Door: &C Redactie
Kinderopvang is voor veel kinderen vaste prik. Toch knaagt het bij veel moeders en blijft het idee hardnekkig dat het geen goede plek is voor baby’s. Maar hoe zit het nou écht?
De eerste keer dat ik mijn zoon naar de kinderopvang bracht, verliep niet zonder drama. Voor mij dan. Hij, drie maanden oud, liet zich zonder tegenstribbelen uit mijn armen tillen door een pedagogisch medewerker. Ik voelde me een stuk minder senang en heb eenmaal thuis minstens een half uur zitten huilen in de gang. Tuurlijk is het moeilijk de baby die maandenlang aan je vastgeplakt heeft gezeten ineens aan de zorg van een ander over te dragen, laat staan als je lijf nog ramvol hormonen zit, maar er was ook dit: een knagend schuldgevoel dat ik hem op het tweede plan zette ‘omdat ik zo nodig moest werken’.
Toen ik iets meer dan een jaar later zo’n zelfde eerste keer herhaalde met mijn dochter, was het makkelijker. Ik miste haar net zo hard, maar wist inmiddels ook zeker dat ze er in hele goede handen was. Toch maakte dat het schuldgevoel niet minder dat steekt jaar later nog weleens de kop op. ‘In Nederland heerst nog altijd een hele sterke moederschapsideologie,’ verklaart Roseriet Beijers, universitair hoofddocent Ontwikkelingspychologie aan de Radboud Universiteit. ‘We zien de moeder nog altijd als de geschiktste persoon om voor de kinderen te zorgen.’ De Emancipatiemonitor 2024 laat zien dat de meeste mensen er de voorkeur aan geven dat moeders drie dagen per week of minderwerken, zeker als ze een baby of peuter hebben. Van vaders vinden we het normaal dat ze vier of vijf dagen werken. Dat beeld zie je terug in de praktijk. Zo’n 70 procent van de Nederlandse vrouwen werkte in 2023 parttime, tegenover nog geen 20 procent van de mannen. En waar 47 procent van de vrouwen de zorg voor (klein)kinderen noemde als reden om parttime te werken, gold dat voor maar 34 procent van de mannen.
Lees ook: Jennifer Hoffman (45) werd na lange weg alsnog zwanger: 'Zeg maar gerust dat ik bejaard zwanger ben'
Vastgeroeste overtuigingen
‘Nederlandse kinderen die naar de opvang gaan, doen dat gemiddeld twee tot drie dagen per week,’ vervolgt Beijers. Dat sluit precies aan op de opvattingen over moeders en werk zoals geschetst in de Emancipatie- monitor. In 2023 ging slechts 9,4 procent van de kinderen van nul tot drie jaar die gebruik maakten van de kinderopvang meer dan 30 uur per week, blijkt uit cijfers van het CBS. In onder andere Zweden (43), Finland (34) en zeker Denemarken (61,9) was dat percentage veel hoger. ‘In die landen, eigenlijk in bijna heel Europa, werken de meeste vrouwen ook fulltime. Daar is het dus ook veel normaler dat kinderen fulltime naar de opvang gaan.’ Er zijn ook geen directe aanwijzingen dat dat kwaad kan. Onderzoek naar urenopvang komt vooral uit de Verenigde Staten. Daar is het normaal dat kinderen heel veel uren naar de opvang gaan. Omdat hun ouders vaak een lange reistijd naar hun werk hebben, worden ze vroeg gebracht en laat weer opgehaald. ‘Dat kan inderdaad nadelig zijn. Maar voor Nederland zijn die resultaten eigenlijk niet zo relevant, onze arbeidscultuur is heel anders en van zóveel uren opvang is hier eigenlijk nooit sprake. Bovendien is de kwaliteit van de opvang een veel belangrijkere factor dan het aantal uren.’ Die kwaliteit is nog iets waarover een vertekend beeld bestaat.
Het gros denkt – ook weer volgens de Emancipatiemonitor – nog altijd dat een kinderdagverblijf geen goede plek is voor baby’s. Beijers: ‘Zo’n twintig jaar geleden was het met tweederde van de Nederlandse kinderopvanglocaties inderdaad slecht gesteld, met de laagste kwaliteit in 2008.’ In 2005 deed het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek (NKCO) voor het eerst een grote landelijke peiling naar de pedagogische kwaliteit van de Nederlandse kinderopvang – dagopvang, peuterspeelzalen en gast- ouderopvang. ‘Sinds het onderzoek van het NCKO is er enorm veel verbeterd. Er kwam veel wet- en regelgeving, bijvoorbeeld over het maximale aantal kinderen per medewerker, en de scholing voor pedagogische professionals is verbeterd. Op emotionele kwaliteit scoort de Nederlandse kinder- opvang doorgaans goed, en ook op het gebied van educatieve stimulering is er al veel verbeterd. Tegenwoordig is er in ons land nauwelijks nog opvang van slechte kwaliteit.’
