Door: Anna Karolina Caban
Sebastiaan bindt mijn handen achter de stoel.
'Sebastiaan, liefste, ik ben het, Anna, ik ben het. Ik hou van je. Ik kom je halen.'
Hij kijkt me niet eens aan terwijl hij een stuk tape over mijn mond plakt. Mijn ogen tranen een storm. Hij herkent mij niet. Hij weet echt niet meer wie ik ben.
'Je houdt nu je mond. Ik ga eens even uitzoeken wie jij dan wel niet bent. Maar voor nu blijft je hier.'
Hij gaat naar de kamer waar hij zonet het gewonde lichaam van de mysterieuze vrouw naartoe heeft gebracht en doet de deur achter zich dicht. Ook al haat ik haar direct omdat ze mijn liefde voor de gek houdt, het feit dat ze niet dood is, lucht op. Ze had zomaar wel verkeerd kunnen vallen en dan had ik een sterfgeval op mijn geweten. Wat zou hij dan met mij hebben gedaan? In het geval hij ervan overtuigd zou zijn dat ik zijn vrouw zou hebben vermoord?
Er rest mij niks anders te doen dan te wachten en mijn lot te ondergaan. Dex ligt nog in het ziekenhuis. Hij zal wel denken als ik hem niet kom ophalen. Het kan niet anders dan dat hij denkt dat er iets is gebeurd. Hij is hier op getraind, lijkt me. Hij is mijn enige hoop.
Ik weet niet hoe lang ik er gezeten heb, maar als ik wakker wordt voelt het alsof het uren later is. De schemering van de ochtend valt door de ramen naar binnen. Het huis is stil. Ik moet naar het toilet en de tape voor mijn mond is vochtig geworden door mijn kwijl. Ik voel mijn ledematen niet. Alles lijkt gevoelloos.
Dan ineens hoor ik wat gestommel en gekraak van de houten vloer. Ik voel angst. De deur gaat open en Sebastiaan verschijnt in de deuropening met een bebloede handdoek in zijn handen en donkere kringen onder zijn ogen. Die heeft nog geen seconde geslapen zo te zien.
'Je mag blij zijn dat ze leeft. Ik heb je nagetrokken en interessante informatie over je gelezen dame. Drugshandel dus.'
Ik kijk verschikt. Waar heeft hij het over? En dan bedenk ik me dat ik natuurlijk door Juul en haar relatie met Joost betrokken was geweest bij wat smerige handel. Als hij daadwerkelijk niet weet wie ik ben, denkt hij te maken te hebben met een of andere drugsdealer of zo, die het op zijn vrouw gemunt heeft, hier in Mexico. Dit kan niet waar zijn.
Ik begin te wiebelen op de stoel. Ik moet heel erg naar het toilet en moet de kans krijgen om de waarheid aan hem te vertellen. Er moet een manier zijn zodat hij zich iets, maar dan ook iets, herinnert.
Beiden verstijven we op het moment dat we een trilsignaal horen en voelen. Fuck, de satelliettelefoon die Dex me gegeven heeft.
Woedend om zijn eigen nalatigheid graait Sebastaan in mijn zak en haalt het apparaat eruit.
'Hallo.'
...
'Oke.'
...
'Tot zo.'
Hij lijkt wel bezeten als hij de beller wegdrukt.
'Zo, het ziet ernaar uit dat we bezoek krijgen. En het is me duidelijk dat je liegt, wie je ook bent. Mijn naam is schijnbaar Damir.'
Zonder waarschuwing trekt hij het plakband in een krachtige beweging van mijn mond en ik zou zweren dat de vellen erbij hangen. Ik kokhals en adem een paar keer diep in en uit.
'Alsjeblieft, mag ik naar het toilet. Alsjeblieft.'
Hij maakt mijn handen los en houdt me krachtig vast bij mijn bovenarmen. Zo koelbloedig en hard aangepakt worden door de man waar je van houdt is de vreselijkste straf. Hij denkt dat hij een vreemde voor mij is, terwijl ik niet beter weet dat zijn iedere aanraking een vorm van liefkozing is. Maar liefde bestaan niet tussen deze muren.
Wordt vervolgd.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))