Door: Anna Karolina Caban
Ik kan mijn ogen niet geloven. Hij is het. Hij neukt haar. Wie is zij?
Het woestjaloerse beest dat mijn lichaam overneemt heeft echter geen tijd voor gedachten en wikken en wegen van wat te doen. Het enige wat nu telt is haar van mijn man wegstropen en zo ver mogelijk de lucht in schieten. Als door de duivel bezeten zet ik stappen richting de deur.
Hoe durft ze aan Sebastiaan te zitten!? Erger nog: waarom lijkt hij ervan te genieten alsof het de gewoonste zaak van de wereld is? Ik kan het snikken niet tegenhouden. Ik bons op de deur als een wilde. Ik heb niet alle ellende getrotseerd om dit aan te treffen.
'Laat me erin, Sebastiaan! Laat me erin!'
Het blijft stil aan de andere kant van de deur en ik begin ertegenaan te bonken met mijn hele lichaam. De pijn in mijn schouder verzacht de pijn in mijn borst en hart. Ik blijf radeloos huilen. Janken kun je het beter noemen. Het geluid dat ik produceer lijkt op een gewond dier dat op sterven ligt. Geen antwoord. Ik ren weer terug naar het raam en zie ze allebei niet meer. Verdomme!
'Doe die fucking deur open, hoer!' gil ik hysterisch als plots de deur opengaat en ik in de loop van een wapen kijk.
'Doe een stap naar achteren,' Sebastiaan kijkt me woedend aan. Met een ontbloot bovenlijf en zijn broek half open staat hij met een wapen op mijn gericht in de deuropening.
'Wat moet jij van mijn vrouw? Wie ben jij?' hij klinkt koelbloedig en angstaanjagend.
'Sebastiaan, ik ben het. Ik ben het, Anna.'
Zijn ogen knipperen bij het horen van mijn naam. Hij stapt naar voren en plaatst het wapen nog dichterbij mijn gezicht.
'Ik ken geen Anna. Ik vraag het nog een keer: wie ben jij en waar ken je mijn vrouw van?'
Wanhopig staar ik in zijn ogen op zoek naar enige vorm van herkenning. Maar er is niks. Geen enkel teken dat hij weet wie ik ben. De vrouw waar hij bij is heeft hem klaarblijkelijk wijsgemaakt dat ze zijn vrouw is. En hij lijdt duidelijk aan geheugenverlies. Mijn hart verkrampt en verschrompeld. De liefdeloosheid in zijn blik is hartverscheurend.
De tranen stromen uit mijn ogen. Hij vervaagt. En dan zie ik haar naast hem verschijnen.
'Wie hebben we hier? Kom, laat mij maar even met haar praten. Ik weet wie het is. Rustig maar schat, ik kom zo weer bij je,' ze glimlacht walgelijk naar mij en gebaart naar hem dat hij weer naar binnen kan gaan. Als een marionet luistert hij naar haar en stapt naar achteren.
'Wat heb jij met Sebastiaan gedaan? Wie ben jij!?'
'Jij bent zeker Anna. Hij heeft je naam geschreeuwd gisteren toen hij in me klaarkwam,' ze vouwt haar armen over elkaar en blijft me provocerend aankijken.
'Jij bent ziek,' bijt ik haar toe en wil haar aanvallen, als ze met een paar bewegingen mij op de grond heeft en mijn arm in een verwrongen houding houdt. Ik schreeuw het uit.
'Hij weet niet wie jij bent, en dat houden we zo. Geloof me dat ik hem kan opdragen je uit te schakelen. Ga weg hier en kom nooit meer terug. Hij is niet meer wie je denkt dat hij is. Vanaf nu is hij van mij.'
Ze geeft me een flinke duw en kijkt me glunderend aan.
'Over mijn lijk!' schreeuw ik en ren op haar af. Met al mijn kracht smijt ik haar op de grond en begin te slaan. Bloed vloeit uit haar en dan pas zie ik de grote steen achter haar hoofd en het bloed dat uit haar sijpelt in een rode plas. Ze staart naar de hemel en ik gil het uit.
'Wat heb jij gedaan? Stilzitten jij! Wat heb jij gedaan!?' Sebastiaan snelt naar ons toe. Hij buigt zich over de onbekende vrouw, neemt haar in zijn armen en wiegt haar. Ik kijk naar het tafereel en voel mijn levenskracht wegstromen en mijn hart verharden.
Wordt vervolgd.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))