Lees ook: Anna wil vaginisme bespreekbaar maken: 'Jarenlang kon ik geen tampon inbrengen'
Geen oppasservice
De naam ‘kinderopvang’ doet de branche en het beeld dat daarvan bestaat ook geen goed. Interessant: de voorlopers van de hedendaagse kinderdagverblijven stonden aan het begin van de negentiende eeuw bekend als kinderbewaarplaatsen. ‘En nog altijd zien veel Nederlanders de opvang als een soort veredelde oppasservice omdat ouders moeten werken. En dat terwijl pedagogisch professionals zoveel meer doen dan je kind alleen maar bezighouden en zorgen voor het broodnodige. Ze werken keihard, hebben veel kennis, helpen kinderen ontwikkelen en zijn goed afgestemd op hun behoeften. En dan heb ik het nog niet eens over alle regels waarmee ze te maken hebben. Dat achtergestelde beeld is dus ook voor professionals heel zuur.’ In Zweden noemen ze de opvang voor kinderen van een tot vijf jaar förskola, oftewel voorschool. Hoewel die niet verplicht is, gaat zo’n beetje elk Zweeds kind ernaartoe. ‘Kinderdagverblijven worden daar veel meer gezien als een plek waar kinderen kunnen groeien en zich ontwikkelen. In Nederland biedt opvang dezelfde voordelen, toch zien we het hier meer als moetje.’
Om die voordelen te kunnen plukken is er wel een voorwaarde: de kwaliteit – daar is-ie weer – moet goed zijn. Maar hoe beoordeel je die nou als ouder? Dat is best lastig, geeft Beijers toe. ‘Een nadeel is dat de meeste opvanglocaties ouders weren van de groep, terwijl het voor veel ouders juist heel fijn zou zijn als er meer mogelijk zou zijn dan alleen een rondleiding. Zou je er een paar uur met je kind kunnen doorbrengen, dan geeft dat toch een beter beeld. Probeer om gesprekken aan te gaan met verschillende pedagogisch professionals en leg situaties voor. Hoe gaan ze bijvoorbeeld om met een baby die heel veel huilt? Zo krijg je een idee of die visie aansluit op jouw eigen visie van ouderschap. En kijk ook vooral vanuit het perspectief van je baby, want die kan nog niet voor zichzelf spreken. Voor jou is het misschien fijn dat de opvang dicht bij je huis of werkplaats is, maar als een andere plek bijvoorbeeld kleinere groepen heeft of meer buitenruimte, is dat misschien fijner voor je kind.’ Ook behulpzaam: ‘Als je de mogelijkheid hebt, spreek dan met de ouders van kinderen die al naar de opvanglocatie gaan. Zij kunnen je vanuit hun eigen ervaring vertellen hoe het er in de dagelijkse praktijk aan toegaat.’
Zij blij, ik blij
Veel kinderen die naar de kinderopvang gaan, gaan daarnaast ook nog een of meer dagen naar hun grootouders. Dat scheelt in de kosten, en voelt wellicht minder bezwaarlijk, omdat ze bij familie zijn. Het een is niet beter dan het ander, zegt Beijers. ‘Maar juist de combinatie ervan is niet altijd ideaal. Ouders denken vaak: hoe minder naar de opvang, hoe beter, maar voor je kind creëer je zo misschien een heel patchwork aan verschillende omstandigheden, met telkens weer andere plekken, gezichten en routines. Zeker voor baby’s is dat lastig. Stel je eens voor dat je zelf vijf verschillende banen zou hebben, daar zou je toch ook onrustig van worden?’ Voor veel ouders staat er bovendien geen leger mensen klaar om te helpen bij de zorg voor een kind. Voor mij ook niet. Mijn kinderen zijn één doordeweekse dag en om het weekend bij hun vader, verder rooi ik het alleen. Er is heus hulp af en toe, een avondje oppassen is geen probleem, maar af en toe werken betaalt mijn rekeningen niet. Ik kan helemaal niet zonder de kinderopvang. En zeker negen van de tien keer haal ik daar aan het einde van de dag twee blije koppies vandaan, dus uit het raam met dat schuldgevoel. It takes a village to raise a child: ik kan het eigenlijk niet meer hóren, maar vooruit. Als dat echt zo is, dan kan kinderopvang daar toch gewoon onderdeel van zijn?
Dit artikel verscheen eerder in onze Oh Baby Special: Jij Kan Dit. Meer lezen? Check het magazine hieronder.

:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))