Door: Anna Karolina Caban
Wanneer is het klaar en afgelopen? Wanneer zeg je dat het tevergeefs is om een liefde in stand te houden? Hoe vaak heb ik me dit afgevraagd en hoe vaak was het antwoord hetzelfde. Nooit!
Maar vandaag is er iets geknakt binnenin me. Als je goed luisterde kon je het horen breken. Een schroefje, een stukje van mijn hart, een bijna te verwerpen knakje, maar het zette iets groots in werking, namelijk het besef dat mijn zelfliefde groter is, dan mijn liefde voor de ander.
Dit heeft me te veel gekost. Maandenlang heb ik mezelf voorgehouden dat het de moeite waard was. Dat aan het einde van al het onheil een groot pot goud klaar zou staan in de vorm van zijn liefde voor mij en onze toekomst samen.
Het is niet eens dat hij seks heeft gehad met die vrouw. Seks is, ook al wil ik het niet toegeven, soms gewoonweg een lichamelijke actie, die verder dan een pure organische weldaad, niets anders voorstelt. Natuurlijk is de pijn echt, maar dat kan ik nog een plek geven en afdoen als een groot ongewenst resultaat van zijn geheugenverlies. Blijkbaar vergeet een kerel niet hoe zijn lul werkt als hij zich verder niks anders herinnert.
Maar zijn blik. Zijn liefdeloze handen. Het feit dat hij net zo goed een vreemde kan zijn als mijn geliefde, maken de liefde tot iets maakbaars en daardoor o zo kwetsbaars.
Hij laat mij alleen vastgebonden op de stoel en gaat de kamer binnen waar zijn nieuwe geliefde ligt. Woest begin ik aan de touwen te trekken en kom ik tot de verrassende conclusie dat hij het totaal niet goed heeft geknoopt. Met een paar keer rukken kom ik los en weet me even geen raad met mijn makkelijk gewonnen vrijheid.
Ben ik wel in staat om hem pijn te doen? Ook al is het nu niet mijn Sebastiaan, hij blijft dezelfde persoon en de enige die de sleutel tot mijn toekomst en mijn hart in zich draagt, ook al is het nu omgeven door een erg dikke zware mist.
Heel langzaam loop ik richting de keuken en trek een lade open. Het messenblok vraagt om aandacht, maar het idee alleen al, een scherp mes in mijn handen te hebben en hem ermee te kunnen verwonden, maakt me misselijk. Beter neem ik iets mee wat een goede klap kan veroorzaken. Met wat geluk sla ik zijn hersenen op een goede plek en weet hij weer wie ik ben. Ik glimlach om mijn eigen domme grap en haal een vleeshamer uit de lade.
Alsof iemand hier serieus schnitzels gaat maken. Wat doen die keukenspullen hier eigenlijk? Het enige wat in dit huis te vinden is, zijn magnetronmaaltijden en blikvoer.
Mijn adem voelt heet in mijn keel en borst. Het lijkt doodstil in de gesloten kamer. Ik houd mijn oor tegen de houten deur, maar niks. Helemaal niks. Dan ineens schrik ik van het geluid van autobanden op het grind. Dat moet Dex zijn. Ik mag hem niet in de val laten lopen. Het was heel duidelijk dat Sebastiaan zijn zinnen op hem heeft gezet, nadat hij hem aan de telefoon had zonet. Ik moet hem waarschuwen. Zo snel ik kan loop ik richting de voordeur. Ik open deze en wil gebaren dat hij weg moet rijden, als ik een grote jeep voor me zie en de woeste blik van Alejandro.
Zijn ogen veranderen op het moment dat hij de mijne vindt. Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik totaal niks voel, maar hij is de laatste persoon die zich op dit moment moet mengen in deze, nu al vreselijke, mix.
De deur van de kamer zwaait open en Sebastiaan stapt met een verwilderde blik naar buiten. Hij houdt een wapen op mijn gericht en ik voel aan alle cellen in mijn lichaam dat mijn laatste uur is geslagen. Hij ziet mij als een verrader. Hij weet niet wie ik ben. De machine die hij is geworden, zonder zijn ziel met alle herinneringen aan ons, zal geen seconde verliezen om mij uit de weg te ruimen. In zijn werkelijkheid ben ik slechts een pion die in de weg staat.
Ik zie Daan voor me, mijn moeder, Juul, Damir aka Sebastiaan, en een leven samen met hem, dat nooit meer de mijne zal worden.
Wordt vervolgd.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))