
Ik begon te piekeren. Wie was ik dan? Ten opzichte van het kindje, ten opzichte van Anna, en voor de buitenwereld? Op onzekere momenten werd ik bang. Ik zou toch wel gaan houden van de jongen die mijn zoon werd? En hij toch wel van mij? Zou ik misschien jaloers worden op Johan? Of op mijn vriendin? De angst dat ik niet zou gaan houden van mijn zoon kon ik à la minute wegstrepen na Rafa’s geboorte. Vrouw, man, de bevallende partij of niet: je kunt niet anders dan verliefd worden op zo’n klein, naakt wondertje. Noem het hormonen, noem het pure biologie, maar dat was hoe het was. Ik had dit kindje groot zien worden in de buik van mijn lief, van maatje framboos (acht weken) tot formaat bloemkool (27 weken). Ik zal naast zijn bedje gaan staan als hij huilt en hem zijn eerste woordjes leren. Met de fermste wil van de wereld had ik nog niet anders gekund dan vanaf moment één van hem te houden.
Enthousiast en vol ongeduld stonden mijn ouders de volgende dag te wachten tot ik met hun eerste kleinkind op de arm de deur opendeed. Ik zie mijn moeder nog zitten op de bank, betraande ogen met een blik die ik nooit eerder bij haar zag: verwondering, dankbaarheid, ontroering voor het pasgeboren leven. Mijn vader had een gedicht geschreven voor zijn eerste kleinkind. Op de stoel ernaast zit ik trots te kijken en te doen alsof ik na één dag precies weet wat goed voor hem is. 'Ja, kijk, zie je, dit betekent dat hij moe is, kom maar, ik neem hem wel even.' Johan kwam ook langs en keek verliefd, die blik vergeet ik nooit meer. Het gevoel ook niet. Ah, en ik ben geen moment jaloers op hem geweest. Al was het maar omdat – gelukkig – zijn eigen grootste angst niet uitkwam: dat hij Rafa zou willen meenemen naar huis.
Lees ook: Hoe weet je in godsnaam of je een baby wilt?
Weten waar je vandaan komt
Enerzijds was de kraamtijd een roze wolk. Anderzijds bleef het verwarrend. Mijn vriendin gaf ons kind de borst en ik zag een intiem verbond waar ik buiten stond. Het kraambezoek meldde zich in groten getale en wist steeds opnieuw te vertellen dat Rafa's ogen/haarkleur/lengte toch echt de genen waren van opa X/oom Y/broer Z. De kraamverzorgster vertelde hoe mijn vriendin intuïtief zou aanvoelen wanneer onze zoon 's nachts honger had. 'En jij slaapt overal doorheen,' vulde iemand anders lachend aan. Ook op pad in de wereld kwam steeds maar weer de vraag 'wie nou zijn echte moeder was'.
In het kleine, hechte verbond dat Anna en ik samen vormden, was het ook even zoeken. Anna wist precies hoe ze het wilde met hem en schroomde niet me dat vriendelijk doch enigszins dwingend te vertellen. 'Hij mist zijn moeder,' ontglipte haar op een nacht toen ik met Rafa op de bank lag om hem de fles te geven. Het is de borstvoeding, vertelde ze later, die dat oergevoel soms bij haar oproept: hij heeft háár nodig, heel primair, om te eten en te kunnen groeien. Dat is heel waar. En ook: pijnlijk, en verwarrend. Want, ja, er is een verschil. Als Rafa 's nachts niet stil te krijgen is, hoeft hij Anna's borst maar te voelen of hij weet zich geborgen en valt meteen in diepe slaap. Hij houdt Anna goed in de smiezen als ze de kamer uitloopt, ook iets wat de kraamverzorgster had voorspeld. Maar hij volgt míj ook. En wonder boven wonder word ik wakker van ieder huiltje, zelfs als ik met oordoppen op de bank lig bij te slapen. Dus hoezo 'slaap ik door alles heen'? En hoezo zou ik eigenlijk niet 'intuïtief' aanvoelen wanneer onze zoon iets nodig heeft?
