Door: Redactie
In 'Aan/uit' vertelt in iedere &C-editie iemand over de periode waarin hun relatie aanging, en hoe deze vervolgens weer uitging. Met deze keer Stephanie (48). Ze dacht dat haar huwelijk met jeugdliefde Louis (48) onverwoestbaar was, tot hij haar verliet. Nu moet ze zichzelf opnieuw uitvinden.
'We zaten allebei op het gymnasium. Louis was intelligent, zelfs een beetje nerdy. Gaf altijd als eerste antwoord. We lunchten vaak met klasgenoten aan een ronde tafel. Ik luisterde graag naar zijn verhalen, want hij wist veel en kon geanimeerd vertellen. Als hij een anekdote oplepelde, werd het stil.
Hij was ook zorgzaam. Als iemand koffie omgooide, was het Louis die schoonmaakdoekjes haalde. Op een dag zag ik achter zijn brillenglazen ineens twee glanzende ogen vol vuur. En hij had een fantastisch lijf. Langzaam werd ik verliefd op hem. Toen hij dat doorkreeg, zag ik hem ook naar mij staren. Op een klassenfeestje zoenden we. Vanaf dat moment was het dik aan.
Louis gaf me het gevoel dat ik nergens meer bang voor hoefde te zijn. Niet voor mijn vader die overbeschermend was, niet voor mijn tweelingzus die altijd net wat hogere cijfers haalde en net wat harder rende met gym. Louis was er voor míj. Hij bekeek me zoals jongens in films naar meisjes kijken: schalks.
Lees ook: Single vrouwen zijn gelukkiger dan single mannen (en dat is geen toeval)
Vijf maanden later ontmaagdde hij me tijdens een feestje bij een vriendin, op het bed van haar ouders. Ik vond het fijn, werd nieuwsgierig naar meer. Ik verlangde naar Louis' lichaam, zijn brede schouders, zijn veiligheid. We probeerden nieuwe standjes uit en ik proefde voor het eerst een man, maar we konden elkaar ook opgeilen met verzonnen sexy verhalen.
Nadat we onze diploma's haalden, gingen we studeren in Nijmegen. Ik pedagogisch werk, hij werktuigbouwkunde. Op ons negentiende woonden we al samen. Een kleine kamer met posters van Nirvana en Oasis aan de muur en kruimels in bed. Louis kon urenlang aan een tandwiel vijlen en daarna met een boek over kwantummechanica op de bank ploffen.
Ik vond het idee dat hij dat allemaal begreep woest aantrekkelijk. We waren 22 toen we ons eerste appartement vonden dat we met tweedehands spullen inrichtten. Terwijl mijn studiegenoten leegliepen over onenightstands en zuipfestijnen, bakte ik cakejes en at ze met Louis op van servies met rozenrandjes. Het voelde als het summum van geluk.
Ik weet nog dat ik op een ochtend wakker werd, we woonden een jaar samen, ik lag in bed met mijn rug tegen zijn borst, zijn armen om me heen, en dacht: zo wil ik oud worden.'
UIT
'We solliciteerden. Louis vond een baan als als data-engineer. Ik werd reïntegratiecoach. Ik was inmiddels 25, verlangde naar een gezin. Louis was ook klaar voor een volgende stap en dus kochten we een hoekhuis. We kregen twee jongens. Louis was een leuke vader.
Hij werkte zo'n 45 uur per week, maar als hij thuis was, leefde hij voor zijn gezin. Als hij zijn hand op mijn rug legde tijdens een verjaardag wist ik: wij horen bij elkaar. Veertien jaar later zegde ik mijn baan op. Ik wilde freelancer worden. Louis werkte zich intussen flink omhoog. Hij werd teamleider en mocht meedenken over procesverbetering voor de multinational waarvoor hij werkte.
We verhuisden naar een villa. Die kochten we van een echtpaar dat in scheiding lag. Dat gaat ons nooit gebeuren, dacht ik nog. Louis zág mij. Als ik een zin begon, knikte hij halverwege al omdat hij begreep wat ik wilde zeggen. Louis stond daar wel in z'n maatpak, maar ik zag nog dezelfde blauwe ogen als die van de jongen in de aula die mijn boterham met kaas ruilde voor zijn boterham met leverworst, omdat ik dat lekkerder vond.
Het was in die tijd, onze jongste was elf, dat ik merkte dat onze gesprekken veranderden. Hij had zorgen over hoe het ging met de productielijnen, voelde druk om targets te halen. Zijn veranderende wereld werd een nieuw gespreksonderwerp in onze relatie en ik vond dat lastig. Louis sprak in termen van strategie en impact, terwijl ik het had over mijn moeder die weer last had van haar heup.
