Door: Redactie
In Aan/uit vertelt in iedere &C-editie iemand over de periode waarin hun relatie aanging, en hoe die vervolgens weer uitging. In deze editie: Niels (34) dacht de liefde van zijn leven te hebben gevonden, tot zij zich overal mee ging bemoeien.
AAN
'Ze heette Sophie. Mooie bruine ogen met vlekjes erin. Dik donkerbruin haar. Ze had iets Frans, dat elegante, guitige wat ik heel verleidelijk vind. We ontmoetten elkaar twee jaar geleden op een kerstborrel van het werk. Ze droeg een witte blouse en rook naar dure shampoo. Ze keek onzeker rond. Alsof ze te veel zou zijn.
Later vertelde ze dat het haar tweede werkdag was. Zelf werkte ik er ook pas twee maanden. Het ijs was direct gebroken. Ik vond haar lief, meisjesachtig. Ik vroeg haar nummer toen we met de andere plakkers het gebouw werden uitgeveegd. Ik wachtte drie dagen. Ik was nerveus. Bang dat ze mij niet zo leuk vond als ik haar.
Toen ik uiteindelijk appte, reageerde ze meteen enthousiast. We gingen op date. Sushi. Daarna films op haar bank. Na twee weken bleef ik slapen. Ik kon mijn geluk niet op. Na onze eerste keer seks, voelde het alsof ik geblowd had, zo high was ik van geluk. Sophie had weinig vrienden, maar op feestjes van die van mij keek ik stiekem naar haar. Dan voelde ik me trots en kreeg ik kriebels in mijn buik.
Lees ook: Tindertrauma: Allard de allemansvriend kon zijn ex niet loslaten
Ze wenste dingen bij het uitblazen van kaarsjes, bij het openen van wijn, bij vallende sterren. Als we uit eten gingen, wilde ze dat ik een toost uitsprak. Op ons. Op onze toekomst. Ik vond dat gek en voelde me soms verplicht om iets te zeggen, maar ergens was het ook lief.
Ik had regelmatig gedatet, maar zo verliefd als nu was ik nog nooit geweest. Seks draaide niet meer om klaarkomen maar om verbinding. Sophie gaf me hoop dat ik eindelijk had gevonden waarop ik zo lang wachtte. Iemand waarbij alles goed voelde. Iemand die om mijn grapjes kon lachen. Die me aankeek met trots en in mijn auto haar hand op mijn been legde.
Dit was het. Dit was totaal geluk. Ik had het mooiste meisje van de aardbol te pakken. En zij was ook verliefd op mij. We gingen naar de bios of uit eten, bowlen met een groep. Vaak sliep ik daarna bij haar omdat zij dichter bij het centrum woonde dan ik. We waren drie weken samen - ik had voor haar alle bloemen uit de hemel geplukt als ze dat toen had gevraagd - toen ze een tandenborstel voor me kocht.
Het gaf me een blij gevoel van huisje-boompje-beestje. Maar toen ik hem uitpakte, zei ze: 'Voortaan wil ik dat je er een koopt met zachte borstelharen, anders krijg je terugtrekkend tandvlees.' Ik dacht dat het zorgzaamheid was. Maar een week later lagen er op een vrijgemaakt plankje in haar kast drie flubberboxers van katoen terwijl ik echt alleen strak tricot draag. Toch trok ik ze aan. Voor haar. Wel vond ik het een beetje pusherig. Net zoals haar 'wet' dat er maximaal drie flesjes doucheschuim in haar doucherekje mochten staan.'
UIT
‘Sophie was slim en grappig. Ze was aanhankelijk op een manier die in het begin warm voelde, alsof ik eindelijk iemand had die echt zag wat ik nodig had. Ze wilde alles van me weten. Hoe mijn dag was, wat mijn lievelingskleur was en welke planten ik voor in mijn droomtuin zou kopen. Soms sloten we overdag de gordijnen en kletsten urenlang in bed over onbelangrijke niksigheden. We richtten een fictief strandhuisje in. Of we rekenden uit hoelang we op vakantie konden van drieduizend euro als we die zouden winnen.
Het gevoel van pushen bleef sluimeren tot het eerste alarm kwam. Ik scrolde op mijn telefoon. Ik zocht een nieuwe auto, een Audi, liefst zwart. Ik vond een tiendehands matzwarte TT. Ze keek drie seconden naar de foto en zei: 'Als je die koopt, hoef je me niet meer op te halen.' Ze vond het een 'kijk mij eens'-auto. Ik lachte om haar commentaar, maar dacht wel: het is toch mijn geld? Het was het begin van een stroom aan opmerkingen. Ze vond mijn gordijnen 'bejaardensoos-achtig'. Mijn nieuwe T-shirt was ‘sjappie’ en ik belde mijn moeder te vaak. Er kwam een zeurend gevoel met zo’n knarsend laagje eronder van: dit wil ik niet.