Diezelfde verwarring ervaar ik als het over genetische verwantschap gaat. 'Bloed is dikker dan water,' hoor ik een Colombiaanse moeder zeggen die via Spoorloos haar biologische kind heeft teruggevonden. Gerrit Zalm huilt in een aflevering van Verborgen verleden dikke tranen bij het graf van een verre Schotse voorvader. Softie als ik ben, huil ik meestal met dit soort momenten mee. Ik begrijp de emotie volkomen. Die behoefte om je verbonden te voelen met eerdere generaties en te weten waar je vandaan komt, is denk ik weinig mensen vreemd. Voor ons is het in ieder geval precies te reden waarom we voor een bekende donor hebben gekozen en niet voor anoniem donorzaad. Weten waar je vandaan komt. Waar je wortels liggen.
En toch vraag ik me soms af: waarom eigenlijk? Althans, waarom vinden we die biologische wortels zó belangrijk? Wat heeft een dertiende-eeuwse Schotse koning in godsnaam te maken met de 21ste-eeuwse Gerrit Zalm? Waarom blijven we speuren naar welke voorvader het meest op Rafa lijkt en vergeten we eigenlijk wat hij via mij meekrijgt van míjn familie? Zoals de belangrijke waarden, hoe ze omgingen met tegenslagen, wat ze hebben gedaan en bereikt. Ik ben geen losse eenling die toevallig moeder is geworden. Ook ik sta in een lange lijn van voorvaders en -moeders die me hebben gemaakt tot wie ik ben.
Lees ook: Hallo kinderen, dág identiteit: waarom herken je jezelf niet meer terug sinds je moeder bent?
Officieel moeder worden
Inmiddels is de winter voorbijgevlogen en ligt de kraamtijd achter ons. Rafa gaat al een paar dagen per week naar de crèche. Anna is weer aan het werk. Dat geeft ruimte: in huis en in mijn hoofd. Op dinsdag heb ik mijn 'mamadag'. En nu we tijd met z'n tweeën doorbrengen, is er ruimte om een eigen taal met mijn zoon te ontwikkelen. Ik kom erachter dat hij moet schaterlachen als ik een bal tegen het plafond omhoog gooi en weer opvang. We maken lange wandelingen en ik laat hem trots de wereld zien. Ik ontdek wat ik goed kan: geduldig zijn, kleuren buiten de lijntjes, gekke spelletjes spelen. Ook tussen Anna en mij ontstaat er een nieuwe balans waarin het ouderschap gelijkwaardiger voelt en meer als samen. Ze geeft mij en Rafa bewust de ruimte om een eigen relatie te ontwikkelen en ze vertrouwt op mijn inzichten. Zo ontstaat er evenwicht.
Op een koude dag in maart rijden we naar de rechtbank 'Hallo mama's!' begroet onze advocaat ons enthousiast. Vandaag besluit de rechter of Rafa officieel mijn zoon kan worden. Omdat we een bekende donor hebben, is adoptie de beste manier om ook mijn positie als moeder juridisch goed te regelen – en dat moet via de rechter. Een tikje baldadig door het formele decor kijk ik de rechter lachend aan. Hij geeft me het antwoord dat we verwachtten. 'Officieel kan ik jullie nog geen besluit mededelen.' Met een grijns: 'Maar jullie kunnen vanavond best een fles champagne opentrekken.'
Het doet me goed. De rechtbank, toch ons aller collectieve geweten, juicht onze weloverwogen constructie toe. Het was maar een formaliteit, maar dat het nu zwart op wit staat, maakt me trots. Mijn schoonmoeder stuurt een bos bloemen. Johan zegt hoe mooi hij me als moeder vindt. Vrienden beginnen zich te vergissen: 'Hij heeft echt jouw lange benen.' Langzaam hebben mijn twijfels en onzekerheid plaatsgemaakt voor een gevoel van trots en vertrouwen. Zo heb ik mijn eigen rol gevonden, niet door erover na te denken, maar door gewoon te doen. Door mama te zijn in plaats van te proberen de betekenis te definiëren. En nu wordt het tijd om gewoon te gaan genieten.
Dit artikel komt uit &C's oktobernummer van 2019.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))