Mijn hart kromp ineen als hij zinnen eindigde met 'ik weet niet of jij dat begrijpt'. Ik voelde me klein. Alsof ik een ander dialect sprak. Ik dacht dat ik me aanstelde. Dit was Louis. Mijn Louis. We waren een symbiose. Ik was gewoon moe. Twee pubers in huis, mantelzorgen, altijd lijstjes in mijn hoofd. Geen promoties of bonussen, maar boterhammen smeren, luizenmoeder zijn en thuis of op mijn werk de griep opvangen als iedereen plat lag.
De een kon niet doorgaan met wat hij deed zonder de ander. En we hadden nog veel mooie momenten samen. We kampeerden als gezin nog ouderwets met een tent. En er was die keer dat we verzonnen dat we een beachbar in onze tuin wilden maken. Er werd druk geklust en we kochten Hawaïkransen. Het werd een spontaan straatfeest. Wij waren Stephanie en Louis. De high school sweethearts.
Maar op een zondagmiddag, we dronken koffie in de keuken en wachtten tot we de jongens konden ophalen van drumles, klapte mijn leven in elkaar. Ik vroeg iets over zijn werk, en Louis keek me aan. 'Steph,' zei hij. 'Ik weet het niet meer.' En ik, nog in hardloopkleding, net geconstateerd dat mijn uitgroei te lang was, vroeg: 'Wat weet je niet meer?' Hij haalde zijn schouders op. 'Of dit het nog is.'
Ik dacht eerst: het is de leeftijd. We waren 46. Midlife. Hormonen. Hij miste avontuur. We draaiden op routine. We hadden nog één keer per week seks en dat was ook routine. Ik leek hem niet meer te bereiken. 'Zullen we een weekendje weggaan?' stelde ik voor.
Toen kwam de naam. Hij mompelde het. Ze werkt op het Londense filiaal en ze hadden een affaire. Als manager had ze hem meegetrokken in een leven van succes, dure etentjes, mooie kleren en work hard, play hard. Hij voelde dat er zoveel meer uit het leven te halen was. Of had ik soms niet het gevoel dat ik stil was blijven staan? Dat wij in een sleur waren beland en ik hem niet meer uitdaagde met voor de achtste keer kamperen op dezelfde camping in Frankrijk?
Zijn minnares droeg rokjes, hakken. Mensen draaiden hun hoofden om als ze ergens samen binnenkwamen. Hij was verliefd en er was geen houden meer aan. Er was niets mis met mij. Ik was altijd goed geweest voor hem, maar het leven van spanning, adrenaline en jezelf continu uitvinden vond hij niet bij mij.
Hij keek weg toen hij zei dat hij wilde scheiden. Anderhalf jaar later ben ik nog steeds kapot. Niet alleen van verdriet, maar van verwarring. 32 jaar samen. Hoe kun je dan ineens besluiten dat het klaar is? Louis wilde niet in therapie. Hij trok meteen bij haar in en zocht een pied-à-terre in Utrecht om de kinderen te ontvangen.
Lees ook: Alles wat je wil weten over het angstaanjagende fenomeen creep shots
Hij kwam met clichés als 'de koek is op' en 'carpe diem' en trapte me na met de opmerking dat hij mij en mijn 'Libelle-wereld' was ontgroeid. Ik wilde schreeuwen en tegelijkertijd onder een deken kruipen. Soms voel ik woede, maar vaker een soort doffe leegte. Soms kan ik het nog steeds niet geloven. Ik heb nooit echt een leven gehad voordat Louis mijn hele leven werd. Nooit een andere man gevoeld.
Ik probeer sterk te zijn. Ik poets mijn tanden, doe boodschappen, ga naar mijn werk. Maar 's avonds lig ik wakker en hoor de stilte waar hij altijd ademde. Dan ruik ik de herinnering van zijn deo op het kussen en vraag ik me af of zij dat nu ook ruikt, daar in Londen. Ik weet me met mezelf geen raad. Wie ben ik eigenlijk zonder hem? Wat kan ik? Maar het meest pijnlijke is nog wel: ik wil dit niet. Ik was gelukkig.
Ik dacht dat Louis dat ook was. Wij waren een tandem, zeiden we altijd. Soms tegenwind, maar de een kwam er niet zonder de ander. Dat is misschien wel het ergste. Dat ik niet ben verlaten omdat ik iets fout deed. Maar omdat ik ben gebleven wie ik was. En dat bleek niet genoeg.'
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))