Mijn moeder merkte op dat ze Sophie aardig maar dominant vond. Mijn vrienden negeerden haar als ze een gesprek wilde overnemen. Ze vonden haar betweterig, maar ik hield vol dat ik gelukkig met haar was en bleef. Ik vond haar knap en zorgzaam en hield vast aan die droom van huisje-boompje-beestje. Bij de toost in restaurants wenste ik voortaan 'dat we allebei onszelf konden blijven'. Ik was in de war. Iets wat voor mij altijd logisch was, moest ineens gewenst worden.
Lees ook: Is het nou wel of niet gênant om een vriend te hebben?
Het ging van kwaad tot erger. Sophie bemoeide zich met mijn telefoonabonnement. Mijn besteklade was niet 'praktisch ingedeeld' en ze wilde mijn hypotheek ‘met me doornemen’ om te checken of die wel scherp genoeg was. Na de eerste geluksmaanden voelde ik de twijfel toenemen. Was dit een relatie die mij gelukkig maakte? Die iets aan mijn eerdere zorgeloze, zelfstandige leven toevoegde? We waren tien maanden bij elkaar toen ze ongevraagd een bezoekje van mijn moeder afzegde omdat we 'tijd samen nodig hadden'.
Toen ik er die week achterkwam dat ze mijn lievelingsjas had weggegeven omdat die me 'zo brommer-boy' maakte, knapte er iets. Ik maakte het uit. Ze keek me lang aan. Niet boos. Niet verdrietig. Gewoon... strak. Ik vond het bizar. Ineens veranderden die prachtige bruine ogen van glanzend naar iets… kwaadaardigs. Alsof ze een vreemde voor me was en niet het meisje dat me betoverd had. 'Oké,' zei ze. Dat was het. Ik was verbaasd. En opgelucht.
Het was netjes gegaan. Volwassen. Tot de appjes begonnen. Eerst één per dag. Hoe het met me ging. Of ik haar airfryer wilde terugbrengen. Dat mijn lievelingsmerk koffie in de aanbieding was. De frequentie ging omhoog en soms kwamen er wel zes berichtjes per dag. Ze stuurde screenshots van Spotify-playlists die we samen luisterden. Een foto van haar bed. 'Hier was je zo gelukkig.' Of van een bloem op haar balkon: 'Toen je deze plantte, hadden we net seks gehad.'
Daarna kwamen de appjes ook 's nachts. 'Waarom voel jij niks?' 'Wat jij denkt dat vrijheid is, is gewoon angst.' Ik vroeg haar te stoppen. Toen ze dat niet deed, blokkeerde ik haar. Ze appt me sindsdien telkens op mijn werktelefoon, maar steeds vanaf een nieuw nummer dat ze via een speciale app genereert. Zo kan ik haar niet blokkeren.
Ik zag haar bij de Albert Heijn. Vlak bij mijn werk. Op de hoek van de snackbar. Maar een contactverbod vind ik ook weer zoiets. Ze doet niets. Kijkt alleen maar. En appt me dan. 'Was je friet lekker?' Een vriend adviseerde me alles bij te houden voor als ze écht de weg kwijtraakt. Dat doe ik nu. Per dag klik ik soms wel twintig appjes van haar weg. Soms liggen er kaartjes in de bus. Of er zit een lipstick-hartje op mijn autoruit. Ik word er gek van.
Het houdt me tegen om te gaan daten. Staat ze straks naast me in de kroeg. Ik hoop dat ik snel minder interessant word voor haar. Ik wil dat dit stopt. Dat mijn telefoon niet continu op mute moet als ik ergens op bezoek ben. Ik wil dat de bittere smaak verdwijnt als iemand haar naam uitspreekt. Wat ben ik vreselijk blij dat we nooit gingen samenwonen. Ik hoop zo dat er ooit een dag komt dat ik aan haar denk en me weer haar lieve blik herinner. Samengeknepen amandeltjes met lichtjes erin.'
Het verhaal van Niels staat in &C's decembernummer dat nu in de winkels ligt. Ren dus om snel meer van dit soort spetterende verhalen te lezen, of bestel 'm vast hier online:
Shop &C's nieuwste editie hier
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))